Categorie archief: Ladder van Lansink

Een verrassende ‘dummy’

Logo Challenging Changes (Ontwerp: Sophie van Kempen)

Prelaunch Challenging Changes
Geïnspireerd door een werkbezoek dat ik in 2015 met Jan Storm aan AVR (Rijnmond) bracht, begon ik op initiatief van de oud-directeur van Nedvang aan Challenging Changes, een boek over de relatie tussen circulaire economie en afvalhiërarchie. Reacties uit de recyclingsector en bijdragen aan websites in UK en USA hadden al eerder laten zien, dat nogal wat mensen uit de afval- en recyclingwereld – ook buiten Nederland – geïnteresseerd waren in een Engelstalig vervolg op De Kracht van de Kringloop. Dat boek over de geschiedenis en toekomst van de Ladder van Lansink had ik in 2010 met Hannet de Vries- in ’t Veld gepubliceerd. Het besef dat preventie, hergebruik en recycling essentieel zijn voor de transitie naar circulaire economie vormt de rode draad voor Challenging Changes – Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy. Die rode draad heb ik vastgelegd in de volgende hoofdstukken

  • Linear waste and circular resource management
  • Waste hierarchy: a challenging framework
  • Transition aspects
  • Closing different and difficult loops
  • Exemplary resource flows
  • Waste management and climate policy
  • Need for (international) legislation
  • Changes for circular economy
  • Finally – het afsluitende hoofdstuk – met als afzonderlijke onderdelen: Main lines for circular economy, Commentary, Outlook, Recommendations.
Voorzijde boekomslag Challenging Changes naar een ontwerp van Sophie van Kempen

Opzet
De rode draad – een uitgewerkte opzet van de negen hoofdstukken, elk bestaande uit zes paragrafen – heb ik tegen het einde van 2015 voorgelegd aan een klankbordgroep, die door Jan Storm intussen was geformeerd. Sindsdien staat die groep insiders (Hannet de Vries – in ’t Veld, Bart de Bruin, Ton Holtkamp, Jan Storm en Dick Zwaveling) mij met raad en daad terzijde bij de totstandkoming van het manuscript en de productie van het boek. Jan Storm nam, ook met steun van de klankbordgroep, in de loop van 2016 de fondsenwerving ter hand. Al vrij snel werd duidelijk, dat voldoende middelen bijeengebracht konden worden voor het nieuwe boek. Het echte denk- en schrijfwerk kon beginnen, naast het vergaren van documentatie en de bestudering van nieuwe ontwikkelingen in afvalbeheer en circulaire economie. Het bleek opnieuw een forse maar ook dankbare klus. De klankbordgroep werd geleidelijk een ‘Editorial Board’, die mij mondeling in enkele bijeenkomsten en schriftelijk via het onmisbare emailverkeer behulpzaam was.

Sophie van Kempen en Ad Lansink bekijken het resultaat van de proefdruk. Op de achtergrond de digitale HP Galaxy 8000 voor de waarop de dummy van Challenging Changes gedrukt is (Foto: Leo Schrijver, DPN)

Dummy
Boekontwerpers en drukkers werken graag met dummy’s: een of twee exemplaren van een boek met enkele gevulde en verder zoveel lege pagina’s, dat het resultaat overeenkomt met de vorm en omvang van het uiteindelijke boek. De ontwerper kan zien of de lay out aan de verwachtingen voldoet en de drukker kan nagaan of het druksel de toets van de kritiek kan doorstaan. Klopt de gekozen papiersoort, hoe houdt de inkt zich op het papier, deugt de druktechniek? Boekontwerper  en drukker kunnen ook vaststellen of de rugdikte genoeg ruimte biedt voor de titel van het boek en de naam van de auteur. De schrijver kijkt – wanneer hij de kans krijgt – natuurlijk graag mee, al was het alleen al om zich te laten verrassen met het resultaat van zijn denk- en schrijfwerk.  Het aanbod van Leo Schrijver – senior accountmanager van DPN Rikken Print Nijmegen – om de productie van enkele dummy’s mee te maken was dan ook niet tegen dovemansoren gezegd. Integendeel. Met boekontwerpster Sophie van Kempen begaf ik me onlangs naar het fraaie pand van DPN om de ‘prelaunch’, een soort voorgeboorte, van Challenging Changes te beleven.

Sophie van Kempen en Ad Lansink met de door de boekontwerpster uitgedachte boekomslag. Op de achtergrond de vierkleuren offset pers waarop Challenging Changes eind augustus 2017 gedrukt gaat worden (Foto: Leo Schrijver, DPN)

Eerste indruk
DPN beschikt over een fraaie HP Indigo 7800, een digitale drukpers, waarmee snel kwalitatief uitstekend drukwerk kan worden geproduceerd. Challenging Changes zal later op een vierkleuren-offset-pers worden gedrukt. Maar voor een dummy is de digitale pers het aangewezen instrument. De in technologisch opzicht fabelachtige machine produceert in zeer korte tijd een uiterst hoogwaardig druksel. De eerste twee hoofdstukken van Challenging Changes en twee interviews waren voor de ‘prelaunch’ tekst- en print-klaar: totaal 92 pagina’s, ongeveer een kwart van de te verwachten omvang van het boek. Aanvulling met lege pagina’s tot de geraamde 360 pagina’s bood de gelegenheid om de waarschijnlijk definitieve rugdikte vast te stellen. Aangezien ook het ontwerp van de omslag gereed was inclusief de flaptekst op de achterzijde, zou de dummy al een goede indruk geven van het te verwachten eindresultaat. Na enkele instellingen kwamen in een hoog tempo de drukvellen uit de machine. Enkele handelingen en minuten later waren de dummy’s klaar: een verrassing op zichzelf. Wie niet beter weet, waant zich het volledige boek rijker. Auteur en boekontwerpster zien met ingehouden trots het (eerste) resultaat van hun inspanningen. Het is tegelijk een stimulans om met gepaste spoed verder te werken aan wat – zo nu al lijkt vast te staan – een fraai eindresultaat zal opleveren.

 

 

 

Chinese Ladder

Ruim een jaar geleden schreef Hugo von Meijenfeldt, in de jaren 80 beleidsmedewerker op het ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer, mij dat de Ladder van Lansink nog springlevend was. Hij lichtte dat toe met de volgende anekdote: “Whatever happened to the famous Ladder Van Lansink?”, vroeg gouverneur Jerry Brown van Californië mij in mijn vorige functie als Consul-Generaal in San Francisco. Ik was stomverbaasd dat hij die 35 jaar oude ladder uit het kleine Nederland kende. Jerry Brown legde uit dat hij in de jaren tachtig, na zijn eerste twee termijnen, door Europa was gaan reizen en in Nederland onder de indruk was geraakt van het eerste Nationaal Milieu Beleidsplan ter wereld en de daarin verklonken afvalhiërarchie’. Zelf had ik via bijdragen aan Environmental Blog Isonomia, contacten met de staf van Eunomia en medewerking aan de website van Bewastewise gemerkt, dat de oorsprong van de ‘waste hierarchy’ in England en de Verenigde Staten inderdaad bekend was. 

Uit de talrijke hits – tegenwoordig ruim 42.000 – die de ‘Ladder van Lansink’ inmiddels scoort bij een zoektocht via Google blijkt, dat de voorkeursvolgorde van het afvalbeheer ook in andere landen veel aandacht krijgt van bewuste (na)volgers en toevallige passanten. Na Nederland bezetten de Verenigde Staten de tweede plaats op de ‘hitlijst’, nog voor België, UK en Duitsland. Volgens de statistiek van WordPress besloeg de totale lijst in 2016 maar liefst 58 landen. Voor 2017 staat de teller op 43 landen. Vragen o.m. uit Oekraïne, Filippijnen, Brazilië en India onderstrepen de wereldwijde bekendheid. Uit een recente link, toegestuurd door Gerard Nijssen, blijkt dat in China een vertaling van de ladder bestaat. Of de vertaling klopt, kunnen kenners van de Chinese taal en tekens misschien beoordelen. Zou ik ooit nog moeten denken aan een vertaling van Challenging Changes – Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy, het boek dat najaar 2017 verschijnt?

Voorbij de littekens

Hoofdingang RadboudUMC: de plaats waar de spannende maanden begonnen

Terugblik op een spannend begin van 2017 met een onverwachte samenloop van gebeurtenissen

Rond de jaarwisseling verwachtte ik een spannend 2017. De vraag of na ‘brexit’ en ‘Trump’ de verkiezingen in Nederland, Frankrijk en Duitsland ook onverwachte uitslagen zouden opleveren hield me bezig, Ook vroeg ik me af of NEC zich – al dan niet met moeite –  in de Eredivisie zou handhaven.  Zelf ging ik een spannend jaar tegemoet met de publicatie van Challenging Changes – Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy. Halverwege 2015 was ik op aansporing van Jan Storm, oud-directeur van Nedvang, nu voorzitter van Wecycle en president-commissaris van de Dar, begonnen aan het boek over de relatie tussen de Ladder van Lansink en de circulaire economie. Bij een gezamenlijk werkbezoek aan AVR in Rotterdam wist de enthousiaste gangmaker mij te overtuigen van het nut van een inhoudelijke, Engelstalige follow up van ‘De Kracht van de Kringloop’. Hij boorde financieringsbronnen aan, en regelde ook een ‘editorial board’, die mij met raad en daad terzijde zou staan. Tegen het einde van 2016 was het manuscript grotendeels klaar, inclusief interviews met insiders als Eurocommissaris Karmenu Vella, Eunomia CEO Dominic Hogg en ISWA-chairman Antonis Mavropoulos. Het eerste kwartaal van 2017 had ik gereserveerd voor schema’s, afbeeldingen, tabellen en eindredactie, plus de controle van de vertaling. Vormgeefster Sophie van Kempen was intussen begonnen aan de lay out en de vormgeving van schema’s en figuren.

De man van de Ladder met schaatskampioenen op de voorpagina van de Gelderlander – 13 februari 2017

Het werk aan Challenging Changes vorderde zo goed, dat ik soms wat losliet over mijn poging om afvalhiërarchie en circulaire economie –  al enige tijd trending topic – met elkaar te verbinden. De Gelderlander zag plotseling aanknopingspunten voor een artikel over de intussen bijna veertig jaar oude Ladder van Lansink. Ik stemde toe. Enige publiciteit leek van belang, ook omdat de gemeente Nijmegen en de DAR meewerken aan het project, financieel en inhoudelijk via een interview met wethouder Harriet Tiemens en Dar-topman Pieter Balth Linders. Toevallig vond het gesprek met de Gelderlander plaats, kort voor mijn bezoek aan Dr Camaro, interventie-cardioloog van UMC Radboud. De huisarts had mij naar hem verwezen vanwege aanhoudende hoge bloeddruk en forse borstpijn na pittige inspanningen. Op de dag waarop ik te horen kreeg, dat hartkatheterisatie noodzakelijk was, stuurde Sjors Molenaar mij de foutloze tekst van zijn interview voor De Gelderlander. En een dag voor duidelijk werd, dat ik met spoed een open-hart-operatie moest ondergaan, verscheen het uitgebreide verhaal over de Ladder van Lansink in de krant, met een aankondiging op de voorpagina. Geen wonder dus, dat een verpleegkundige van de afdeling hartkatheterisatie kort voor het onderzoek zei: kijk nou eens wie we op de afdeling hebben.

Leven als nooit tevoren: dat was nog maar de vraag, vlak voor de hartkatheterisatie op 14 februari 2017. In het interview de eerste aankondiging van ‘Challenging Changes’, het boek dat in het najaar van 2017 verschijnt

De uitkomst van de hartkatheterisatie was duidelijk. Een dotterbehandeling was te riskant. Om verder onheil te voorkomen was een snelle bypassoperatie noodzakelijk. Na een angstige avond en nacht op de afdeling hartbewaking was het zover: een operatie, waar ik vaak over had gehoord, zou ik zelf ‘aan den lijve’ meemaken. De verzekering van de cardiochirurg, dat in het overgrote deel van de gevallen de ingreep slaagt, gaf mij voldoende vertrouwen in een goede afloop. Achteraf is de operatie mij geweldig meegevallen. De nachtelijke uren op de intensive care vlogen voorbij, ook al hield pijn mij uit de slaap. De regelmatige controles, de toediening van medicijnen en de maaltijden vormden een dankbare afwisseling in het rustige post-operatie-ritme. Na de overbrenging naar de verpleegafdeling veranderde eigenlijk weinig, behalve dan de kennismaking met patiënten, die al eerder geopereerd waren. Opnieuw begon een verpleegster over het interview in De Gelderlander. De gedwongen rugligging viel niet mee, de pijn wel dankzij de toediening van pijnstillers. Toen eenmaal drains, infuus en urinekatheter verwijderd waren, werd het verblijf in het ziekenhuis nog dragelijker, ook dankzij de voortreffelijke inzet van de verpleegkundigen, die dag en nacht klaar staan voor hun patiënten.

Welkomstboeketten van de buren, Ds Visscherfonds, Energiepoort, Prinsenconvent, Volvo Nijmegen, Familie,  Editorial Board Challenging Changes en Nijmeegs Ondernemerscafe als teken aan betrokkenheid en meeleven.

Drie dagen na de operatie kon ik al zelfstandig douchen, met moeite maar toch. De maaltijden gingen steeds beter smaken.  De bezoekers – die tussen 15 en 20 uur welkom waren – troffen op de afdeling cardiochirurgie patiënten, die zonder uitzondering uitkeken naar de dag waarop zij naar huis of naar hun eigen ziekenhuis – Rijnstate in Arnhem of CWZ in Nijmegen – mochten terugkeren. Dat gold ook voor mij: precies zes volle dagen na de operatie werd ik ontslagen, gewapend met een medicijnenpaspoort en een recente hartfilm. De fysiotherapeut had al vastgesteld, dat traplopen weer mogelijk was. De artsen, aan wie ik was toevertrouwd – interventiecardioloog dokter Camaro en cardiochirurg doctor Geuzebroek – hadden mij intussen bezocht en teruggekeken op de geslaagde katheterisatie en omleidingsoperatie. Voortgeduwd door echtgenote Ans bracht een verrijdbare stoel mij naar de hoofdingang van het RadboudUMC. Boekontwerpster Sophie van Kempen, die op de middag van het ontslag op ziekenbezoek kwam reed mij naar huis, waar net het eerste boeket werd afgeleverd. Een week na de katheterisatie, waarmee de onverwachte ziekenhuisopname begon, was ik weer thuis. Dat ik een week later een vijftal uren op de Spoedeisende Hulp zou belanden, was even onverwacht als de toename van de pijn na de thuiskomst.

RadboudUMC op Dekkerswald: de plek van de hartrevalidatie

Pijnstillers bleven noodzakelijk, naast de medicijnen die voortaan tot het vaste inname-ritueel behoren. Met de woorden ‘eenmaal hartpatiënt, altijd hartpatiënt’ valt natuurlijk te leven, zeker waar de forse ingreep ook een ‘wake up call’ was. De zichtbare littekens op de borst en het rechterbeen herinneren voortaan aan de geslaagde ingreep. Ik bewaar ook goede herinneringen aan het verblijf in het RadboudUMC, aan de voortreffelijke zorg van staf en verpleging van de afdelingen cardiologie en cardiochirurgie en aan familieleden, vrienden en kennissen, die mij letterlijk en figuurlijk een hart onder de riem hebben gestoken. Het oude hart is vernieuwd, met hergebruik van eigen lichaamsmateriaal. Met dat begrip is ook de cirkel naar ‘Challenging Changes’ weer rond. De dag voor het ontslag kwam ik op de gang Fred Bouman tegen, ook achter een rollator. ‘Pas nog in de krant’, zei hij verbaasd, ‘en nu hier’. Tijdens de hartrevalidatie-middagen op Dekkerswald – tot eind mei ben ik daar bezig – ontmoeten we elkaar opnieuw. Een paar dagen geleden kwam de Ladder van Lansink toevallig weer ter sprake. Ook die cirkel was dus rond. Ik kon Fred en de andere, even sympathieke lotgenoten van de hartrevalidatie melden, dat de publicatie van ‘Challenging Changes’ doorgaat, in het najaar van 2017: een jaar met onverwachte gebeurtenissen. En de andere potentiele littekens: de Tweede Kamerverkiezingen vielen mee, Frankrijk koos voor Europa, en NEC blijft voorlopig in de Eredivisie. 

 

Afvalhiërarchie in India

Afvalpiramide met preventie aan de basis Bron: Still van TEDxMITID
Mr Anurak Chandak aan het woord
Bron: Still van TEDxMITID presentatie

Toeval bestaat niet, zo leerde ik van kunstenaar Han Klinkhamer die meer voelde voor genade, van waar dan ook. Was het dus geen toeval, dat ik tijdens het werk aan ‘Challenging Changes – Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy’ een emailbericht ontving over de promotie van de afvalhiërarchie in India? Ik was net bezig met een paragraaf over de invloed van globalisering op landen als Brazilië, China en India. Het bericht was afkomstig van Peter Wiers, een consultant, die in het voorjaar van 2014 een tiental in afvalbeheer en waterzuivering geinteresseerde managers uit India kennis wilde laten maken met het Nederlandse afvalbeleid. Ter voorbereiding van zijn rondtocht langs instellingen en bedrijven had hij mij gevraagd, wat in het programma kon of moest worden opgenomen. Twee uur brainstormen in Nijmegen leidde tot diverse suggesties, onder meer over werkbezoeken, en tot een uiteenzetting over de Ladder van Lansink.

Afvalpiramide van Chandak met 'Disposal' an de top (Bron: Still van TEDxMITID-presentatie)
Afvalpiramide van Chandak met ‘Disposal’ an de top (Bron: Still van TEDxMITID-presentatie)

Vandaag – ruim twee jaar later dus – schreef Peter Wiers: ‘Zoals u weet, heb ik in 2014 een team van Indiase afval en energie-experts rondgeleid in Nederland. Misschien vindt u het leuk om te zien hoe de zoon van een van hen nu de Ladder van Lansink actief gebruikt om de situatie in India te verbeteren’. Hij voegde een link toe naar de TEDxMITID-presentatie van Mr. Anurag Chandak over de aanpak van de afvalproblematiek in India. Zijn even heldere als inspirerende presentatie, waarin de afval hiërarchie een prominente plaats heeft, is te vinden op https://youtu.be/1TAR9skA6VA. De toehoorders luisteren vol aandacht naar de man, die van de afvalhiërarchie een piramide maakt, met preventie (reduce) aan de basis en verwijdering (disposal) aan de top. Hoe meer preventie (en recycling), des te gemakkelijker is het afvalvraagstuk op te lossen, aldus Chandak, die (nog) niet spreekt over circulaire economie.

De Ladder van Lansink beklimmen, of toch maar beginnen bij preventie?

Na een duidelijke uitleg over de groene stappen van de afvalpiramide illustreert Chandak zijn betoog met enkele basale praktijkvoorbeelden:  hergebruik van draagtassen, prikstokken voor zwerfafval, anaerobe vergisters voor productie van biogas. Op zijn oproep tot hulp bij de oplossing van het afvalvraagstuk volgt een klaterend applaus. De presentatie van Chandak leert, dat ook in India de zorgen voor het leefklimaat erkend worden. Bij de beheersing van het afvalvraagstuk is ook daar de Ladder van Lansink het onbetwiste kader, overigens in relatie tot het klimaatvraagstuk en het energiebeleid. Desondanks blijven globalisering, geopolitieke ontwikkelingen en het tot nu vrijwel onbeheersbare vrije marktdenken zaken die aandacht verdienen.

Connecting waste hierarchy and circular economy Schema uit 'Challenging Changes' Ontwerp: Ad lansink en Sophie van Kempen
Connecting waste hierarchy and circular economy
Voorpublicatie uit ‘Challenging Changes’
Ontwerp: Ad Lansink en Sophie van Kempen

Chandak wijst in zijn boeiende voordracht terecht op de mogelijkheden en wenselijkheden van lokale initiatieven, zoals ook in Nederland vaak de nadruk wordt gelegd op decentraal afval- en energiebeheer. De spanning echter tussen regionalisatie en globalisering wordt in India nog niet ervaren, evenmin als de dilemma’s, die eerder vroeg dan laat om keuzes vragen: overheidssturing of producentenverantwoordelijkheid; fiscalisering of marktwerking; bindende richtlijnen of productenvrijheid; nationale aanpak of internationale speelruimt, leaseconstructies of eigendomsrecht. Gestimuleerd door het onverwachte emailbericht over de afvalhierarchie in India, werk ik nog even door aan ‘Challenging Changes’, een pittige maar mooie uitdaging op zichzelf.

EU CEP: realisme zonder veel ambitie maar met afvalhierarchie

Verpakkingsmateriaal (Foto: Ad Lansink)
Verpakkingsafval (Foto: Pascal Vyncke, www.seniorennet.be)

De Europese Commissie heeft op de afgesproken datum – 2 december 2015 – de nieuwe strategie voor de bevordering van de circulaire economie gepubliceerd. ‘Closing the loop’ is de naam van het ‘Circular Economy Package’ (CEP), dat naar eigen zeggen ambitieus genoemd wordt. Dat klinkt overdreven, temeer waar de kwantitatieve doelstellingen lager uitpakken dan die van het programma van de vroegere EC-commissaris Janez Potočnik. Frans Timmermans, de vicepresident van de EC trok dat stevige programma kort na zijn aantreden in. Zijn dereguleringsopdracht liet hem geen andere keus zo leek het. Na kritiek uit diverse hoeken, ook uit het Europees Parlement zegde Timmermans toe, dat hij samen met enkele betrokken collega’s een ambitieuzer programma zou opstellen. In het nieuwe bredere pakket zou circulaire economie de grondslag vormen.

Kwantitatieve verschillen tussen het ingetrokken en nieuwe pakket aan maatregelen
Kwantitatieve verschillen tussen het ingetrokken en nieuwe pakket aan maatregelen

De toezegging van een ambitieuzer programma is met ‘Closing the loop’ niet waargemaakt. Nog afgezien van de vraag of alle kringlopen volledig gesloten kunnen worden, kiezen Timmermans c.s wel en  terecht de afvalhierarchie – de Ladder van Lansink – als kader voor de nieuwe aanpak.  Van deregulering is geen sprake. Dat is maar goed ook, want de weg naar circulaire economie vergt nu eenmaal sturing van overheidswege. Voeg daarbij de grote verschillen tussen de lidstaten, en duidelijk wordt, dat ook op het vlak van de harmonisatie nog veel te doen is. Het tijdpad van 15 jaar en het in 2030 te behalen recyclingpercentage van 65% betekenen een versoepeling ten opzichte van het door Potočnik ingediende plan, dat – zo bleek al eerder – op tegenstand van andere Europese commissarissen stuitte.

From linear to circular : Schema uit De kracht van de Kringloop (2010) door Ad Lansink en Hannet de Vries-in 't Veld
From linear to circular : Schema uit De kracht van de Kringloop (2010) door Ad Lansink en Hannet de Vries-in ’t Veld

Het CEP oogt al met al realistisch. Maar betwijfeld mag worden of de circulaire economie de impulsen krijgt, die in het vooruitzicht zijn gesteld. Terugdringen van voedselverspilling en aanpak van het plastic vraagstuk zijn terechte prioriteiten. Maar deze actiepunten zouden ook buiten het ‘frame ‘ van de circulaire economie tot uitvoering moeten komen. Tegengaan van verspilling is feitelijk een zaak van keiharde preventie, en aanpak van de plasticvervuiling een soortgelijke uitdaging, liefst binnen maar eigenlijk ook buiten materiaalketenbeheer. Dat de EC het storten van afval sterk wil terugdringen is prijzenswaardig. Maar ook in dit geval wordt gekozen voor een geleidelijke weg. Een eerder overwogen ‘ban on landfilling’ is kennelijk van tafel geraakt. Ook verbranding van afval in het kader van ‘Energy of Waste’ programma’s blijft mogelijk. Wie het hele pakket aan maatregelen – een actieprogramma en een reeks voorstellen tot aanpassing van de richtlijnen – overziet, stelt vast dat ecodesign, recycling en industriele symbiose de pijlers zijn, waarmee de circulaire economie gestalte moet krijgen. De EC hecht terecht waarde aan de Extended Producer Responisibility. De gebruikers mogen echter niet vergeten worden. Daarom moeten naast gebruik van duurzame materialen ook product- en materiaalhergebruik krachtig bevorderd worden.

Pallets (Foto: Pascal Vyncke, www.seniorennet.be)
Pallets (Foto: Pascal Vyncke, www.seniorennet.be)

‘Timmermans gaat Europese afvalberg te lijf’, luidt de kop in het Financiële Dagblad van 2 december 2015. De onbevooroordeelde lezer vraagt zich af, of de vicepresident van de EC het hele afvalbeleid naar zich toe heeft getrokken, en ook of hij de eerste Eurocommissaris is, die de afvalproblematiek aanpakt. Dat is niet het geval. Eerdere milieucommissarissen wisten echt wel van wanten, getuige ook de verdergaande  voorstellen van Janez Potočnik. Timmermans is evenmin alleen verantwoordelijk voor het CEP. Zijn medecommissarissen Elzbieta Bienkowska (interne markt), Karmenu Vella (milieu) en Jyrki Katainen (banen en groei) hebben ongetwijfeld ook een bijdrage geleverd. De keuze van een bredere, op circulaire economie, gerichte aanpak, compenseert misschien de magere kwantitatieve doelstellingen van het in woorden wel omvangrijke pakket. Dat er nog veel werk aan de winkel is blijkt uit de  ‘circulaire dilemma’s, die hooguit impliciet aan de orde komen:

  • Sturing door de overheid of producentenverantwoordelijkheid
  • Fiscale regelgeving of geliberaliseerde markt (met internalisering van milieukosten?)
  • Bindende richtlijnen of vrijheid productontwerp(ers)
  • Nationaal beleid of internationale samenwerking en regelgeving
  • ‘Lease society’ of recht op eigendom
  • Regionale of continentale markten

Of de waar- en werkelijkheid wel of niet in het midden liggen moet de toekomst uitwijzen. Stakeholders hebben de tijd tot 2030.  Intussen blijft de Ladder van Lansink richtingwijzer voor het materiaalketenbeheer. Dat is geen verassing voor politici en beleidsmakers, die weten dat alleen het uitspreken van de woorden ‘circulaire economie’ onvoldoende is voor een echte transitie.

 

 

 

 

Klimaatwet: wensdenken of werkelijkheid

OLYMPUS DIGITAL CAMERAHet discutabele Urgenda-vonnis, waarmee de (lagere, dat wel) rechter het kabinet opdroeg om een krachtiger klimaatbeleid te voeren, heeft geleid tot nieuwe pleidooien voor een Klimaatwet. De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) dringt aan op een dergelijke wet, en een deel van de Tweede Kamer klampt zich om begrijpelijke redenen vast aan het RLI-advies om de noodzakelijke CO2-reductie wettelijk te borgen. Wetgeving waarin lange termijn doelstellingen worden vastgelegd – soms toegepast in de VS – is nieuw voor Nederland. Duitsland en Frankrijk hadden geen Klimaatwet nodig om de Europese doelstellingen te halen. De Duitse wet met de regeling van de terugleververgoeding steekt overigens anders in elkaar dan de door de RLI bepleite Klimaatwet naar Amerikaanse snit. Frankrijk bereikt een aanzienlijke CO2-reductie door de combinatie van kernenergie en waterkracht.

Transitieopgave per energiefunctie Paars = Hoge energiewarmte; Blauw = Transport en mobiliteit; Lichtblauw = Verlichting en apparaten; Oranje = Lage temperatuurwarmte Bron: Rijk zonder CO2, RLI, september 2015
Transitieopgave per energiefunctie
Paars = Hoge energiewarmte; Blauw = Transport en mobiliteit; Lichtblauw = Verlichting en apparaten; Oranje = Lage temperatuurwarmte
Bron: Rijk zonder CO2, RLI, september 2015

RLI: Rijk zonder CO2
Toch verdient ‘Rijk zonder CO2’, het RLI-advies  aandacht, al was het alleen al omdat kernenergie niet wordt uitgesloten en fossiele energie pas op termijn in de ban wordt gedaan. Anders dan sommige lieden willen doen geloven, is directe sluiting van alle kolencentrales niet de hoogste wijsheid, evenmin als het kennelijke dogma om van kernenergie af te zien. De RLI richt trouwens de aandacht niet alleen op de elektriciteitssector, maar analyseert ook drie andere sectoren: de energievraag bij gebruik van lage en hoge temperatuurwarmte, en de sector transport en mobiliteit. Wie het grote aantal verkeersbewegingen waarneemt, weet, dat ook daar forse milieuwinst te behalen is. Kennelijk kan de mobiliteitssector zich nog steeds onttrekken aan de pressie een stevig klimaatbeleid. Het vliegverkeer mag nog groeien en het transport over de weg ondervindt – afgezien van tolplannen – geen belemmeringen. Hoe het ook zij: pleidooien voor een Klimaatwet verdienen serieuze aandacht. Maar dat wil niet zeggen, dat wettelijk afdwingbare verplichtingen eenvoudig zijn op te leggen. Integendeel. Daarbij komt, dat de energiemarkt geen grenzen kent, letterlijk noch figuurlijk. Dat geldt voor primaire energiebronnen als kolen, olie en gas maar ook voor de energiedrager elektriciteit, op welke wijze opgewekt dan ook.

Gewenste ontwikkelingen
De RLI maakt in het even degelijke als verrassende rapport ook duidelijk, dat alles moet meezitten wil het doel van een nagenoeg fossielvrij Nederland in 2050 gehaald worden. Naast positieve, feitelijk gewenste ontwikkelingen, die er inderdaad toe doen zijn schetst de RLI even zo vele ‘tegenhangers’, die er niet om liegen. Eerst de gewenste ontwikkelingen op een rij:

  • Een klimaatakkoord met bindende afspraken voor China, India, Noord-Amerika en Europa
  • Waarmaken van de ambities van de Europese Energie-unie in alle lidstaten
  • Zon wordt de belangrijkste energiebron, waardoor de vraag naar kolen sterk afneemt en uitstoot van CO2 na 2040 sterk daalt.
  • Maatschappelijk aanvaardbare en betaalbare ondergrondse opslag van CO2 (CCS) waardoor fossiele brandstoffen ruimte houden binnen een koolstofarme economie
  • Sterke verbetering van geopolitieke verhoudingen, waardoor afhankelijkheid van brandstoffenimport niet langer relevant is
  • Geïntegreerde bedrijfsmodellen benadrukken comfort, waardoor gekoppelde technologieën diverse marktpartijen bedienen.
  • Versnelde elektrificatie van het energiesysteem door ruime en betaalbare stroomopslag voor decentrale energiesystemen,
  • Doorbraak van thorium-reactortechnologie als goedkope en betrouwbare energiebron voor grote elektriciteitscentrales.
Primaire energievraag in PJ (links) en CO2-emissies in Mt (rechts) in 2012 voor de functies lage temperatuurwarmte (paars), hoge temperatuurwarmte (groen), licht,apparaten en databeheer (blauw) en transport en mobiliteit (oranje) Bron: Rijk zonder CO2, RLI (september 2015)
Primaire energievraag in PJ (links) en CO2-emissies in Mt (rechts) in 2012 voor de functies lage temperatuurwarmte (paars), hoge temperatuurwarmte (groen), licht,apparaten en databeheer (blauw) en transport en mobiliteit (oranje)
Bron: Rijk zonder CO2, RLI (september 2015)

Contra-indicaties
Maar de RLI schetst ook de overeenkomstige ‘tegenhangers’, negatieve ‘drivers ‘dus die een fossiel-arme, laat staan fossiel-vrije toekomst tot een illusie kunnen maken. Blijft een klimaatakkoord uit, dan gaat of moet elk land zelf kiezen tussen aanpakken van of aanpassen aan de klimaatproblematiek. Komt geen Europese Energie-unie tot stand, dan leidt nationaal energie- en klimaatbeleid tot concurrentie en tot nieuwe energiegrenzen binnen de EU. Een ander risico ligt in het onvolledig doorbreken van zonne-energie door onvoldoende koopkracht en te hoge kapitaalkosten. Zou CCS ook na 2030 niet van (of beter: in) de grond komen, wordt de rol van fossiele brandstoffen kleiner, maar nemen de energiekosten toe. Wanneer geopolitieke verhoudingen slechter worden, daalt het vertrouwen in internationale energiemarkten. De voorkeur voor Nederlandse energie neemt – zo lang gas gewonnen wordt – toe. Een andere tegenvaller is de eventuele versnippering van de markt van energietechnologieën:  de overheid moet dan (bij) sturen om een veilige, betrouwbare en betaalbare energievoorziening te waarborgen. Leveringszekerheid blijft immers het trefwoord. De RLI noemt ook expliciet tegenvallers bij voorzieningen, die ik al jaren geleden essentieel achtte: opslag van duurzame energie en kernenergie voor productie van basisvermogen. Blijft opslag van duurzame elektriciteit onhaalbaar, zullen schommelingen in de productie – dagelijks maar tussen de jaargetijden – het aandeel van zon- en windenergie beperken. En kernenergie gaat verder terrein verliezen, vooral wanneer de thorium-reactortechnologie niet tot wasdom komt: een negatieve ontwikkeling voor grootschalige stroomopwekking, die nodig blijft voor de industrie.

the-waste-hierarchyVoorkeursvolgorde met criteria
Hoewel een Klimaatwet een goed instrument kan zou zijn voor een consistent en geloofwaardig klimaatbeleid, kan moeilijk ontkend worden, dat bij de keuze van de energiebronnen in beginsel alle opties open moeten blijven. Daarbij kan een voorkeursvolgorde  – naar analogie van de afvalhierarchie – aan de hand van criteria behulpzaam zijn. Ook dient onderscheid gemaakt te worden tussen nationale resultaat-verplichtingen en internationale inspannings-verplichtingen. De afdwingbaarheid speelt daarbij een belangrijke rol, omdat de vrije energiemarkt geen grenzen kent. De tijd zal niet alleen leren of en in hoeverre een fossiel-vrije toekomst mogelijk is, maar ook of een Klimaatwet al dan niet blijft steken in wensdenken. Kenners van transities weten, dat de ene overgang de andere niet is. Wil Nederland de ambities waar maken, dan zijn daden – effectieve maatregelen – nodig, naast een groot draagvlak.

Proud to be on the #bewastewise ‘Waste Influencers List 2015’

WasteWise-Logo_174x1072On August 4, 2015, the website be Waste Wise announced the list of 30 individuals who made it to their Waste Influencers List 2015. To my great surprise , I found my name on the international list of leading figures in the sector of waste management. The list includes well-known names such as, for example, Shaun Frankson ( founder of The Plastic Bank which makes plastic waste a currency to reduce global poverty); Liz Goodwin (CEO of Waste & Resources Action Programme); Ellen MacArthur (founder of the Ellen MacArthur Foundation, very active in the field of circular economy); William McDonough (designer, advisor and co-author of Cradle to Cradle); Janez Potočnik (Co-Chair of UN International Resource Panel and Former European Commissioner for Science and Research and Environment). According to the staff of be Waste Wise, every person on this list is there because they communicated about waste management in a way that resonated with their audiences on social media. be Waste Wise is a non-profit organization and their motive is to enhance collaboration and the dialogue on waste solutions. For me it’s a great honor to be one of the 30 Waste Influencers 2015.

2015-Global-Dialogue-Logo-500x500-2015-07-06-300x300be Waste Wise also organizes ‘The 2015 Global Dialogue on Waste’: an important and well known series of panel discussions and interviews which will be broadcast live on every Wednesday from August to December, 2015. Share the website of be Wastewise to follow the discussion about interesting questions such as ‘Source segregation or commingled recycling?’ and ‘Can we recycle everything?’. Other interesting topics are for example: Culture, consumption and waste management; Preventing waste through education and community engagement; New waste treatment technologies; and of course – in view of the realization of the Waste Influencers List: Role of social media in waste management.

Met ‘crowdasking’ en #LansinkLadder de ‘cloud’ in

De oproep van www.wastewise.be
De oproep van www.wastewise.be

Crowd, cloud en hashtag zijn termen, die in de digitale wereld van vandaag geen vertaling meer nodig hebben. ‘Volk en wolk’ voor ‘crowd en cloud’ zou kunnen, maar ook op onbegrip stuiten. Crowdsourcing is intussen alom bekend geworden als een ongedachte maar werkbare financieringsbron.  De onbegrensde cloud met zijn ontelbare klanten en bestanden is, hoewel onzichtbaar, overal aanwezig. En de hashtag – het befaamde # teken – is de kapstok, waaraan zowel namen als begrippen worden gehangen om met onmetelijke snelheid over het wereld-wijde-web hun weg te vindent. Ranjeth Annepu – cofounder en curator van de (Amerikaanse) website Be Wastewise – komt de eer toe van de koppeling van de hashtag aan de Ladder van Lansink, ook wel aangeduid met afvalhiërarchie of ‘waste hierarchy’.  De voorkeursvolgorde voor het afvalbeheer heeft met  #LansinkLadder een synoniem erbij gekregen. Waarom de naam van de ‘father of waste hierarchy’ – de vertaling door de editors van Be Wastewise en Isonomia – voorop staat is mij niet duidelijk. De alliteratie zou bij de andere volgorde ook wel werken. Misschien heeft Ranjeth Annepu gedacht, dat de man van de ladder er eerder was dan de ladder zelf. Dat is natuurlijk zo.

De antwoorden van 'The father of waste hierarchy'
De antwoorden van ‘The father of waste hierarchy’

Hoe het ook zij: zijn voorstel om via  ‘crowdasking’ – ook een nieuwe webterm – vragen te verzamelen, die vervolgens themagewijs aan mij zouden worden voorgelegd, heeft goed gewerkt te oordelen naar de onderwerpen van de binnengekomen reacties. Steve Watson van Isonomia heeft die reacties geordend en verwerkt in een twaalftal vragen, die mij ter beantwoording zijn voorgelegd. Het resultaat is inmiddels in twee delen gepubliceerd, zowel door Isonomia als door Be Wastewise. Het eerste deel betreft de vragen over de afvalhiërarchie, en de toekomstige ontwikkelingen in het afvalbeheer, met name rond preventie en recycling. Het tweede deel gaat in op het ‘trending topic’ van de circulaire economie, met de boeiende vraag of ‘Zero waste’ haalbaar is. De gelegenheid, die Isonomia en Be Wastewise mij geboden hebben om ook buiten de landsgrenzen aandacht te vragen voor het onderwerp, dat mij al sinds 1979 bezig houdt, verdient grote waardering. Het is een mooie aansporing en uitdaging om de bewerking en vertaling van ‘De Kracht van de Kringloop’ letterlijk en figuurlijk voort te zetten, via deze Angelsaksische websites, maar wellicht ook in de vorm van een blog of boek.

Interart 25 Jaar: Vier de verbeelding, met o.m. Alexander Bobkin

Alexander2
Alexander Bobkin voor twee van zijn grote doeken in Galerie Interart bij de opening van de combinatietentoonstelling op 31 augustus 2014
Foto: Ad Lansink

Dank zij de uitnodiging van Alexander Bobkin voor de opening van een combinatietentoonstelling bij Interart in Heeswijk-Dinther ontdekte ik, dat de befaamde Galerie en Beeldentuin al weer 25 jaar bestaat. Ik herinner me als de dag van gisteren, dat ik in 1991 de expositie van beeldend kunstenaar Robert Terwindt en beeldhouwer Piet Slegers mocht openen, toen nog in het oude gemeentehuis, waar de galerie vanaf 1989 was gevestigd. Van de fraaie beeldentuin had ik wel gehoord, maar ik was er nog nooit geweest. Ook de duurzame galerie, waarmee Astrid en Dick Rakhorst enkele jaren geleden hun fraaie beeldentuin hadden verrijkt, had ik nog niet kunnen bewonderen. De deelname van Alexander Bobkin aan de expositie, waarmee Interart het jubileumjaar 2014 afsluit, was een mooie aanleiding om een bezoek te brengen aan wat waarschijnlijk de mooiste beeldentuin van Nederland is.

as-en-dick-2014.jpg-klll
Astrid en Dick Rakhorst in hun duurzame, indrukwekkende galerie
Bron: www.interart.nl

De tijdelijke parkeerplaats – een weide naast het terrein van Interart – leerde al snel, dat veel kunstliefhebbers de weg naar het artistieke domein van Astrid en Dick Rakhorst hadden weten te vinden. De even enthousiaste als ondernemende galerie-eigenaren maken – zo blijkt uit de immense beeldenverzameling – het motto van het jubileumjaar ‘Vier de Verbeelding’ in alle opzichten waar. De bezoekers van de even omvangrijke als gevarieerde beeldentuin kijken hun ogen uit. Grote en middelgrote beelden en sculpturen in staal, brons, hout, keramiek, graniet, glas of kunststof van een reeks befaamde kunstenaars bieden een goed zicht op de actuele beeldhouwkunst. De opstelling in de open, groene ruimte geeft de kunstliefhebber een mooie indruk van wat hij of zij bij plaatsing in eigen tuin mag verwachten. Terug naar de (voor 2014 slot-) tentoonstelling in de galerie: een combinatie van bekende en nieuwe kunstenaars. De Belgische kunstenares Jenny Verplanke toont  opvallende,  en toch ingetogen schilderijen, de Iraanse Chahab Tayefeh-Mohajer bijzonder kleurrijke  schilderijen en gravures en de uit Rusland afkomstige, maar al jaren in Wychen en Nijmegen actieve Alexander Bobkin zijn mysterieuze, tegelijk boeiende schilderijen. Interart presenteert verder – binnen en buiten – het werk van  Carlos Mata en Harry de Leeuw, twee gerenommeerde beeldhouwers, die al langer deel uitmaken van de collectie.

Boekomslag
De Kracht van Duurzaam Veranderen: het boek van Anne-Marie Rakhorst, waarvan in maart 2013 de 2e druk verscheen
Uitgave: Search Knowledge – Scriptum
ISBN 9 789055 942244

De hartelijke ontmoeting met Alexander en Ludmilla Bobkin leidde vanzelf tot de, achteraf hernieuwde kennismaking met Astrid Rakhorst, die vrijwel meteen haar echtgenoot inlichtte over de opening in 1991, toen de galerie pas kort bestond.  Dick Rakhorst herinnerde zich mijn naam, maar in ander verband. Via zijn dochter Anne-Marie – oprichter en tot voor kort eigenaar van het toonaangevende adviesbureau Search – was de link naar de Ladder van Lansink, C2C en Michael Braungart snel gelegd. Wat begon met een boeiend bezoek aan de combinatietentoonstelling van Interart, met Alexander Bobkin als mediator, eindigde met een verrassend gesprek over wat Anne-Marie Rakhorst in de afgelopen jaren heeft meegemaakt, over haar te vroeg gestorven echtgenoot Eugene Janssen, en over de wijze waarop zij de tegenslagen te boven is gekomen. Ik kreeg in ruil voor het boek ‘De Kracht van de Kringloop’ haar nieuwste boek mee, een herinnering aan een bijzondere dag in Heeswijk-Dinther, waar de verbeelding gevierd kan worden tot en met 12 oktober 2014. De galerie en beeldentuin van Interart zijn een bezoek ten volle waard.

Topper 2013-2014: het verleden achterna of voorbij?

P1050040
President Gabriel van Heusden overhandigt de plaquette van Sint Anneke (Foto: JMBLvD)

De Nijmeegse Carnavalsvereniging Sint Anneke roept elk jaar een min of meer bekende land- of stadgenoot uit tot Topper.  Jonny Jordaan was de eerste ‘persoonlijkheid uit de wereld van de vaderlandse sport, politiek, amusement of juist uit de Nijmeegse scene’  – aldus een van de criteria – die zich Topper 1976-1977 van Sint Anneke mocht noemen, gevolgd door Leo Horn (1977-1978) en Norbert Schmelzer (1978-1979). Toen ik op 18 november 1978 in de nadagen van Prins Ad I van Knotsenburg de heugelijke onderscheiding van de vroegere minister van buitenlandse zaken mocht bijwonen, kon ik niet bevroeden, dat Sint Anneke mij ooit Topper van Sint Anneke zou maken. En evenmin, dat Prins Hans IV (Ruys) daarbij ook nog een duit in het zakje zou doen, onder meer verwijzend naar Schaaralaaf.

P1030695
Ereplaquette St. Anneke voor Topper 2013-2014

Wonderen en verrassingen zijn de wereld (nog) niet uit. Integendeel. Ruim 35 jaar later – op 25 januari 2014 – kreeg ik na een daverende ontvangst in een volle, tijdelijk gehalveerde Jan Massinkhal uit handen van President Gabriel van Heusden een fraaie plaquette met de voorzijde van de heilige vrouw met kruik en glas. In het verenigingswapen is Sint Anneke slechts van achteren te zien. De plaquette is een blijvende herinnering aan een ongedachte en onvergetelijke happening. Dat daarbij mijn hele, niet alleen carnavaleske doopceel, werd gelicht, deed evenmin pijn als de opvallende verwijzing naar wat letterlijk en figuurlijk een staande uitdrukking is geworden: de Ladder van Lansink. Knotsenburgers en andere gasten weten nu ook dat de man van de ladder in het Italiaans  ‘E’ olandese il padre della gerarchia di gestione dei rifiuti’ wordt genoemd.

P1050063
De Topper 2013-2014 zingt met het kabinet van Prins Hans IV Knotsenburgse schlagers (Foto: JMBvD)

De ‘padre’ maakt nu dus deel uit van het bonte genootschap Toppers, dat CV Sint Anneke heeft weten te vergaren: niet alleen oud-politici als Norbert Schmelzer, Frank de Grave en Jan Terlouw, maar ook befaamde sportlieden als Fannie Blankers Koen, Coen Molijn. Ada Kok en Nelli Cooman; niet alleen sterke marsleiders als Tony van Dongen en Chris Bos, maar ook bekende artiesten als Eddy Christiani en Hetty Blok; en niet te vergeten Theo Eikmans, in Knotsenburg nog meer bekend als Prins Theo I en vooral Graodus fan Nimwegen. Hoe het ook zij: mij past een bescheiden plaats in de eregalerij, ook door de vraag of ‘Toppers het verleden achterna of voorbij’ gaan. De enthousiaste leden van Sint Anneke hebben intussen opnieuw laten zien, dat zij heel wat mans en vrouws zijn, binnen en buiten Knotsenburg.