Doe mij maar …..

Het Gezicht van Nijmegen en De Kaaisjouwer

Het Gezicht van Nijmegen, naar het ontwerp van Andreas Hetfeld

Kunst en politiek: dat is een moeizame verhouding, vooral wanneer de openbare ruimte in het geding is. Ik herinner me het debat in de Nijmeegse Gemeenteraad, begin jaren zeventig, over de Blokken van Struycken. De aankoop werd met een meerderheid van een paar stemmen beslist. Vrijwel alle fracties – het waren er toen maar vijf – stemden verdeeld. De Blokken van Struycken doorstonden gelukkig de politieke smaak-test, zij het op het nippertje. Een andere publieke blikvanger, waarbij ik nauw betrokken was – de Zonneboom van Andreas Hetfeld – bleef een smaaktest bespaard, ook al moesten Andreas en ik kritiek van de Commissie Beeldkwaliteit weerleggen voordat we in 2012 het met steun van bedrijfsleven en gemeente Nijmegen gerealiseerde kinetische kunstwerk bij Station Heyendaal mochten plaatsen.

Andreas Hetfeld op de uitkijk vanuit het geraamte van het Gezicht van Nijmegen, na het laswerk in de gal van scheepswerf Gelria

Nu Andreas Hetfeld met volle overgave hart, hoofd en handen inzet voor de realisering van het Gezicht van Nijmegen – het meer-mans-grote masker, dat aan de Spiegelwaal gaat verrijzen – is in de oudste stad van Nederland een discussie losgebarsten over een ander beeld, dat in de openbare ruimte gestalte moet krijgen. Het is de Waterwolf, die na de herinrichting van de oostelijke Waalkade bezoekers moet verleiden tot een selfie, althans volgens wethouder Noel Vergunst, die met een geforceerde verwijzing naar het Romeins verleden zijn handen in het publieke vuur heeft gestoken voor dit even artistieke als discutabele project. Zit Nijmegen echt te wachten op een Waterwolf met Romeinse halsband, zo vraagt menig kunst- en stad-lievende burger zich af. Waarom krijgt de Kaaisjouwer van Margriet Hovens geen plaats op de plek, waar de arme zakkendragers hun zware werk ooit verrichtten?

De Kaaisjouwer, naar het ontwerp van kunstenaar Margriet Hovens (Stichting De Nijmeegse Kaaisjouwer)

Trouwens, het Gezicht van Nijmegen – resultaat van een artistieke wedstrijd ter opluchting van  het gebied rond de Spiegelwaal – zou evenmin op de oostelijke Waalkade misstaan, niet ver van het Valkhof, waar het originele Romeinse masker te bezichtigen is. De Commissie Beeldkwaliteit beoordeelt elk project op eigen merites, veelal kritisch en met ongedachte invalshoeken, zo weet ik uit ervaring. De Hommage aan de Sint Steven van kunstenaar en ex-prins Toon Heijmans, te bewonderen schuin tegenover het Stadhuis, was volgens de Kunstcommissie te anekdotisch. De commissie vergat dat carnaval anekdotische trekken heeft. Maar de bronzen schepping van Toon Heijmans staat er wel, sinds 2006. Zelfs unanieme adviezen van bevoegde commissie kunnen dus in de wind geslagen worden.

Schets van het Ontwerp van de Waterwolf, gesitueerd op de oostelijke Waalkade, naar het ontwerp van De Spaceboys (Deventer), ontleend aan De Gelderlander

Zou dat ook kunnen met de Waterwolf van de Space Cowboys, een kunstenaarsduo uit Deventer ? Dat valt te bezien, nu de opdrachtgever en de vergunningverlener samenvallen in hetzelfde bestuursorgaan: het College van B & W, dat overigens wel – en dan niet alleen om financiële redenen – het oordeel van de Gemeenteraad zou kunnen vragen. De artistieke inhoud telt, de historie evenzo maar ook de vraag welke projecten wel en niet op financieel steun mogen rekenen. De afloop van een raadsdebat staat intussen ook niet vast. Kijk maar naar vroeger, toen de Blokken van Struycken op de agenda stonden. Goede raad is duur, letterlijk en figuurlijk. Vandaar een poging tot een bescheiden aanbeveling in de vorm van een persoonlijke hitlijst: 1: Het Gezicht op Nijmegen; 2: De Kaaisjouwer; 3: De Waterwolf met toebehoren. Een geruststelling: alle beelden zijn ‘selfieproof’.

Het Gezicht van Nijmegen is intussen in aanbouw: op weg van de ene scheepswerf (Gelria), waar Adres Hetfeld het laswerk uitvoerde, naar de andere (Millingen) waar de afbouw van het kolossale kunstwerk plaats vindt.

Rondje Holdeurn

Op stap door een klein deel van het Nederrijkswald

Topografische kaart 1:25.000

Net buiten de bebouwde kom van Berg en Dal, vlak onder en naast het recreatiepark Tivoli, ligt de buurtschap Holdeurn: een twintigtal verspreide boerderijen, huizen en hotel De Holthurnsche Hof. Het hotel is gevestigd in het uitgebreide complex van het vroegere vormingscentrum Ons Erf. Voor 1951 was De Holthurnsche Hof een bosrijk landgoed. Het heuvelachtige bosgebied leent zich goed voor korte maar inspannende wandelingen, met – in het vroege voorjaar – een aardig zicht op enkele bijzondere gebouwen en op een paar stokoude bomen: overgebleven uit de tijd van de verbinding tussen Nederrijkswald en het Duitse Reichswald.. De gedetailleerde stafkaart toont de forse hoogteverschillen en  – in rood – een deel van de Verhalenroute over de historische betekenis van het gebied.

Wegwijzer Verhalenroute Holthurnsche Hof

Het bosrijke gebied kent inderdaad al een lange geschiedenis. Bij De Holdeurn was ooit een groot ovencomplex gevestigd, waar dakpannen en tegels werden gebakken en aardewerk werd geproduceerd voor de Romeinse legerplaatsen in Nijmegen, Xanten en Bonn. De opschriften van het bij opgravingen gevonden aardewerk bewijzen de Romeinse oorsprong. De leem werd in de de buurt gevonden, hout voor de ovens ook. Wandelend door het bos, is moeilijk voorstelbaar, dat bijna twee millennia geleden Romeinen hun tenten hadden opgeslagen in De Holdeurn.

Bosweg van de Valkenlaagte naar de Oude Kleefse Baan

Wie belangstelling heeft voor bomen in allerhande soorten en maten moet beslist op onderzoek uitgaan in De Holdeurn. De hotel-eigenaar – nu Fletcher Hotels – heeft geen bezwaar tegen het gebruik van zijn parkeerplaats. Vandaar bereikt de wandelaar via de Valkenlaagte vanzelf het bosgebied met die naam, met meerdere wandelpaden in de richting van de Oude Kleefse Baan. Beuken en eiken zijn in de meerderheid. Sommige bomen zijn niet ontsnapt aan de messen van lieden met een boodschap.

PPachtboerderij van De Holthurnsche Hof

De gebruiksgeschiedenis van de Holdeurn kent nogal wat variaties, waarvan de sporen in het landschap zijn terug te vinden. Bosbouw was uiteraard gebruikelijk, maar de weiden en landbouwgronden zijn pas in de zestiende eeuw ontstaan door ontginningen. Na het vertrek van de pottenbakkers werd De Holdeurn het domein van hout-vesters en bosbouwers – zoals ook elders in het Nederrijkswald en boeren. De oudste nog aanwezige boerderij is de pachthoeve van De Holthurnsche Hof, een T-vormig bouwwerk: het voorhuis is later aangebouwd. Het witte pand trekt vanuit meer hoeken de aandacht.

Landhuis De Holthurnsche Hof in het vroege voorjaar van 2019

Het landhuis is in de 19e eeuw gebouwd op de plaats waar al een boerderij stond. Gerardus Roelofs uit Wyler (D) kocht die boerderij in 1847 om na gedeeltelijke sloop een mooi landhuis te bouwen, met een siertuin aan de voorkant en met tamme kastanjes – bekend van de Duivelsberg – aan weerszijden van het huis. Na Roelofs, raadslid en wethouder in Groesbeek trof het landhuis als eigenaren van Huet: 1863-1867; van Lamme: 1867-1906; Hintzen: vanaf 1906, waarna Ons Erf het landgoed in 1950 kocht. Tuinarchitect Poortman schiep in 1909 een romantische tuin en parkaanleg.

Kijkkast over de Romeinse pannenovens (achterzijde)

Kiest de bezoeker van De Holthurnsche Hof de vroegere ingang aan de Oude Kleefse Baan – kort na Maaikenshof – dan worden vrij snel de herinneringen aan de Romeinse Potten- en Pannen-bakkerij uit de 1e tot de 3e eeuw na Chr. zichtbaar: een doorkijk-tableau van staal, en een afbeelding van een reconstructie van de fabriek. ‘

Reconstructietekening van Romeinse pannenovens

Een onbekende (?) marketeer uit een verleden schreef ooit: Vanaf deze plek zorgen we ervoor, dat ons leger – dat zijn kampen heeft opgeslagen bij Noviomagus – optimaal kan blijven functioneren. De arbeiders halen de leem hier uit de bodem en bakken er pannen, tegels en vaatwerk van. De ovens zijn continu in bedrijf. Ons aardewerk van hoge kwaliteit gaat vooral naar het leger zelf maar ook naar particulieren. Ik blijf me verwonderen over onze kunde en vindingrijkheid’. Ronkende taal, toen al.

Het is een van de verhalen, die past bij De Holthurnsche Hof, net zo als de (levens) verhalen van de bewoners van het fraaie landhuis, die ongetwijfeld genoten hebben van het gevarieerde landschap, de bijzondere natuur en de historische koptekst. Wie meer wil weten over dit kleinood wijs ik graag op het Groesbeeks Milieu Journaal, nr 2017-169, waarin Peter Poels en Peter Thissen uitvoerig berichten over De Holthurnsche Hof: van boerderij tot buitenplaats.

Zicht vanaf de vroegere toegangsweg naar De Holthurnsche Hof (foto’s: Ad Lansink)

Weg met de ‘gooizooi’

GoClean Festival in Zevenaar – bewustmaking van onderaf met Litterati App

Ad Lansink verklaart de ‘impact’ van de Go Clean- Litterati campagne op de afvalhierarchie en het integraal ketenbeheer

Afvalhierarchie en circulaire economie houden me nog wekelijks bezig, veraf maar ook dichtbij, soms zelfs vlak bij huis. Zo mocht ik onlangs voor leden van Rotary Nijmegen het een en ander vertellen over ‘Challenging Changes’, het boek waarin ik de verbinding tussen de Ladder van Lansink en circulaire economie uiteenzet. Dat ik daarbij kort terugkeer naar 1979, het jaar waarin ik de motie over de inrichting van het afvalbeheer in de Tweede Kamer indiende ligt voor de hand. Mijn presentatie leidde tot een reeks vragen, ook over een zijpad: leidt het geringe aantal beta-parlementariers tot verschuivingen in diepgang en thema’s of spelen andere factoren een rol. Dat laatste kon ik beamen, verwijzend naar versnippering, verrechtsing en de komst an internet en sociale media.

Aankondiging GoClean/Litterati Data Festival in Zevenaar

Over versnippering gesproken: het onderwerp zwerfafval brengt mij bij het verzoek van de organisatoren van het GoClean Festival om tijdens de startbijeenkomst in het Liemers College te Zevenaar op 15 maart 2019 de relatie tussen de bestrijding van zwerfafval en de Ladder van Lansink toe te lichten. Zorgvuldig afvalbeheer is inderdaad een van de pittige uitdagingen voor de samenleving, op weg naar (meer) circulaire economie. Het was even zoeken naar enkele concrete  aanknopingspunten. Zwerfafval is immers eerder een gevolg van gemakzucht en slordigheid. Zwerfvuil past niet echt in de afvalhierarchie, of het zou een afkeurenswaardige vorm van ‘landfilling’ zijn: het op microschaal dumpen of weggooien van afgedankte spullen. De echte relatie tot integraal ketenbeheer ligt natuurlijk in bewustwording en mentaliteit.

Mogelijke circulaire lekken bij integraal (afval) ketenbeheer

Opruimen is voor de meeste mensen een gewone zaak, thuis, op school of het werk. Oprapen ook, ondanks het bukken. Maar het oprapen van zwerfafval ligt al minder voor de hand. Ergernis over wat slordige lieden hebben weggegooid wordt zelden omgezet in een enthousiast opruimen van de rommel van andere mensen. Bovendien klemt de vraag, of het wel helpt. Na een paar dagen vindt de milieubewuste wandelaar of fietser weer blikjes of flesjes langs de weg. Alleen opruimen schiet dus niet op: Er moet meer gebeuren, ook volgens Stichting GoClean de Liemers. De oplossing ligt in recycling en registratie van het ingezamelde zwerfafval. Het mes snijdt aan twee kanten: opbrengst aan herbruikbare materialen en verzameling van data, die onderzocht kunnen op herkomst, functie en materiaal.

Schema over impact van Litterati voor ketenbeheer

In Zevenaar trof ik naast burgemeester Lucien van Riswijk en gedeputeerde Michiel Scheffer ook Merijn Tinga, de befaamde ‘Plastic Soup Surfer’, die met Suze Govers van Recycling Netwerk Benelux een krachtig pleidooi hield voor invoering van statiegelden: het gebed zonder einde, waarmee ik al in 1991 begon. Ik ontmoette bij GoClean ook Jeff Kirscher, de bevlogen bedenker, oprichter en CEO van Litterati: het op een ‘community’ gebaseerde internationale registratie- en analyse-systeem voor zwerfafval, dat de Stichting GoClean tijdens het meerdaagse festival in Arnhem en de Liemers uitrolt, in de stellige verwachting dat de ingezamelde gegevens producenten, consumenten en overheden aan het denken en het doen zetten. Jeff Kirschner, zei terecht: ‘Individually you can make a difference, but together we create an impact’

Jeff Kirschner, bedenker en CEO van Litterati aan het woord

Analyse van de gegevens, verzameld via de app en systematiek van Litterati, geeft inzicht in de aard en samenstelling van het zwerfafval door het slimme gebruik van tijd en plaats, vanzelf vastgelegd bij de beelden, opgeslagen in smartphones, die voor vrijwel iedereen een onmisbaar instrument zijn geworden. Analyse van de data biedt zicht op de komaf en (vroegere) functie van het opgeraapte zwerfafval (verpakkingen, kleding, rookwaar, etc). Met de uitkomsten kunnen de partijen, die zich verantwoordelijk weten voor integraal ketenbeheer aan de slag. Overheden – zowel lokaal, regionaal als nationaal – kunnen bij het ontwerp en de handhaving van maatregelen en wettelijke regels bijdragen aan een drastische vermindering van het zwerfafval. Statiegeld op blikjes en plastic flessen kan later via Litterati getoetst worden.

Beeld van Litterati-Map (19-03-2019): Arnhem + Zevenaar winnen met 107.000 meldingen voorlopig dik van Nijmegen met 4.000 meldingen. Go Clean voegt de komende dagen 50.000 toe

De initiatiefnemers van GoClean de Liemers – Peggy Blaauw, Marloes Heebing en Joyce Bosveld – kunnen terugzien op een geslaagde aftrap van een festival, dat elders navolging verdient. Jeff Kirschner en Dick Ayres, strategy officer van Litterati, waren met mij onder de indruk van GoClean. Burgemeester Lucien van Riswijk bedacht overigens een nieuw woord voor zwerfafval. De eerste burger van Zevenaar vindt, dat zwerven op zich een (te) positief gevoel oproept, Vandaar zijn verrassende voorstel om zwerfvuil voortaan weg-gooizooi te noemen. Misschien beklijft het woord ‘gooizooi’, misschien ook niet. Hoe dan ook: aan het zomaar weggooien van allerhande spullen moet een halt toegeroepen kunnen worden. Litterati helpt iedereen op weg, ook buiten de Liemers.

De GoCleaners, klaar voor de start, gewapend met de Litterati-app

Even naar Antwerpen

Met Pär Larshans en Graham Aid naar World Resources Forum: Closing Loops – Transitions At Work

Gevel van Museum aan de Stroom

Enkele weken na de jaarwisseling vroeg Par Larshans Sustainability Corporate Resposibilit and PA Officer van de Ragn-Sells Groep in Stockholm of ik in 2019 opnieuw naar Zweden wilde komen. Mijn bezoek in juni 2018 was goed bevallen. Hij dacht aan twee bijeenkomsten in Stockholm en bovendien aan een bezoek aan Arendal in Noorwegen met de actieve deelname aan een conferentie over circulaire economie. Na mijn toezegging zouden we tijdens het World Resources Forum (WRF) in Antwerpen, waar hij met collega Graham Aid een workshop zou houden, over de invulling van mijn nieuwe trips naar Scandinavië overleggen. Die workshops over afvalbeheer en innovatie vonden plaats op 26 februari 2019, de tweede dag van WRF: Closing loops – Transitions at work.

Met Graham Aid (Rain-Sells Group) at the entrance of the Flanders Meeting & Convention Center Antwerp: the place of World Resources Forum 2019

Zo kom je nog eens ergens. Die al eerder gebruikte woorden werden opnieuw waar in de befaamde Vlaamse Havenstad. Twijfelend tussen auto en trein koos ik vanwege de (te) korte overstaptijd in Breda en mogelijke vertragingen toch voor de Volvo V60. De vertrektijd van 7.00 uur zou mij op tijd – zo tegen kwart over negen – op het Koningin Astridplein brengen: de plaats van een mooie parkeergarage en ook van het FMCCA: het Flanders Meeting & Convention Centre, waar het World Resource Forum plaats vond. Files bij Eindhoven en Ranst, vlak voor Antwerpen zorgden desondanks voor vertraging. Ik trof Par Larshans even over half tien in de hal, waar hij mijn accreditatie al had geregeld.

Een selfie met stafleden van FostPlus: PR-Manager Fatima Boudjaoui en Marketing Manager Adriaan Lowet

De workshop ‘There is no such thing as waste – true or false’ leidde na een interessante discussie met de inleiders waaronder Par Larshans (die de innovatie-strategie van Ragn Sells belichtte aan de de hand van de door terugwinning van fosfaten via de ArcPhos-technologie)  tot het niet of nauwelijks verrassende antwoord ‘true’. Afval is (of bevat) inderdaad veel grondstoffen. Over de wijze waarop de stelling ‘waste is a source of resources’ waargemaakt kan worden liepen de meningen wel uiteen. Van bovenaf of juist van onderop, met of zonder inbreng van de overheid, en met welke instrumenten: normstelling, belastingen, subsidies en zo voorts.

Mieke Vercaeren – Hoofd Sustainable Groups van Colruyt – is blij meet haar exemplaar van Challenging Changes

Par Larshans had de avond voor de trip naar Antwerpen al laten weken, dat in zijn bloed infecties waren aangetroffen, De artsen van het ziekenhuis in Antwerpen, waar hij onderzocht was, wilden hem niet laten gaan. Maar Par wilde de deelnemers van de workshop niet teleurstellen. Na zijn voordracht en de daaropvolgende discussie vetrok hij weer naar zijn hotel. Graham Aid die zich intussen bij ons had gevoegd zorgde voor de verdere begeleiding, onder meer naar een van de ‘Interactive Deep-Dive-Sessions. Wij kozen voor het thema E-Circular Lab, waar na een zestal ‘pitches’ een interactieve discussie met de deelnemers uiteenlopende ideeen opleverden over de vraag hoe materialen en producten een tweede en derde leven kon worden bezorgd.

Landmark in Antwerpen: Oude Kraan bij Bonapartedok. Op de achtergrond: Restaurant De Batavier (in het witte, ronde hoekpand)

Met Graham Aid belandde ik aan de tafel, waar de ‘pitch’ over de inzet van robotica en artificial intelligence (AI) uitgangspunt voor het brainstormen was. De inleidster vroeg om oplossingen voor problemen waar zij bij de opzet en uitwerking van het project – de bouw van een (Spaanse) robot voor de scheiding van huishoudelijk afval tegen aan gelopen was. Zelf bracht ik een van mijn stokpaarden naar voren; het belang en het effect van bronscheiding, nog voor het moment waarop afgedankte spullen in het restafval terecht komen: merkwaardig genoeg een vroege vorm van handpicking, terwijl de afvalrobot bedoeld is om handpicking zoveel mogelijk te voorkomen. De oplossing ligt in de verzameling van data, de ontwikkeling van algoritmes en de inbouw van sensoren, die een vergaande scheiding moeten waarborgen.

Museum aan de Stroom, gezien vanaf de Sint Aldegondiskaai

Na de lunch bezocht ik een boeiend mini-seminar over het belangrijke thema ‘Circular economy as enabler for climate policy’. Daar werd de onbetwiste relatie tussen deze trending topics van meer zijden belicht en alom bevestigd. De laatste ‘Interactive Deep-Dive Session’, waar ik weer nieuwe inspiratie opdeed, betrof het alomtegenwoordige thema van de verpakkingen, met als host FostPlus: ‘Circularity in action: Plastic packaging waste, a 360 grade approach  on collecting, sorting and recycling’ met een boeiend betoog van Mieke Vercaeren (Colruyt). Aansluitend nodigde Graham Aid mij uit voor een diner in een typisch Belgisch restaurant, op een steenworp afstand van het MAS: het bijzondere Museum aan de Stroom om na te praten, af te spreken en te praten over verdere samenwerking. Zoveel lijkt zeker: in mei, juli en augustus voert ‘Challenging Changes’ mij weer naar Scandinavië. 

Rondje Hatertse Vennen

Met de Drompvent-genoten aan de wandel op een lente-achtige winterdag van 2019

Detail van Kaart ontleend aan vouwblad van IVN-Grave (ivn.nl)

Wie meer dan vijf jaar niet meer in de Hatertse Vennen is geweest, kijkt zijn ogen uit in het nu open landschap. De verbossing van het uitgestrekte vennengebied had in de vorige eeuw zoveel verdroging veroorzaakt dat een forse ingreep noodzakelijk was. De overal opgeschoten bomen hadden zo veel water onttrokken aan de met heide bedekte bodem, dat sommige vennen bijna geheel dicht waren gegroeid. De herstelplannen van de Provincie Gelderland en Staatbosbeheer kregen eerst nogal wat kritiek te verwerken. Die kritiek verstomde toen het aanvankelijk voorgenomen plan om 70 hectare bos te kappen werd teruggebracht tot 36 hectare. Daarmee wisselde in de loop van 2013 11 procent van het bosareaal in heidegrond. Bovendien werden 4 dichtgegroeide vennen uitgebaggerd. Ook werd op sommige plaatsen landbouwgrond teruggegeven aan de natuur.

Doorkijk vanaf het voetpad naar het Uiversnest, een van de grote Hatertse Vennen

De harde kern van wat destijds ZOW- en later QZ-veterinnen waren treft elkaar jaarlijks tijdens een zomerreünie in het buitenverblijf van de familie Heikens in de Frans buurtschap Drompvent, niet ver van de befaamde wijnstad Macon. Aan de op zich al mooie reeks bijeenkomsten is enige tijd geleden een Nijmeegse winterreünie toegevoegd, om oude herinneringen op te halen, een nieuwe ‘Franse’ week te plannen en om van elkaars gedeelde kookkunsten te genieten. Tussen de bedrijven door komen ook ‘wereldse’ vraagstukken langs: natuurlijk Trump, Brexit en Europa, maar ook Nederland en Nijmegen. Tussen de koffie met gebak en de uren van drank, hapjes en diner, wordt er op 16 februari 2019 stevig gewandeld. De zonnige tocht voert de reünisten door de Hatertse en Overasseltse Vennen, onder de rook van Nijmegen, en niet ver van de plek, waar de hedendaagse leden van QZ op een behoorlijk niveau de hockeysport beoefenen

Alle Drompvent-genoten (zonder fotograaf Ad en zonder Fifi)) op een rij. Van links naar rechts: Lonneke, Els, Puck, Yolande, Kees, Jeanette, Ans, Gertjan en Wim.

De parkeerplaats vlak bij Landwinkel – vroeger Kaasboerderij – De Diervoort is een goede startplaats voor een rondwandeling van ongeveer 6 km, eerst ten westen van de Sint Walrickweg, de doorgaande weg van Nijmegen naar Overasselt. Via een geel-rood gemarkeerde route passeren de wandelaars het kleine Gagelven, en vervolgens het veel grotere Uiversnest. Dan volgt in de verte het Kersjesven. Aangekomen op een kleine heuvel, kort voor het fietspad naar Sint Walrick, boeit het uitzicht op het Eendenven, een van de grotere waterpartijen. De route gaat verder in de richting van de Sint Walrick Kapel en de Lapjesboom, vlak bij het kampeertrein van Scouting Nederland. Autogeluiden leren, dat Restaurant Sint Walrick – het levenswerk van uitbater Hennie van Hout en keerpunt van het ‘Rondje Hatertse Vennen’ – op gehoorafstand ligt

Onderweg: vrije sparren bij een van de kleine Hatertse vennen

De Drompvent-genoten zijn wel wat gewend. Zij kiezen dus niet voor de snelle terugtocht over het fietspad langs de Sint Walrickweg, maar volgen op een kleine 200 meter vanaf de viersprong de omweg van de geel-gemarkeerde route tussen het Schietven en het Meeuwenven door. Op de viersprong van wandelpaden kan gekozen worden uit drie varianten. Linksaf wenkt op een heuvel een bank om te genieten van het uitzicht op het Botersnijderven. Rechtsaf voert de route naar het kantoor van Staatsbosbeheer: een omweg langs de Rietvennen, het Roelofsven en het Bijven. De zon zakt al wat weg: daarom wordt gekozen voor een snelle ‘bypass’: rechtdoor om ten oosten van Botensnijder de wandeling voort te zetten.

Langeven-Zuid: met Aangeven Zuidde langste waterpartij van de Haterse Vennen

Via een langgerekte bocht om het terecht geheten Langenven bereiken de wandelaars de Parkse Steeg – de verharde weg naar Malden – en de Sint Walrickweg. Na het oversteken van die weg volgt vrij snel een pittige klim – een voorbeeld van de hoge en droge stuifzandruggen, waaraan de Hatertse Vennen rijk zijn – waarna het Talingerven met zijn vreemde vorm in beeld komt. Het ook weer zichtbare Uiversnest maakt duidelijk, dat de parkeerplaats niet ver weg meer kan zijn. Intussen hebben de wandelaars kunnen genieten van het even geaccidenteerde als afwisselende landschap: een uniek natuurgebied, zelfs in het winterse jaargetijde, waarin flora en fauna nog tot leven moeten komen.

Zicht op het Langeven-Noord, terwijl de middagzon het landschap kleurt

De Drompvent-genoten kunnen zich nauwelijks voorstellen, dat destijds – bij het bekendmaken van het plan om iets te doen aan de verdroging van de Hatertse vennen – nogal wat bezwaren bestonden tegen het kappen en rooien van zoveel bomen. Intussen zijn ook de criticasters van toen bekeerd tot aanhangers van de stevig vernieuwde Hatertse Vennen. Opnieuw bleek, dat niet alle menselijke ingrepen verfoeilijk zijn, integendeel.  Soms moet de natuur een handje geholpen worden bij de instelling van een nieuw, duurzaam evenwicht. Dat het zelfs halverwege februari goed toeven en wandelen was, is waarschijnlijk te danken aan de al dan niet van klimaatverandering bevangen weergoden.

Herinneringen aan Boy Raaijmakers (1944 – 2018)

Het Willem Breuker Kollektief in de oertijd van haar bestaan: Boy Raaijmakers zonder instrument op de eerste rij van een typisch vervoermiddel

‘Zijn muziek was zijn leven’
Kort na de jaarwisseling las ik in de Volkskrant het overlijdensbericht van Boy Raaymakers, de befaamde Nijmeegse jazzmusicus, die ik begin jaren zeventig in de City Bar van Jo Samson had leren kennen. Daar kwam ik te weten, dat hij ook buiten Nijmegen bekend stond als een kundig en enthousiaste muzikant, die met eigen jazz combo’s zijn muziek aan het vinyl had toevertrouwd. Na zijn opleiding aan het Arnhems conservatorium had hij zich snel ontpopt als een professionele trompettist, die ook in kleinere orkesten regelmatig zijn improvisatietalent liet horen. Ik noem het Free Music Quintet van Pierre Courbois en Peter van der Locht, en niet te vergeten het Kwartet en Kwintet Boy Raaijmakers – zie afbeelding – en het Sextet van Michiel Braam en Greetje Bijma. In de jaren zestig was hij overigens een van de gangmakers van de Nijmeegse jazzscene, onder meer als lid van de Charles Town Jazz Band. ‘Zijn muziek was zijn leven’, aldus zijn familie in het onverwachte overlijdensbericht. 

Hoes van Kwintet Boy Raaijmakers – In een van de silhouetten is Boy Raaijmakers te herkennen

Willem Breuker Kollektief
Sinds de oprichting in 1974 maakte Boy Raaijmakers deel van het beroemde Willem Breuker Kollektief. Zou het aantal opnames, registraties en producties maatgevend zijn, dan scoort het orkest van Willem Breuker ongetwijfeld het hoogst op de persoonlijke hitlijst van Boy Raaijmakers. Hij was tientallen jaren – tot 2007 – lid van het wereldwijd bekende jazz-orkest van de man, die al zijn bandleden tot hun recht liet komen. Het Willem Breuker Kollektief was meer dan de som van de delen, meer dan een gezelschap loutere solisten. Wie de onnavolgbare ‘sound van de in 2010 overleden Willem Breker en zijn musici – muzikanten zou geen recht doen aan hun  kwaliteiten – wil beluisteren, wijs ik op ‘Out of the Box’: de verzameling van 11 CD’s met boek, uitgebracht door BV Haast in 2017. Ook de video ’30 Years of History’ uit 2005 toont de veelzijdigheid van het Willem Breuker Kollektief, dat improvisatie tot een kunst apart maakte.

Reunie 2007 bij het Kroegtafereel, in 1977 geschilderd voor Jo Samson van de City Bar in de Houtstraat Nijmegen, door Rob Terwindt, links vooraan

Theatrale effecten
Willem Breuker maakte van zijn Kollektief een muzikaal genootschap met een eigen geluid en stijl en met een ongedachte veelzijdigheid. Het veelkleurige repertoire bestond uit jazz, improvisatiemuziek, nieuwe composities, film- en theatermuziek, en mengvormen. Bij de live-optredens werden theatrale effecten niet vermeden, zoals ik zelf bij optredens tijdens het North Sea Jazz Festivak in den Haag heb kunnen waarnemen. Met gepaste trots zag ik toen, hoe Boy Raaijmakers met zijn trompet mooie en pittige bijdragen leverde aan de onvergetelijke muziek van het Willem Breuker Kollektief. Met trompettist Andy Altenfelder was Boy ook gemakkelijk te porren voor acrobatische toeren of onverwachte acts, zoals die van de gearmde Troubadours, die al walsend hun rol blijven vervullen, terwijl Willem Breuker met zijn mannen en vrouwen doorspelen alsof er niets aan de hand is. 

Reünie 2007: Boy Raaijmakers, Marie-Josee Ceulemans en Rob Hoogveld; op de achtergrond het Kroegtafereel met in de hoek Jan van Teeffelen en Ad Lansink

Perplex staan
Soms deed Boy Raaijmakers ook in de City Bar onverwachte dingen. Ik doel niet zozeer op een plotselinge trompetsolo, wel op een minder plezierig voorval, ergens in 1975. Rob Hoogveld had mij een langspeelplaat uitgeleend met carnavalsmuziek voor een superacht film over de Knotsenburgse optocht. Toen Jo Samson mij de plaat aanreikte, rukte Boy de schijf uit mijn handen, zette zijn been op een stoel en brak de LP doormidden. Ik stond even perplex. Sommige stamgasten lachten besmuikt, anderen hadden met mij en de LP te doen, ook Boy’s broer Kees, die uiteindelijk de gemoederen suste. Boy moest kennelijk niets hebben van carnavalsmuziek. Ik ontdekte jaren later, dat het Willem Breuker Kollektief soms vlotte circusmuziek speelde, met groot plezier, ook van Boy, met wie ik later weer in gesprek raakte over politieke en andere zaken. Voor Rob Hoogveld vond ik gelukkig in den Bosch een ander exemplaar met de ‘verscheurde‘ carnavalsschlagers.

Reünie 2007: Annemiek van Woerden en Jo Samson zijn goed zichtbaar, boven en achter Duc Brinkhoff, Harrie van Kuyk en Boy Raaijmakers

Kroegtafereel City Bar
Boy Raaijmakers was in de bloeitijd van de City Bar een van de stamgasten, die door zijn muzikale talenten ook buiten Nederland zeer bekend was. Het lag daarom voor de hand, dat hij een van de karakteristieke figuren was op het Kroegtafereeel, dat Rob Terwindt voor Jo Samson in 1976 en 1977 schilderde. Toen ik als laatste stamgast in het atelier van de kunstenaar aan het Pijkegas mocht poseren voor een plaats in de rechterbenedenhoek van het doek, pal onder stadsfotograaf Jan vanTeeffelen, draaide Rob Terwindt – al dan niet toevallig –  een LP met muziek van Boy Raaijmakers. Het Kroegtafereel werd op 30 mei 1977 onthuld, de verjaardag van Jo Samson. In 1987 besloot de befaamde uitbater zijn café van de hand te doen, tot verdriet van zijn stamgasten, die voor een deel verkasten naar Café Goossens op de Grote Markt. Ook het Kroegtafereel vond daar onderdak, na eerst enkele jaren een wand van Cafe Biessels te hebben verfraaid. 

Reünie 2012: Stamgasten van de City Bar bij en achter het Kroegtafereel, voor de deur van Jo Samson aan de Waalkade. Boy Raaijmakers staat uiterst rechts, zijn broer Kee op bovenste rij rechts.

Reunies: einde van een tijdperk
Na de verhuizing van het Kroegtafereel naar de Grote Markt besloot Jo Samsom elke vijf jaar een reünie te organiseren met alle stamgasten, die door Rob Terwindt vereeuwigd waren. De eerste reünie vond plaats in 1992, bij Cafe Biessels, de volgende reünies in 1997, 2002 en 2007; alle drie in Cafe Goossens, waarbij het steeds een kunst was om de stamgasten te fotograferen volgens de opstelling van het Kroegtafereel. Het tableau de la troupe was evenmin elke keer compleet, aanvankelijk door toevallige afwezigheid, later als gevolg van overlijden. Boy Raaijmakers was in 2007 aanwezig, en ook in 2012 toen het schilderij verhuisd was naar de woonkamer van Jo Samson aan de Waalkade. Het zou ook de laatste reünie van de stamgasten zijn. Jo Samson en Annemiek van Woerden overleden namelijk in 2014 en 2011. De groep mannen en vrouwen van het Kroegtafereel wordt kleiner en kleiner. Het leven is eindig, muziek niet, woorden en beelden evenmin. Vandaar deze herinneringen aan een bijzonder mens. 

Tijd voor verandering

Overhandiging van ‘Challenging Changes’ aan Minister of State for Administrative Reform, Anya Ezzeddine in Beirut  (27-09-2018)

Het ene jaar is het andere niet,

zo schreef ik op de laatste dag van 2017 boven een terugblik op het jaar, dat getekend werd door twee afzonderlijke maar toch met elkaar verbonden gebeurtenissen: de geslaagde open-hart-operatie, en de verschijning van Challenging Changes: mijn Engelse boek over de relatie tussen afvalhierarchie en circulaire economie. Beide gebeurtenissen lieten ook in 2018 hun overkomelijke, zelfs vreugdevolle sporen na. Overkomelijk was de nodige medicatie om de met vijf bypasses weer goed werkende kransslagader te behoeden voor nieuw ongerief. De na de revalidatie voorgeschreven trainingsuren waren moeilijker vol te houden. Vandaar de heuse belofte aan mezelf voor 2019: opnieuw beginnen met dagelijks trainen aan de ‘hand’ van hometrainer Fit Bike en software Kinomap. Met enig geduld en veel doorzettingsvermogen moet dat lukken.

 

Boegbeelden delen kennis in Libanon: van links naar rechts Derk Greedy, Arne Ragossnig, Ad Lansink en Antonis Mavropoulos in de Parliament Library Hall te Beirut

Vreugdevol: dat woord betreft de follow-up van Challenging Changes, ook blijvend maar van andere orde: aflevering van boeken dichtbij huis maar veraf, tot in Australië en Zuid Amerika toe; presentaties voor uiteen lopende gezelschappen, ook buiten Nederland, met als uitschieters Stockholm, Beirut, Johannesburg en Kuala Lumpur; en nadenken over een ebook-versie van Challenging Changes. Tussen de bedrijven leverde ik via een lang videogesprek een bijdrage aan Global Dialoque on Waste: de jaarlijkse reeks webinars van de toonaangevende website Bewastewise, opgericht door afval- en recycling-kenner Ranjith Anepu. Het in 2014 vooral door inspirator Jan Storm beoogde doel – internationale verspreiding van de Ladder van Lansink als routemap voor circulaire economie – werd in 2018 echt werkelijkheid.

 

Ad Lansink in Kuala Lumpur: It’s time for change, all over the world, let’s do it together

Absolute hoogtepunten waren de toekenning van de ISWA Publication Award tijdens het ISWA World Congress 2018 in Kuala Lumpur, en kort daarvoor de invitatie voor WasteCon 2018 in Johannesburg: de 24e tweejaarlijkse conferentie van het Institute of Waste Management of Southern Africa, waar ik de openingsvoordracht mocht verzorgen, en tijdens twee workshops presentaties mocht geven. Johannesburg blijft mij bij door de ontroering bij het gezamenlijk zingen van het Afrikaanse, meertalige volkslied, en door de oprechte en inhoudelijke  interesse voor de lijnen, die ik in Challenging Changes heb uit(een)gezet. De discussies Johannesburg maar ook in Stockholm, Beirut en Kuala Lumpur sterken mij in de overtuiging, dat alle politici en beleidmakers, de noodzaak van internationale samenwerking moeten erkennen. Zoeken naar wat verbindt, en vinden van universele waarden daar gaat het om: It’s time for change, all over the world.

 

Ook Christoff De letter en zijn echtgenote zijn blij met Challenging Changes

Een dag na de terugkeer uit Kuala Lumpur mocht ik de tentoonstelling van Harrie Gerritz openen, bij Galerie Wim de Natris in Nijmegen. De titel van de expositie met fotowerken –  Onderweg – sloot  goed aan bij de trips naar plaatsen en continenten, waar ik nooit eerder was geweest. Vliegangst en vliegschaamte – een van de trefwoorden van 2018 – maakten plaats voor nieuws- en leergierigheid, ook in het ooit verdeelde Beirut, waar na de burgeroorlog de weg naar broederschap is teruggevonden, met vallen en opstaan maar toch. Onderweg naar (h)echte broederschap: dat zou een hartewens kunnen zijn voor een in meer opzichten ‘schappelijke’ samenleving in 2019: vriendschap, broederschap, gemeenschap: kortom maatschappelijk. Of dat lukt valt evenmin te voorspellen als de beurskoersen. Maar de inzet is meer dan de moeite waard nu de wereld op meer plaatsen in onzekerheid verkeert. Politieke moed en een heldere lange termijn visie zijn meer dan ooit geboden.

 

ISWA-President Antonis Mavropoulos kijkt met zelfvertrouwen naar 2019

Wereldreiziger, zo riepen vrienden onlangs tegen me. Inderdaad, in het jaar waarin Nijmegen de eretitel Green Capital Europe 2018 mocht dragen, legde ik met KLM, Air France en Emirates meer kilometers af dan ooit tevoren: een kleine 40.000 km, zo’n beetje de hele wereld rond. Het was een groot voorrecht om oude en nieuwe internationale gangmakers te ontmoeten. Boegbeelden van de afval- en recyclingwereld – om een term uit Nijmeegs bestuurlijke woordenboek te gebruiken – zoals Antonis Mavropoulos uit Griekenland en Derk Greedy uit Engeland (beide actief bij ISWA), Leon Grobbelaar en Linda Godfrey (beide betrokken bij IMWSA (Zuid Afrika), en niet te vergeten Par Larshans van de Ragn Sells Group in Stockholm. Ervaringen uitwisselend, pratend en discussiërend kwamen we steeds en overal tot de conclusie, dat de transitie naar een rechtvaardige en duurzame samenleving moeilijk maar noodzakelijk is. Wederzijdse bemoediging en ondersteuning bleven niet uit, integendeel. 

 

Op naar een voorspoedig 2019, niet met vuurwerk maar met het veelkleurig licht van Kuala Lumpur

De transitie wordt een pittige opgave nu de verrechtsing van de samenleving lijkt door te zetten. Wanneer liegen en bedriegen – zie het verkeerde rolmodel Trump – het nieuwe normaal wordt, dan dreigt een verdere uitholling van broederschap en gemeenschap, met alle nadelige gevolgen van dien. Het wordt tijd, dat politici met oog voor de universele waarden zich teweer stellen tegen de predikers van angst, en tegen de – soms zelfs professorale betweters – die klimaatverandering ontkennen en egotripperij verheerlijken. De gesprekken tijdens de onvergetelijke trips naar Beirut, Johannesburg en Kuala Lumpur – notabene stuk voor stuk opkomende landen = hebben mij gesterkt in de overtuiging, dat 2019 en 2020 een ommekeer kunnen betekenen, in overeenstemming met de lijnen van Laudato Si, de encycliek, waarin Paus Fransiscus de verbinding legt tussen gerechtigheid en duurzaamheid.

 

Gerard Mathot’s kerstgroep terug in Nijmegen

Kerststal van Gerard Mathot, Nebo, Nijmegen. Afbeelding uit: Gerard Mathot, edemptorist en kunstenaar, door Leo Ewals, Kemper Conseil Publishing (2003)

Van Nebo via Petrus Canisiuskerk en Klooster Wittem naar Stevenskerk
Redemptorist en kunstenaar Gerard Mathot c.s.s.r maakte ruim vijftig jaar geleden een bijzondere kerstgroep voor de Gerardus Majella-kerk, onderdeel van het Nebo-kloostercomplex aan de Nijmeegse baan. De kerstgroep was elk jaar rond de kerstdagen te bewonderen, achterin de kerk, waar net genoeg ruimte was om de figuren een mooie plaats te geven. Na de sluiting van de Nebo-kerk gaven de redemptoristen de kerstgroep van Gerard Mathot (en Paula Swenker, die de kleding had ontworpen) in bruikleen aan de Petrus Canisiuskerk. De kerstgroepen Wim van Woerkom en Gerard Mathot trokken veel aandacht van  parochianen en voorbijgangers. In de loop van 2017 wilden de redemptoristen hun eigen kerstgroep terug hebben voor de expositie in Klooster Wittem, de bakermat van de orde. Decor en figuren verhuisden dus naar Zuid Limburg.

Kerstgroep van Gerard Mathot c.s.s.r in Stevenskerk tijdens Kerstmanifestatie 2028 (Foto: Ad Lansink)

Kerstmis 2018
Enkele maanden geleden vroeg Heleen Wijgers, directeur van de Stevenskerk of ik een ruimte wist voor de opslag van de kerstgroep van pater Mathot. De redemptoristen hadden de beelden en het decor aangeboden aan de Stevenskerk op voorwaarde, dat ook de huisvesting van de figuren geregeld zou worden. Heleen Wijgers kwam bij mij terecht via mijn bericht uit 2015 over het ontstaan en de betekenis van Gerard Mathot’s kerstgroep. De vraag naar een geschikte ruimte verraste mij, omdat ik dacht dat de redemptoristen de kerstgroep definitief terug wilden hebben. Kennelijk was de situatie gewijzigd, misschien door de gedeeltelijke verkoop van Klooster Wittem. Ik stelde voor na te gaan of in het Nebocomplex ruimte was te vinden. Opslag in de kelder van de Petrus Canisiuskerk – zoals enkele jaren gebruikelijk was geweest – zou waarschijnlijk op praktische bezwaren stuiten temeer waneer de bruikleen over zou gaan naar de Stevenskerk.

Kameel, drijver en ‘koetsier: grootste figuur uit Gerard Mathot’s kerstgroep

Stevenskerk
Kennelijk is een oplossing gevonden voor de overblijfplaats van de beeldengroep. Gerard Mathot’s kerstgroep is namelijk nu te bewonderen in de Stevenskerk, als een belangrijk onderdeel van de Kerstmanifestatie 2018. Ook Museum Orientalis heeft daarvoor een reeks kleinere kerstgroepen en kerststallen tijdelijk afgestaan, De bezoekers van de Kerstmanifestatie vinden op het voormalige priesterkoor de kerstgroep van Gerard Mathot en in de omgang de overige kerststallen. De kerstfiguren van de bevlogen priester-kunstenaar en ook het originele decor – verbeelding van de Barbarossa-kapel – krijgen in de Stevenskerk volop de ruimte, zozeer zelfs, dat het intieme karakter van het Kerstgebeuren nu minder tot haar recht komt dan op de vroegere locaties. Daar staat tegenover dat de beelden nu goed te bekijken zijn, zonder afleiding door andere zaken.

Kerstgroep van Gerard Mathot c.s.s.r in de Petrus Canisiuskerk, Nijmegen:, Kerstmis 2015 (Foto: Ad Lansink(

Opstelling
Dat de plaatsing van de figuren en de ruimtelijke inpassing van het decor van invloed zijn op de beleving van het kerstgebeuren, wordt duidelijk na vergelijking van de afbeeldingen. In de Nebo-kerk had Gerard Mathot destijds weinig ruimte tot zijn beschikking. De technische ploeg van de Petrus Canisiuskerk had meer vrijheid bij de opstelling van de beelden. Het decor werd daar tegen de zijmuur geplaatst. In de Stevenskerk staat de kerstgroep in de vrije ruimte, op twee Perzische tapijten: een combinatie, die bij bezoekers waarschijnlijk vragen over de samenhang met het kersttafereel oproept. Niettemin is een bezoek aan de Stevenskerk meer dan de moeite waard, al was het alleen al om het beeldend vermogen van Gerard Mathot te bewonderen en uiteraard om de universele betekenis van het Kerstfeest te ondergaan.

Kerststal van Wim van Woerkom in de Petrus Canisiuskerk, Nijmegen. Kerstmis 2015, (Foto: Ad Lansink)

Wim van Woerkom
De Petrus Canisiuskerk toont in 2018 opnieuw de kleurrijke kerstgroep van Wim van Woerkom, de Nijmeegse kunstenaar, die voor die stadskerk de moderne Kruisweg schilderde en de opmerkelijke glas in beton ramen maakte. De vrijwilligers van de Molenstraatkerk plaatsten in de voorhal van de kerk een kerststal met heel wat figuren, niet om de grootste kerststal van Europa in Museum Orientalis concurrentie aan te doen, maar wel om te laten zien, dat Kerstmis een onuitputtelijke bron van inspiratie is, voor professionele en volkskunstenaars.

Kerstgroep Wim van Woerkom – Detail

Intussen bewijst het grote aantal brandende kaarsen en aangestoken lichtjes, dat veel voorbijgangers de weg naar de tijdloze verbeelding van Kerstmis hebben weten te vinden. De kleurrijke figuren van Wim van Woerkom met hun karakteristieke gezichten drukken een en al verwondering uit, en roepen tegelijk bewondering op.

Klimaat: woord en daad aan Kabinet en Kamer

Ongevraagd advies voor premier Rutte en de coalitie, op weg naar haalbaar klimaatbeleid

Sturing blijft noodzakelijk

De krantenkoppen spreken duidelijke taal: ‘Nederlandse CO2-uitstoot in 2020 veel hoger dan aangenomen’ kopt NRC op 5 december. Een dag later: ‘Wereldwijde CO2-uitstoot piekt in weerwil van Parijs-akkoord’, aldus het FD. Kyoto, Kopenhagen, Parijs: protocollen en akkoorden, het blijven woorden zonder lading, breed gedragen begrippen maar vrijwel inhoudsloos. Politici en beleidmakers hollen achter de feiten aan zonder de werkelijkheid in te halen. Het is nog geen race tegen de klok, wel tegen een verdeelde samenleving , die gewend is aan een forse welvaart en verwend met allerhande technologische ontwikkelingen. Rijd in het spitsuur op autosnelwegen of bezoek de vertrekhal van Schiphol om te beseffen wat mobiliteit beteken. Wandel langs verwarmde terrassen of bezie de verlengde openingstijden in winkelcentra om met eigen ogen het consumentisme te zien. Tussen de woorden van het klimaatbeleid en het menselijk gedrag gaapt een kloof, versterkt door de onvrede van mensen, aan wie de welvaart voorbij is gegaan. De politici zijn een (te?) gemakkelijke kop van jut. Onbegrijpelijk is dat niet, want marktwerkingt is nog altijd het parool, terwijl sturing geboden lijkt. De vrije markt kent schaduwzijden en globalisering is onvermijdelijk.

Regeren is vooruitzien, met of zonder akkoorden

Hoe de clash tussen woord en daad te voorkomen: dat is de bange vraag van politici, die niet de waan van de dag tot uitgangspunt van hun denken en doen willen maken. ‘Coalitie mort over ‘duur’ Klimaatakkoord’, aldus het AD, dat de lezer herinnert aan het zelfbenoemde ‘groenste Regeerakkoord’. Het ene akkoord is het andere niet. Zoveel is intussen duidelijke. Mag ik – terug bij het klimaatbeleid – een bescheiden poging doen om een advies te schrijven voor premier Rutte. Hij kent immers de stevige plaats van het klimaatbeleid in het Regeerakkoord, en sprak hopelijk niet voor niets klare taal in zijn spraakmakend interview voor CNN. Bijgestaan door minister Wiebes en enkele mensen met verstand van zaken dient de premier een even beknopt als helder document ten schrijven met dank aan de klimaattafels, en zonder inschakeling van het kennelijk verlammend ‘cockpitsberaad’. Dat document zou hij vervolgens aan het kabinet moeten voorleggen, met de boodschap ‘take it or leave it’. Wijzen zijn collega’s zijn aanpak af, dan is het einde van het verhaal. Een soortgelijke boodschap heeft premier Rutte voor het parlement. Is de meerderheid overtuigd van de noodzaak van actie, en bereid over de eigen schaduw heen te springen, dan vallen er zaken te doen, ook met de samenleving. Vandaar mijn advies:

Bron: Hans Custers: Geen pauze, geen versnelling: de opwarming van de aarde gaat in gestaag tempo door. klimaatverandering.wordpress.com (29 april 2017)

1 Zorgplicht vergt actief klimaatbeleid

Mijn advies op hoofdlijnen omvat negen uitgangs- en actiepunten en een extra aandachtspunt. Dat het samen tien punten zijn geworden berust op toeval, de inhoud niet. Die inhoud begint met de aanvaarding van de noodzaak van een actief klimaatbeleid.  Kijk naar de oplopende temperatuur, en lees alle IPCC-rapporten. De zorgplicht van de overheid dwingt tot actief klimaatbeleid, het (wellicht veiliger) voorzorgbeginsel ook. Dat beginsel was ruim 20 jaar geleden de eensgezinde opvatting van de parlementaire onderzoekcommissie klimaatbeleid. Discussie over dit uitgangspunt lijkt ook overbodig, gelet op het Regeerakkoord 2017.

2 Klimaatbeleid vergt coherente aanpak op basis van kernwaarden

De e  vier kernwaarden, waarop het klimaatbeleid gestoeld moet worden zijn universele uitgangspunten met een ook internationale strekking:  achtereenvolgens gerechtigheid, rentmeesterschap (duurzaamheid), solidariteit en gedeelde verantwoordelijkheid. Beleid dat gestoeld wordt op deze waarden zal bij een groot deel van de samenleving onvrede wegnemen, in materiële en immateriële zin, temeer wanneer de samenhang tussen de achtergronden van de onvrede en van de maatregelen zichtbaar wordt gemaakt. 

3 Financiering klimaatbeleid deels uit algemene middelen

De materiële vertaling leidt tot de hoofdlijn, dat voor de oplossing van grote maatschappelijke vraagstukken de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Gerechtigheid vereist, dat bij klimaatbeleid niet volstaan wordt met de vervuiler betaalt. Een faire lastenverdeling vergt, dat een groot deel (50 %?) van de kosten van klimaatbeleid betaald wordt uit de algemene middelen, gevoed door het draagkrachtbeginsel, dus volgens progressief tarief. Het vervuiler betaalt principe is vervolgens de grondslag voor CO2-beprijzing, energie-belasting, accijnzen en rekeningrijden.

4 Meersporen-aanpak via besparing en ruime diversificatie

Verduurzaming van energie moet krachtig worden voortgezet. Wind, zon en water vormen – indien beschikbaar – onuitputtelijke bronnen waarmee op termijn de energievraag grotendeels kan worden gedekt. Maar discontinuiteit vereist wel tijdige ontwikkeling van opslagsystemen. Waar fysieke opslag van windenergie via waterbekkens moeilijk realiseerbaar is, resteren opties als directe omvorming tot en tijdelijke opslag van waterstof, en opslag van zonne-energie in de accu’s van het geëlektrificeerde wagenpark. Voorkomen moet worden, dat hernieuwbare energie  andere waarden schaad. Denk aan verlies van biodiversiteit en van groene ruimte door aanleg van grote zonne-energievelden

5 Koppel  duurzame bronnen aan opslagsystemen

Wind, zon en water vormen – indien beschikbaar – onuitputtelijke bronnen waarmee op termijn een groot deel van de energievraag kan worden gedekt. Maar discontinuiteit vereist wel tijdige ontwikkeling van opslagsystemen. Waar fysieke opslag van windenergie via waterbekkens moeilijk realiseerbaar is, resteren opties als directe omvorming tot en tijdelijke opslag van waterstof, en opslag van zonne-energie in de accu’s van het geëlektrificeerde wagenpark. Voorkomen moet worden, dat hernieuwbare energie  andere waarden schaad. Denk aan verlies van biodiversiteit en van groene ruimte door aanleg van grote zonne-energievelden

6 Leveringszekerheid vergt moderne kolen (of kern)centrales

In de relatief dichtbevolkte West-Europese landen, ook in Nederland, is  continue elektrisch vermogen noodzakelijk. Waar de beschikbaarheid van kolen- en gasvermogen afneemt, blijft kernenergie de enige mogelijkheid om voldoende basisvermogen te leveren. Deze optie moet overwogen worden, wanneer opslag van CO2 via CCS onmogelijk blijft en de moderne kolencentrales toch moeten sluiten. Bovendien dienen enkele gascentrales beschikbaar te blijven om pieken in de energievraag op te vangen.

7 Behoud voor gasinfrastructuur voor waterstof en biogas

De gasinfrastructuur inclusief enkele gascentrales blijft van betekenis, ook na beëindiging van de gasproductie in Groningen. Noors en Russisch gas is een goede transitie-brandstof, ook om thermodynamische redenen. Daarnaast is het gasnet van waarde voor de waterstof-economie en de inzet van biogas, verkregen uit de verwerking van groen-afval. De omzetting van de overschotten aan duurzame elektriciteit bij een te groot aanbod van zon- en windenergie in waterstof dient een meervoudig doel: opslag en transport van energiedrager, grondstof voor industrieel processen, en brandstof voor mobiliteit. Marktwaardeverliezen van zon- en windenergie worden daarmee voorkomen.

8 Inzet biomassa blijft even omstreden als noodzakelijk

De inzet van biomassa – vooralsnog een van de meest belangrijke bronnen voor hernieuwbare energie – roept welvraagtekens op door de komaf van de bijgestookt materialen. Hoogwaardiger toepassingen verdienen inderdaad voorrang boven massale inzet voor stroomproductie. Moderne afvalverbranders kunnen wel een forse bijdrage blleveren aan de productie van elektriciteit en warmte. Via de afzet van  CO2 dragen zij bij aan de agrobusiness van tuinbouwbedrijven.

9 Beperk mobiliteit, hoe moeilijk te verkopen ook

Verkeer en vervoer zijn tot op heden ontzien, ondanks de forse bijdrage aan de CO2-emissies. De verruiming van de maximum-snelheid staat zelfs haaks op de visie inzake energiebesparing. Datzelfde geldt voor de welwillendheid, waarmee de luchtvaart tegemoet is getreden. De wisselvalligheid bij de stimulering van de elektrificatie van het wagenpark is evenmin bevorderlijk voor actief klimaatbeleid. Rekeningrijden mag daarom niet langer uitgesteld worden, en de luchtvaart behoeft niet langer meer te worden ontzien.

Extra aandachtspunt : bevestig de relatie met circulaire economie

De onmiskenbare relatie tussen het klimaatbeleid en circulaire economie blijkt uit de forse vermindering van CO2-uitstoot, die gerealiseerd kan worden bij de transitie naar circulariteit. Een tot nu toe vergeten invalshoek bij het klimaatbeleid. Denk bij voorbeeld aan het hergebruik van Co2 in bouwmaterialen en andere vormen van COLees Challenging Changes: de uitdaging voor overheid, consumenten en producenten. Hergebruik van producten en materialen levert een pittige bijdrage door de energie, die opgeslagen ligt in materialen als aluminium, staal, beton en kunststoffen. Afstemming en coördinatie zijn geboden, ook om industriepolitieke redenen. Een evenwichtig systeem van CO2-beprijzing biedt uitkomst, wanneer in internationaal verband afspraken kunnen worden gemaakt. Consistentie vereist wel, dat de BTW niet wordt verhoogd op diensten, die verlenging van levensduur (reparatie, renovatie) faciliteren.

Cover Challenging Changes – Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy



Hoogtepunten Kuala Lumpur

ISWA President Antonis Mavropoulos overhandigt Ad Lansink de ISWA Publication Award 2018

Feestelijke uitreiking ISWA Publication Award 2018 voor Challenging Changes
Wie had ooit gedacht, dat ik met de Ladder van Lansink – bijna 40 jaar nadat ik die voorkeursvolgorde voor het afvalbeheer bedacht – de befaamde Petronas Towers in Kuala Lumpur zou beklimmen. In figuurlijke zin dan. Want de tocht naar de hoogste verdieping van de iconische tweelingtorens vereist natuurlijk snelle liften. En het bezoek aan de top en aan de brug – halverwege de beide torengebouwen – was de afsluiting van vijf onvergetelijke dagen in Kuala Lumpur, rond het echte hoogtepunt: de overhandiging van de prestigieuze ISWA Publication Award 2018, die ik met Challenging Changes in de wacht had gesleept. Een onafhankelijke jury had enkele maanden eerder mijn boek over de onmiskenbare relatie tussen afvalhierarchie en circulaire economie gekozen uit 15 genomineerde publicaties.

Dubai, met Emirates naar Kuala Lumpur

Van Afrika naar Azie
De reis naar de grootste stad van Maleisië was op zichzelf al een belevenis. WasteCon 2018, het tweejaarlijkse congres van IMWSA in Johannesburg, en het ISWA World Congress 2018 in Kuala Lumpur lagen zo dicht bij elkaar, dat een rechtstreekse vlucht van het ene (Afrika) naar het andere continent (Azie) voor de hand lag, zij het via Dubai, dat we slechts uit de lucht hebben kunnen bekijken. De luchthaven van Dubai mag er trouwens ook zijn: een en al luxe zoals te verwachten was in de rijke woestijnstad. Van Johannesburg naar Kuala Lumpur: dat betekent een kleine twintig uur onderweg, in de redelijk gevulde vliegtuigen van Emirates. Het is een aardige bijkomstigheid: begrippen, die bekend zijn van de sponsoring van sportmanifestaties en clubs, komen in de lucht tot leven: Petronas en Emirates.

Kuala Lumpur om 23.00 uur, met Petronas Towers

KLCC
De nachtelijke aankomst biedt meteen een verrassend zicht op Kuala Lumpur, de Aziatische stad waar de tijd niet heeft stilgestaan. De verlichte torengebouwen roepen een futuristische sfeer op, zakelijk en toch sprookjesachtig. Het Kuala Lumpur Convention Centre – kortweg KLCC – ligt midden in het zakencentrum, vlak bij de Petronas Towers en het immense Suria KLCC winkelcentrum. Hotel Impiana staat niet ver van het fraaie KLCC, dat met voetgangersbruggen en tunnels snel te bereiken is. Bij de eerste verkenning kijken we – echtgenote Ans, boekontwerper Sophie van Kempen en ik – onze ogen uit. We vallen van de ene verbazing in de andere, in het van liften en roltrappen voorziene winkelcentrum, maar ook in het mooie KLCC-park: een groene oase tussen de talloze torengebouwen. Binnen een halve dag voelen we ons thuis in die uitzonderlijke omgeving.

Opening van het ISWA World Congress 2018, met links Antonis Mavropoulos

Tromgeroffel
De boeiende gebeurtenissen, op weg naar de uitreiking van de ISWA Publication Award 2018, volgen elkaar in hoog tempo op, te beginnen met de borrel en maaltijd met de delegaties van de NVRD en de gemeente Rotterdam, die de toekomstige vestiging van ISWA in Rotterdam vieren: een genoeglijke bijeenkomst, temeer waar de NVRD, voor Nederland lid van ISWA, mijn boek had genomineerd voor de ISWA Award. De ceremoniële opening van het ISWA 2018 World Congress in de immense congreszaal van het KLCC zal ik evenmin vergeten. Ruim  1200 gasten luisterden ingetogen naar het Maleisische volkslied, en zagen na een opwindende show, hoe ISWA President Antonis Mavropoulos, Dr Ho, zijn Maleisische collega en een hoge overheidsdienaar met tromgeroffel het congres voor geopend verklaarden. In het KLCC was intussen de ‘Exhibition’ begonnen, terwijl in de ruime wandelgangen de gasten een grote variatie van dranken en hapjes aantroffen.

Ans en Ad Lansink met Sophie van Kempen voor WOWKL!,bij de ISWA Welcome Reception

Kennisdeling alom
Parallelle workshops op het uitgebreide terrein van afvalbeheer en circulaire economie leerden de congresgangers, dat er heel wat te doen valt om de transitie naar een duurzame samenleving waar te maken. Aan het enthousiasme van de sprekers zal het niet liggen, en aan de inzet van de kennis beluste deelnemers evenmin. De moeilijkheid zit hem natuurlijk in de vertaling van ideeën en plannen in de harde werkelijkheid van alledag, temeer – ook dat werd in Kuala Lumpur duidelijk – vanwege de grote verschillen in welvaart, kennis en middelen. Tegen die achtergrond is kennisdeling van grote betekenis. De uitwisseling van ervaring en de overdracht van technologie vergemakkelijkt de transitie naar circulariteit. Dat daarbij ook de sociale en culturele aspecten een rol spelen, bleek tijdens de enerverende Welcome Reception, op zijn Maleisisch.

Het onvergetelijke hoogtepunt

Hoogtepunt
Nog onvergetelijker was de uitreiking van de ISWA Publication Award 2018 tijdens het ISWA Gala Diner in de met honderden gasten gevulde Ballroom van het KLCC. Op het podium speelde een Maleisische band regionale muziek, zij het met een westerse klankkleur. Aan een ontelbaar aantal ronde tafels genoten de gasten van een acht-gangen-diner naar Oosterse snit. De feestelijke muziek werd af en toe onderbroken voor mededelingen en voor de overhandiging van de Award. Na de aankondiging door ISWA President Antonis liep ik gespannen naar het podium. Daar maakte de nervositeit plaats voor blijdschap en ook trots. Deze waardering had ik in 1979 en de jaren daarna niet kunnen voorzien, ook niet in october 2017, toen ik in Brussel Challenging Changes presenteerde. Vandaar ook mijn welgemeende dankwoorden, in het bijzonder aan het ‘home team’: Jan Storm en de ‘editorial board’, Cobie Jolink, en de gelukkig in het KLCC aanwezige Ans Lansink en Sophie van Kempen.

Dankwoord van Ad Lansink

It’s time for change
Het besluit om de verre reis naar Kuala Lumpur te ondernemen om de oorkonde zelf in ontvangst te nemen, heeft ons – ook Ans en Sophie – onvergetelijke dagen bezorgd, niet alleen om het bezoek aan een land en stad, waar we nog nooit geweest waren, maar ook en vooral door de  hartelijke en inhoudsvolle ontmoetingen en gesprekken: met de staf en leden van de wereldwijde ISWA-gemeenschap, en met congresgangers, die verrast waren door de aanwezigheid van ‘the father of waste hierarchy’. De verbazing dat achter het begrip ‘Ladder van Lansink’ een levend iemand schuil gaat wekte verbazing en waardering. Het was daarom niet moeilijk om na de ontvangst van de Award het volgende slotwoord uit te spreken: ‘It’s time for change, let’s do it together, all over the world’. Wereldwijd: in Kuala Lumpur, in Nijmegen en elders. Want uiteindelijk zijn hoogtepunten niet gebonden aan plaats of tijd.

Ladder van Lansink, Beeldspraak, Knotsenburg en andere topics

Translate »