Closing the loop(s) op een dag als vroeger

Van Nijmegen via Vlaardingen naar den Haag en weer terug naar Nijmegen

Ad Lansink en zijn Circulaire Dilemma’s

Donderdag 17 mei 2018 is een dag geworden zoals ik die in de tijd van het Kamerlidmaatschap, soms ook daarna vaker beleefde. Vroeg op pad en aan het werk, verder trekken naar een ander deel van het land, door naar den Haag en uiteindelijk laat terug naar Nijmegen met veel indrukken en boordevol herinneringen aan bijzondere ontmoetingen. Toen ik op 23 october 2017 tijdens de presentatie van Challenging Changes in Gorinchem aan een staflid van Euroforum mijn medewerking toezegde aan het Circulaire Economie Festival 2018 in Nijmegen kon ik niet weten, wat me op die al  vastgelegde dag nog verder zou overkomen: een stevige voordracht bij de opening van de Groen Gas Installatie in Vlaardingen en de presentatie van een boeiend boek van Marcel ten Hooven bij Paagman in den Haag.

Dagvoorzitter Mark Beumer kondigt Ard Lansink aan

Gespannen
Gelukkig kon ik aan alle uitnodigingen gevolg geven. Het Circulaire Economie Festival in de Kube’ op het Honig Complex begon al om 9.00 uur, en mijn presentatie stond op de rol voor 10.05 uur, meteen na de toespraak van gedeputeerde Michiel Scheffer. Het succes, dat Sophie van Kempen mij voor de start kwam toewensen, bleek nodig, want ondanks mijn ervaring was ik toch gespannen. Bovendien moest ik enige ergernis onderdrukken, omdat de dagvoorzitter mijn voornaam met een letter had verlengd. De mij toemeten tijd van 10 minuten – veel minder dan die van andere sprekers – was te kort voor een inhoudelijk verhaal in het Engels. De waardering van mijn buren op de eerste rij en later ook van andere gasten was er niet minder om. Meerdere toehoorders vonden overigens, dat de organisatie mij meer tijd had moeten geven

Julius Langendorff (EC, Brussel) aan het woord over Closing the Loop

Leergeld
De presentatie leverde natuurlijk ook leergeld op. Een volgende keer maak ik de organisatoren van een symposium of congres duidelijk, dat in tien minuten de hoofdlijnen van Challenging Changes niet zijn uit te leggen. Meer tijd is hoe dan ook nodig. Verlevendiging van het betoog met aardige anekdotes en konkrete voorbeelden houdt de aandacht gespannen en biedt ruimte voor uitwerking van interessante punten. Vanaf de ‘catwalk’ proef je snel genoeg of het verhaal overkomt. Ander leergeld betreft de afstemming van de lay out van de slides, in het bijzonder de lettergrootte, op de grootte van de zaal of hal. De gesprekken na afloop bewezen opnieuw, dat de lijnen zoals geschetst in Challenging Changes een bijdrage leveren aan een beter begrip voor de mogelijkheden en valkuilen van circulaire economie.

Jan Jonker met woorden en daden

Scoren
Na de inspirerende toespraak van Julius Langendorff  – die ik in het openbaar heb kunnen bedanken voor zijn inzet bij de publicatie van Challenging Changes – vertrok ik spoorslags naar Vlaardingen. Het  Hoogheemraadschap Delfland had mij gevraagd bij de opening van de Groen Gas Faciliteit het mini-symposium af  te sluiten met een voordracht over de betekenis van Biogas als bouw- en brandstof bij de transitie naar circulaire economie. Sophie van Kempen zou in Nijmegen, zo dat nodig mocht zijn de ruim 400 gasten van het Circulaire Economie Festival informeren over Challenging Changes. Ook zou ze mij later informeren over de voordrachten, die ik helaas moest missen: Jan Jonker over businessmodellen, en Thomas Rau over het materialenpaspoort. In haar visie scoorde Thomas Rau het hoogst, naast Julius Langendorff. Sociale media leren mij, dat de bezoekers het festival positief hebben ontvangen.

Op het podium van het Hoogheemraadschap Delfland

Delfland
De zaalopstelling in het gebouw van de Zuiveringsinstallatie De Grote Lucht te Vlaardingen had veel weg van die in de Nijmeegse Kube: een zeer ruime hal met tijdelijke multimediale voorzieningen, die uitstekend werkten. Het aantal gasten van het Hoogheemraadschap Delfland was minder omvangrijk dan het aantal toehoorders in Nijmegen. Maar het ongeveer honderd-koppige publiek in Vlaardingen was eveneens zeer geinteresseerd. Dat zag ik vanaf het hoge podium, dat een mooi zicht bood op het aandachtige publiek. Het werd ook duidelijk tijdens de geanimeerde netwerkborrel na de officiële opening van de Groen Gas Faciliteit. Opvallend was ook daar weer, dat diverse mannen en vrouwen me kwamen vertellen, dat zij al jarenlang werken met de Ladder van Lansink. Dat de naamgever nog steeds op aarde rondloopt wekt evenveel verbazing als instemming.

Humor
In Vlaardingen kon af en toe ook gelachen worden, bij voorbeeld bij  het verhaal van de Belg, die mij in Brussel bij een symposium van FostPlus vroeg of ik de man van de ladder was, en na mijn bevestiging uitriep: ik dacht dat u allang dood was, Zelfs de opmerking dat – wanneer het zover is – mijn voorkeur niet uitgaat naar crematie maar naar begraven vanwege een te geringe energie-inhoud, viel zogezegd in goede aarde. Inhoudelijk lag in Vlaardingen de klemtoon op de biologische kringloop en de rol van biogas bij de transitie naar circulaire economie.

Marcel ten Hooven licht zijn boek toe bij Paagman in den Haag: Tom-Jan Meeus wacht geduldig op zijn beurt (Foto: Ad Lansink)

Marcel ten Hooven
Van Vlaardingen naar den Haag: dat is anders dan in de jaren van mijn Kamerlidmaatschap een fluitje van een cent sinds de A4 westelijk van Delft gereed is. Tijd genoeg dus om voor de boekpresentatie van Marcel ten Hooven nog even naar Nieuwspoort te gaan. Daar tref ik Louis Cornelissen en Hans Goslinga, met Marcel destijds parlementaire journalisten van Trouw; en Tom Jan Meeus, de nog zeer actieve NRC-jounalist en commentator, waarvan ik alle analyses, commentaren en columns trouw – nu met kleine letter – lees. Hij zal later een uitstekend coreferaat houden bij de toespraak van Marcel ten Hooven, die naast zijn boek ‘De ontmanteling van de democratie, een lang maar doorwrocht betoog houdt over het gevaar van het populisme voor de democratie en de rechtsstaat. Dat daarbij vooral Trump het moet ontgelden ligt voor de hand.

De kunst van het samenleven
De ene ‘loop’ is de andere niet. Maar luisterend naar het voortreffelijke verhaal van Marcel ten Hooven denk ik terug aan de column, die ik ooit  schreef in de toenmalige Staatscourant over het toen al opkomende populisme. De ondertitel van Marcels boek luidt: Hoe de kunst van het samenleven verstoord raakt – en wat eraan te doen. Met die woorden maakt Marcen ten Hooven duidelijk, waar hij zelf staat: pleitbezorger van verantwoordelijkheidszin, verdediger en fan van de rechtsstaat, en – bijgevolg – bestrijder van het populisme, dat zelfs in onverwachte kringen wortel schiet. Bij thuiskomst na een lange dag en een ouderwetse loop (Nijmegen – Vlaardingen – den Haag – Nijmegen) las ik Marcels opdracht in mijn exemplaar van zijn boek. De kunst van het samenleven is inderdaad een forse uitdaging, net zoals ‘Closing the Loop’, en bovendien een uitnodiging om ook eens wat anders te schrijven over rentmeesterschap en verantwoordelijkheid.

Rondje Papenberg (bij Kleef)

Grabmal Johan Mauritz von Nassau-Siegen aan de voet van de Papenberg bij Kleef (Foto: Sophie van Kempen)

Naar de graftombe  van Johan Maurits van Nassau, de Braziliaan
Wie  onverwachte dingen wil ontdekken, moet af en toe de grens oversteken. Ten oosten van Nijmegen kan dat op vier plaatsen, voet- en fietspaden bij Leuth en Grafwegen niet meegeteld. In Millingen aan de Rijn lonkt Bimmen, eerste dorp op de weg naar Keeken, Rindern en Kleef. De grensovergangen op de N325 tussen Beek en Wyler, en tussen Berg en Dal en Wyler verwerken aanzienlijk meer verkeer. Groesbekers nemen de Cranenburchsestraat naar Kranenburg, de oude bedevaartsplaats met de fraaie St Peter und Paul uit de 15e eeuw.Twee kilometer verder ligt het Kranenburger Bruch, bekend om zijn kraanvogels en rietland. Tot Kleef biedt de stuwwal ten zuiden van Bundesstrasse 9 volop mogelijkheden voor stilte wandelaars. Kleef is trouwens ook de moeite meer dan waard, om het Kurhaus Museum, de Zoo en het gezellige centrum met de Stiftskirche en de befaamde Schwanenburg.

Rondje Papenberg: start bij Bergerie, volg Uedemerstrasse tot bospad naar het ‘Grabmal’ (klik voor vergroten)

Grabmal bij Berg und Tal
Verder oostwaarts zijn Kalkar en Xanten met hun bijzondere kerken onbetwiste trekpleisters, en op weg daarheen het opvallende Schloss Moyland, het museum, waar kunstliefhebbers hun hart kunnen ophalen aan wisselexposities en aan de verzameling en het archief van de befaamde Duitse kunstenaar Joseph Beuys. Een klein en onverwacht kleinood ligt dichter bij Nijmegen, verscholen in een klein bosgebied op een uitloper van de stuwwal, tussen Kleef en Bedburg Hau, op een steenworp afstand van Hotel Berg und Tal. Jaren geleden zag ik daar in het voorbijrijden op enige afstand van de weg naar Kleef enkele potten op een muur, die – zo dacht ik – bij de tuin van het hotel hoorde. Niets leek later minder waar.

Ijzeren potten op stenen muur: deel van ‘Grabmal’ (Foto: Sophie van Kempen)

Johan de ‘Braziliaan’
Pas onlangs ontdekte ik via een Duitse reisgids, dat de reeks potten horen bij een meerdelig grafmonument, dat Johan Maurits van Nassau-Siegen (Dillenburg, 1604 – Kleef, 1679) een jaar voor zijn dood heeft laten oprichten in het bos langs de Uedemerstrasse. Johan Maurits was graaf (1606-1652) en vorst (1652-1679) van Nassau-Singen. Als gouverneur-generaal van Nederlands Brazilie (1636-1644 verwierf hij de bijnaam de Braziliaan. De Duitse graaf, die ook nog stadhouder van Kleef was, had een bewogen leven achter de rug toen hij in zijn geliefde Berg und Tal stierf. Johan Maurits rust overigens niet in de kolossale graftombe, maar is bijgezet in het familiegraf in Siegen.

Ans en Ad Lansink voor de stenen wand, waar o.m. Romeinse oudheden zijn ingemetseld (Foto: Sophie van Kempen)

Altaar- en wijstenen
Toch valt er veel te ontdekken aan het grafmonument, dat uit verschillende elementen bestaat: een zwarte graftombe, een fors uitgevallen stenen zerk met inscriptie, en een grote, halfronde muur waarop grote gietijzeren vazen zijn gemetseld. Aan de binnenzijde van het In 1929 herstelde stenen halfrond zijn nu replicas van Romeinse altaar- en wijstenen gemetseld, naast schalen en kruiken uit de 17e eeuw. De stadhouder van Kleef liet destijds de in de omgeving gevonden Romeinse oudheden inmetselen. Een tweetal kanonslopen, die zomaar uit de grond steken, leren dat het er in de tijd van Johan Maurits niet altijd vreedzaam aan toe ging. De liefhebber van echte spullen moet  voor de originele exemplaren naar het Landesmuseum in Bonn.

Sophie van Kempen test poorthoogte in stenen wand (Foto: Ad Lansink

Onopgeloste vragen
Johan Maurits van Nassau-Siegen moet wel een bijzondere man geweest zijn, niet alleen vanwege zijn adellijke komaf en internationale carrière, maar ook om zijn belangstelling voor kunst en cultuur. Hoe is anders zijn verzamelwoede te begrijpen? En wat is de verklaring voor zijn besluit om wel een ‘Grabmal’ te bouwen – met delen van zijn verzameling Romeinse oudheden – en vervolgens zijn lichamelijke resten te laten bijzetten in Siegen? Ook valt op, dat de kolossale grafton buiten de stenen gedenkmuur staat, en niet in het midden van het merkwaardige grafmonument. Misschien kunnen historici een antwoord vinden op de onopgeloste vragen, die de voormalige Kleefse stadhouder in de graftombe bij Berg und Tal heeft achtergelaten.

Zicht vanaf de Papenberg naar de Watering in het Klever Land (Foto: Sophie van Kempen)

Op naar de Papenberg
Het grafmonument is opgericht in een door bomen omgeven kuil, van waaruit een breed pad omhoog loopt, opnieuw langs een fraaie reeks bomen, naar wat de Papenberg heet: een uitloper van de stuwwal, met een prachtig uitzicht op een deel van het Klever Land. Hemelsbreed bedraagt de afstand tot het centrum van Kleef ongeveer 3,5 km. De Schwanenburg en de Stiftskirche steken hoog uit boven de stedelijke bebouwing, en zijn met het blote oog goed zichtbaar. Vanaf de Papenberg is ook de Watering zichtbaar, met de Kermisdahl een oude tak van de Rijn. Het bosgebied rond de Papenberg is niet groot, maar wel indrukwekkend door de relatief grote bomen.

Panorama richting Kleef vanaf de Papenberg (Foto: Sophie van Kempen)

 

Zo kom je nog eens ergens

Arnhemse afvalcoaches met Laura Thuis en Maaike Kuyvenhoven, de bedenkers van het Ad Lansink Ladderspel

Spreekbeurt
is een wat schools woord, dat in mijn politiek actieve jaren vaak werd gebruikt voor toespraken in eigen of zelfs andermans kring. Uitleg geven en verantwoording afleggen, dat waren meestal dankbare aangelegenheden ondanks ook gehoorde kritiek. Ik moet de laatste tijd vaak terugdenken aan die spreekbeurten en autoritten, vaak ver van den Haag of Nijmegen. Want de publicatie van Challenging Changes – mijn nieuwe boek over de relatie tussen de afvalhierarchie en circulaire economie – heeft geleid tot allerlei verzoeken om presentaties over de oorsprong en toekomst van de Ladder van Lansink: de bijna 40 jaar oude voorkeursvolgorde voor afvalbeheer. En opnieuw zeg op de terugreis tegen mezelf: zo kom je nog eens ergens.

Cover Challenging Changes – Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy

Leiden – Profburgwijk
Neem bij voorbeeld de spreekbeurt voor de Profburgwijk in Leiden, een zeer geïnteresseerd gezelschap van jonge en oude 65-plussers dat na een suggestie van wijkgenoot Herman Lansink wel eens wilden weten, waarom een gepensioneerd politicus en wetenschapper nog een boek moest schrijven over de betekenis van zijn ladder voor het sluiten van kringlopen. De talloze vragen – merendeels to the point – toonden de inhoudelijke betrokkenheid van het gemêleerde gezelschap. Dat de organisatoren ook nog een digitale doventolk hadden ingeschakeld was een positief, niet eerder beleefd teken aan de wand met mooie verrassingen.

Jong geleerd, oud gedaan: kleuters op de bovenste trede van de ladder

Arnhem – Stadsboerderij Presikhaaf
De ene spreekbeurt is de andere niet, zo bleek een week later, toen ik op verzoek van de organisatoren van de Arnhemse Afvalkaravaan tijdens het Lentefeest bij de Stadsboerderij in het Park Presikhaaf het Ad Lansink Ladderspel mocht onthullen en toelichten. De uiterst nieuwsgierige ouders en kinderen luisterden aandachtig naar de uitvinder van de afvalhierchie. Ik probeerde in zo eenvoudig mogelijke maar met jeugdherinneringen doorspekte woorden de treden van de ladder uit te leggen. De ontwerper en maker van de groot uitgevallen maar fraaie keukentrap had de laagste trede terecht weggelaten. De uit afvalhout gemaakte trap had immers de bodem nodig om overeind te blijven. De moeilijkste vraag kwam van een moeder, die vroeg waarom en hoe een Arnhemmer in Nijmegen terecht kon komen. Dat een van de afvalcoaches een echte Vitesse-fan was, deerde mij minder.

Workshop Ieders Pakkie An van RTA Recycling bij Coolrec in Dordrecht

Dordrecht – RCA Workshop
Een dag later trok ik naar Dordrecht om een groot aantal leden en gasten van RTA toe te spreken tijdens een workshop over recycling van veelal hoogwaardige technologische apparatuur zoals laboratorium-instrumenten en allerhande ICT-spullen. Na een sterk betoog van Miele-topman Stefan Verhoeven mocht ik naast het zicht op ‘lekken’ in circulaire systemen vertellen, waartoe producenten verantwoordelijkheid kan en moet leiden: een van de circulaire dilemma’s zoals verwoord in Challenging Changes. De impressie op RTA-website verraste mij. Onder de kop ‘Profetisch inzicht’ lees ik: Hij bestaat echt! De niet brood etende profeet van de duurzaamheid,  die zich niet ijdeltuiterig opdringt aan de meest betalende would be-congresorganisator en hypemedia. Zijn naam is Ad Lansink, 83 jaar inmiddels.

Demontage van afgedankte koelkasten bij Coolrec in Dordrecht (Foto: Ad Lansink)

Dordrecht – Coolrec
De onverwachte lof gaat verder: Zijn profetische inzicht stamt uit 1979. De ‘Ladder van Lansink’ wordt nu internationaal omarmd, dankzij zijn Engelstalige boek over het connecten van ‘Waste Hierarchy and Circular Economy’. Wat een voorrecht was het om hem bij ons, Stichting RTA, Recycling Technologische Apparatuur, te hebben, op 12 april 2018 in Dordrecht, in onze voeten-op-de-grond workshop ‘Ieders Pakkie An’, over Waardeketens, Afvalketens en de Overheid. De rondleiding door de de-assemblage-plant van Coolrec maakte duidelijk, dat aan demontage van koelkasten nog stevige handen te pas komen voordat de shredders hun tanden in de afgedankte apparaten kunnen zetten.

Nijmegen en Vlaardingen
Zo kom je nog eens ergens: die uitdrukking blijft ook in het voorjaar van 2018 actueel, nu de volgende ‘spreekbeurten’ voor de deur staan, notabene op dezelfde dag. Op donderdag 17 mei 2018 mag ik in eigen omgeving tijdens het Circulaire Economie Festival te Nijmegen laten zien en horen, welke Challenging Changes ons te wachten staan, en hoe we met die uitdagingen om moeten gaan. Een vijftal uren later, en 120 km verder mag ik met bij de opening van de Groen Gas Installatie van het Hoogheemraadschap Delfland met de presentatie Biomassa: bouw- en brandstof bij de transitie naar circulaire economie aangeven, of en zo ja hoe de biologische kringloop van biomassa past in de transitie naar circulaire economie. Na afloop zal opnieuw blijken, dat ‘ergens komen’ ook ‘weer wat leren’ inhoudt.

 

Netwerken op Mereveld

Dick Hoogedoorn

Bij het afscheid van Dick Hoogedoorn als Directeur van Vereniging Afvalbedrijven (VA)

De staf van de VA had haar vertrekkend directeur en zijn grote schare gasten een aardige verrassing bezorgd door de plaats van het feestelijk afscheid geheim te houden tot kort voor het moment supreme. ‘The place to be’ werd Boerderij Mereveld, het fraaie en sfeerrijke  partycentrum naast de Golfbaan Amelisweerd, ongeveer op de plaats waar tot omstreeks 1970 de befaamde Renbaan Mereveld de harten van paardensport-liefhebbers harder deed kloppen. De renbaan is al lang verdwenen, opgedoekt om de aanleg van Rijksweg 28 mogelijk te maken. Maar ik herinner me de kruising van de Mereveldsweg met de Koningsweg, kort na Ameliisweerd op de provinciale weg van Utrecht naar Bunnik vaag uit een wel heel ver verleden.

Brandweerpomp, type, waarmee Vertijnen in 1955 naar Delft trokken

Met Veritas naar Cothen
Het moet omstreeks 1955 geweest zijn – meer dan zestig jaar geleden dus – dat ik met een groot aantal leden van Veritas binnendoor naar Cothen toog om daar een oude handbrandpunt op te halen. Dat ding moest later mee naar Delft om daarmee de vrienden van Sint Vergilius nat te spuiten. Het stalen gevaarte moest achteraf uit een Delftse gracht worden gehaald, voor de lange terugreis naar Cothen. De smalle Mereveldseweg is niet veranderd. De omgeving na de komst van de Golfbaan wel. Boerderij Mereveld is intussen bekend geworden als locatie voor allerhande festiviteiten, zakelijk en persoonlijk. Het bleek een mooie ambiance voor een stijlvol en genoegelijk afscheid van Dick Hoogedoorn, de man, die heel wat jaren naast de fungerend voorzitters de Vereniging Afvalbedrijven heeft gerund.

Boerderij Mereveld

Netwerken (1)
Gewapend met allerhande geschenken, wachtte een lange rij relaties en vrienden op hun beurt. Andere gasten kozen de omgeving van de bar. Met netwerken kun je beter op tijd beginnen, zo leert de ervaring. Zelf liep ik meteen tegen Theo Lemmen op, de oud-directeur van Dar: een even vertrouwde verschijning als al die andere insiders uit de afvalwereld Ik noem Hester Klein Lankhorst, directeur van het KIDV, een netwerkster pur sang en Ton Holtkamp, mijn opvolger als voorzitter van de FHG. Verder Hans Koning, directeur van FHG, MRF en FNOI, en Max de Vries, directeur BRBS, die over drie maanden de leiding overdraagt aan zijn opvolger.

Logo 24e Afvalconferentie Johannesburg: de ladder in cirkels

Conferentie in Johannesburg
Gelukkig trof ik ook Herman Huisman, nu adviseur internationale samenwerking (Rijkswaterstaat, I&W). Hij zou mij wellicht wat kunnen melden over het Zuid-Afrikaanse afvalbeleid. Onlangs kreeg ik een eervolle uitnodiging om een keynote uit te spreken op het 24th WasteCon Flagship Conference “Implementing the Waste Hierarchy, van the Institute of Waste Management of Southern Africa in Johannesburg. Over een maand praat Herman Huisman mij bij:  waar netwerken al niet goed voor kan zijn. De boeiende ontmoetingen volgden elkaar trouwens in hoog tempo op. Arnoud Passenier, met wie ik voor Challenging Changes ‘gespard’ had in Nieuwspoort over fosfaat en kunststof-recycling vroeg aandacht voor bio-afbreekbare kunststoffen, en raakte met mij en een staflid van Attero in de onvermijdelijke discussie over bron- en nascheiding. Marieke van de Werf koos voor nascheiding, maar blijft een onmiskenbare fan van circulaire economie.

Implementing the Waste Hierarchy – Thema van de Afvalconferentie in Johannesburg – Bijzonder beeld, niettemin geen zig-zag-beleid

Netwerken (2)
Pieter Hofstra herinnerde aan oude tijden, en Boris van der Ham – zijn opvolger bij de VA – noemde bij het met Chinese gerechte gevulde buffet ‘Lansink’ de meest gehoorde term in de afvalwereld. Ik kon hem met de recente Google score van 83.000 verwijzingen gelijk geven. Jasper de Jong herinnerde me even later aan de wederwaardigheden sinds onze discussie in het FD: het begin van Challenging Changes – ook onderwerp van gesprek met Jan Vlak en Andre Habets – en Johan van Peperzeel spoorde mij aan door te gaan op sociale media, na eerst verteld te hebben over innovaties bij inzameling en recyclage van batterijen. Robbert van Duin van Recycling Netwerk was verbaasd over het nieuwe uitstel van de statiegelden. Dat Dick Hoogendoorn intussen van Attero Harrie Gerritz’s zeefdruk van de Ladder van Lansink had gekregen, maakte de cirkel van de verbondenheid in en met de afvalwereld rond.

Links- of rechtsom meestribbelen

Zwerfvuil zoeken langs de Waal (Foto: Dar)

Troostbericht voor Statiegeldalliantie
De discussie over invoering van het statiegeld op kleine plastic flesjes en op blikjes om zwerfvuil te bestrijden heeft een nieuwe uitdrukking opgeleverd. Linksom of rechtsom, een alternatief voor de woorden ‘hoe dan ook’ hoewel over het ‘hoe’ evenmin zekerheid bestaat als over de rol van statiegelden. Het ‘meestribbelende’ bedrijfsleven krijgt tot 2020 de kans om het plastic van het zwerfafval met 70% te verminderen. Blikjes – vast onderdeel van vrijwel alle zwerfvuil – blijven voorlopig buiten schot, tot teleurstelling van het grote aantal gemeenten, dat zich inmiddels bij de Statiegeldalliantie heeft aangesloten. Meestribbelen: ook een nieuwe term in het jargon van ‘framers’ en andere leden, die naar woorden zoeken om onzekere tijden te beschrijven. Een kleine vier jaar geleden schreef ik al, dat de ‘besluitvorming over de statiegelden een gebed zonder einde leek te worden’, hardop gebeden door predikheren van het eigen belang: producenten, die geen statiegeld willen uit vrees voor lastenverzwaring; supermarkten, die de rompslomp van verpakkingen liever kwijt dan rijk zijn; en fanatieke statiegeld-fans die kosten noch moeite sparen om het middel van het statiegeld tot ultiem doel te verheffen.

Verpakkingsmateriaal (Foto: Ad Lansink)

Motie van Rijn-Vellekoop/Lansink (1989)
Over statiegelden kan ik meepraten sinds ik met collega van Rijn-Vellekoop (PvdA) ibijna 30 jaar geleden een motie (1) door de Tweede Kamer loodste met het verzoek om brede invoering van statiegelden. Breed, omdat we naast glazen verpakkingen ook metalen blikjes en – van andere orde – batterijen wilden aanpakken. We hadden ontdekt, dat de inzameling en opwerking van batterijen herbruikbare materiaalstromen op kon leveren. Ook toen al had het bedrijfsleven de grootst mogelijke moeite met financiële beleidsinstrumenten als statiegelden, retourpremies en verwijderingsbijdragen. Enkele dagen na de aanvaarding van de statiegeld-motie vroeg CDA-fractievoorzitter Bert de Vries mij om alsnog te gaan praten met Philips. Aldus geschiedde. Leni van Rijn en ik kregen in het Haagse lobbykantoor van Philips te horen, dat de top van Philips zich krachtig zou verzetten tegen welk financieel beleidsinstrument ook. De vrije markt moest haar werk (kunnen) doen, zo luidde de boodschap. Het gesprek leverde niets op. Maar de motie evenmin, de gedeeltelijke invoering van verwijderingsbijdragen uitgezonderd.

Zwerfafval: Blikjes maar ook drankkarton

Toen hergebruik, nu zwerfvuil
Een opvallend verschil tussen vroeger en nu is het doel van de statiegelden. Destijds dachten we vooral aan gescheiden inzameling van relatief zuivere monostromen als glas, metaal en (later) ook kunststoffen. Nu is het verminderen en voorkomen van zwerfvuil kennelijk het hoofddoel, gelet ook op het onderzoek naar de hoogte van statiegeld: tien cent of een kwartje, dat scheelt meer dan een slok cola. Zelf heb ik nooit begrepen, waarom statiegelden op bierflesjes door Jan en alleman zijn geaccepteerd, maar wijnflessen geen schijn van kans maken. Tussen statiegelden op grote en kleine plastic flessen bestaan geen principiële, hooguit praktische verschillen. Blikjes, hoewel in 1989 ook onderwerp van de motie zijn wel een verhaal apart, omdat nascheiding uit restafval of gemengd verpakkingsafval bruikbare mono-metaal-stromen oplevert. Intussen valt wel op, dat sommige leden van de Statiegeldalliantie geen bezwaar aantekenen tegen de gemengde inzameling van alle drankverpakkingen, of ze nu van plastic, karton, blik of gemengd plastic gemaakt zijn. De te verwachten voorkeur voor bronscheiding wordt ingeruild tegen de te gemakkelijke acceptatie van nascheiding. Het verlies aan kwaliteit wordt daarbij op de (mis)koop toegenomen.

Batterijen: te kust en te keur

Bronscheiding
Die dubbelslachtige benadering staat op gespannen voet met de toenemende belangstelling voor circulaire economie. Het sluiten van kringlopen vergt de inzet van kwalitatief hoogwaardige monostromen, in welke product- of verpakkingsketen ook. De Chinese overheid heeft dat beter begrepen dan de fans van nascheiding. De recente ‘Chinese ban on foreign waste’ belemmert de export van secundaire materiaalstromen uit Europa, Australië en USA naar het land van de rijzende zon, overigens ook tot verdriet van sommige Chinese afvalverwerkers, die kans zagen aan het ingevoerde materiaal nog wat te verdienen. De Chinese toepassing van het beginsel van de zelfvoorziening – ooit ook in Nederland uitgangspunt van het afvalbeleid – laat overigens nog wel ruimte voor import van afvalstromen. Voorwaarde is wel, dat dan aan alle, betrekkelijk scherpe kwaliteitseisen moet worden voldaan. Het verminderen en voorkomen van zwerfafval zou dus meer een bijvangst moeten zijn naast het hogere doel van bronscheiding, gescheiden inzameling van monostromen, die het hergebruik optimaliseren en daarmee de circulaire economie bevorderen. Het wachten is op 2020, tenzij de teleurgestelde Statiegeldalliantie alsnog gehoor vindt bij staatssecretaris Stientje van Veldhoven en bij de Tweede Kamer.

De gemakzucht voorbij
Alle beleidmakers zouden intussen moeten nadenken over de vraag hoe alle zwerfvuil, dat niet onder de eventuele statiegeld-regeling valt – folies, medicijnenstrips, drankkartons, stukken papier, peuken, plastic schaaltjes  – voorkomen kan worden. Producentenverantwoordelijkheid  is mooi en terecht, maar vlak ook de verantwoordelijkheid van consumenten niet uit. Is het gemakzucht of slordigheid, die afgedankte verpakkingen en ander spul in de berm doen belanden? Invoering van statiegeld op plastic flesjes en blikjes zal ongetwijfeld helpen. Maar niet genoeg. Moeten er nog meer allianties worden opgericht, onder het motto: de gemakzucht voorbij? Of zal de geleidelijke transitie naar circulaire economie de gemakzuchtige burger meer milieubewustzijn bijbrengen? De toekomst zal het leren.

(1) Motie Van Rijn-Vellekoop/Lansink, Kamerstuk II 1989-1990, 21 137 nr. 38

 

Donor van nee tenzij naar ja mits

Wetgeving actieve donorregistratie: een kwestie van vallen en opstaan

Hoofdrolspelers wetgeving actieve donorregistratie (geen bezwaarsysteem) sinds 1995 volgens Dagblad Trouw (15 februari 2018)

Al tijdens de schriftelijke behandeling van de wijziging van de Wet op de lijkbezorging – begin jaren negentig – vroeg ik me af of in Nederland het geen-bezwaar-systeem, zoals dat o.m. in Belgie en Frankrijk gangbaar was, haalbaar was. De stevige discussies in de CDA-fractiecommissie volksgezondheid – ook met woordvoerder Frouke Laning – leidden niet tot een doorbraak, maar wel tot nuancering van de vraagstelling. Het grondwetsartikel inzake de onaantastbaarheid van het mensenijk lichaam was – naast de discussie over de vaststelling van de hersendood – de oorzaak van grote terughoudendheid. Door het uitstel van de plenaire behandeling tot na de verkiezingen van 1994 moest ik in 1995 het niet te benijden woordvoerderschap overnemen. Een grondige voorbereiding en gesprekken met deskundigen en belangengroepen overtuigden mij van de noodzaak van een koerswijzing. Van nee tenzij naar ja mits: dat leek een serieuze poging waard. De hele CDA Tweede Kamerfractie volgde mijn benadering en uiteindelijke afweging.

Orgaandonatie en registratie – Infografic
Bron: Nierstichting

Teleurstelling
Het planaire debat liep op meer dan een teleurstelling uit. Dat ik geen steun zou krijgen van de kleine christelijke partijen was te verwachtten, ook na de eerdere discussies in eigen kring. Dat de VVD mij stevig zou aanpakken op grond van de verabsolutering van het zelfbeschikkingsrecht, kon ik aanvoelen, maar de scherpte van de liberale inbreng niet. Uit het overleg van vrijwel alle fracties met de Nierstichting en andere organisaties had ik opgemaakt, dat naast Groen Links en SP steun was te verwachten van PvdA en D66. De goede contacten met de woordvoerders Rob Oudkerk en Roger van Boxtel sterkten mij in de overtuiging, dat het geen-bezwaar-systeem – nu actieve donorregistratie genoemd – een meerderheid kon verwerven. Maar niets was minder waar. Nadat minister Els Borst de inbreng van PvdA en D66 had beluisterd, en bovendien had vastgesteld, dat de VVD niet gediend was van het geen-bezwaar-systeem, vroeg zij om schorsing van de beraadslagingen, nog voor het uitspreken van haar eerste termijn.

Politieke voorkeur van steun (groen) actieve donorregistratie – Bron: Nierstichting

Evaluatiebepaling
Die schorsing zou enkele maanden duren, voldoende tijd om de coalitiepartijen (PvdA, VVD, D66) te verenigen rond een nota van wijziging, waarmee een central donorregister mogelijk werd gemaakt, echter zonder de kenmerken van het geen bezwaar-systeem, en zonder enigerlei vorm van verplichting. Mijn amendementen kregen slechts de steun van SP en het grootste deel van Groen Links, niet van PvdA en D66. die van oordeel waren dat het centrale donorregister voldoende was voor het bereiken vaneen groter aantal potentiele donoren. Ik was daar niet zeker van. Daarom stelde ik een evaluatiepaling voor, die gelukkig een brede steun verwierf. Daarmee was zeker gesteld, dat van tijd tot tijd nagegaan zou worden of de nieuwe systematiek tot een groter aanbod van organen zou leiden. De CDA Tweede Kamerfractie stemde in 1995 tegen die achtergrond in met het wetsvoorstel. Dat bij de eerste de beste evaluatie – ik had inmiddels de Tweede Kamer verlaten – de CDA-ers terugvielen op de onaantastbaarheid van het mensenijk lichaam stelde mij opnieuw teleur. Het collectief geheugden werd weer uitgewist.

‘Staatslijken’
Nog teleurstellender (en kwalijker, maar dat terzijde) was overigens – daags na het eerste debat in 1995 – de opmerking van VVD-fractievoorzitter Bolkesteijn in een radioprogramma. Die Lansink maakt van ons allemaal staatslijken, zo luidde ongeveer zijn boodschap. De verwoording had kennelijk een partijpolitieke achtergrond, want de verkiezingscampagne voor de provinciale staten was intussen van start gegaan. Opvallend genoeg weerklonken onlangs – voor en tijdens de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel van Pia Dijkstra (D66) – soortelijke geluiden in de betogen van tegenstanders van actieve donorregistratie. Zij verkondigen ten onrechte, dat de staat eigenaar wordt van het lichaam van haar ingezetenen. Zij vergeten, dat de overheid – daartoe wettelijk gelegitimeerd – de verplichting oplegt om een keuze te maken. Die vraag wijkt in essentie niet af van de verplichting om een belastingaangifte te doen, of om zich aan de verkeersregels te houden. Van een moeizame afweging was opnieuw sprake, getuige de stemverhoudingen in de Tweede en Eerste Kamer, respectievelijk 75 tegenover 74, en 38 tegenover 36.

Stemverhouding (2016) in Tweede Kamer bij wetsvoorstel actieve donorregistratie (ADR)
Infographic Dagblad Trouw 17 februari 2018

Worsteling
Opmerkelijk is ook, dat – althans in de Eerste Kamer – vrijwel alle wat grotere fracties verdeeld hebben gestemd. De partijen, die sinds kort tot het brede politieke midden behoren (VVD, CDA en PvdA) hadden voldoende voorstemmers in de gelederen om het wetsvoorstel van Pia Dijkstra ()D66) over de streep te trekken.Van nee tenzij naar ja mits: dat is achteraf voor het CDA kennelijk de grootste worsteling geweest, gelet op de afwijzing door de CDA Tweede Kamerfractie en de verdeeldheid in de Eerste Kamerfractie. Zelf steek ik niet onder stoelen of banken, dat ik veel waardering heb voor het doorzettingsvermogen van Pia Dijkstra. Dat de behandeling van het wetsvoorstel in de senaat nieuwe vragen heeft opgeroepen, met name over de (te sterke) positie van de nabestaanden, reken ik maar tot de prijs die betaald moest worden om de omslag van nee tenzij naar ja mits mogelijk te maken. Dagblad Trouw door heeft in een gedegen terugblik  – Worstelen met de donorwet door Edwin Kreulen – duidelijk gemaakt, dat een politieke worsteling onvermoede achtergronden kent.

Challenging Changes in Nieuwspoort

Staatssecretaris Stientje van Veldhoven spreekt bij Grondstoffenpoort over de transitie-agenda’s circulaire economie (Foto: Sophie van Kempen)

Vrolijke boekpresentatie met Staatssecretaris Stientje van Veldhoven
Ruim voor het verschijnen van Challenging Changes bespraken Jan Storm, voorzitter van de ‘Editorial Board’ en ik de plaats voor de boekpresentatie. De keuze viel op Brussel: ‘the place to be’ vanwege de medewerking van de Europese Commissie. Maar enkele aansluitende presentaties in Nederland leken ons ook wenselijk, met als opties: den Haag, omdat in Nieuwspoort destijds De kracht van de Kringloop was gepresenteerd; Nijmegen vanwege de uitverkiezing van de stad aan de Waal tot European Green Capital; en Gorkum, waar elk jaar de succesvolle Recyclingbeurs wordt gehouden. De invitaties pakten zo uit, dat ik kort na de Brusselse presentaties Challenging Changes mocht tonen aan de gasten van het BRBS-Symposium en de bezoekers van de beurs in Gorkum. De feestelijke presentatie in de Nijmeegse Raadzaal vond plaats op 18 december 2017, een maand voor de start van het European Green Capital-jaar. Nieuwspoort werd de plaats waar de reeks officiele presentaties werd afgesloten. Dat gebeurde op 23 januari 2018 tijdens de Nieuwjaarsbijeenkomst van Grondstoffenpoort, waar Stientje van Veldhoven voor het eerst haar opwachting maakte als staatssecretaris.

Ad Lansink leg uit wat Challenging Changes betekent (Foto: Sophie van Kempen)

Transitieagenda’s
Het toeval wilde, dat de bijeenkomst in Nieuwspoort een week na de start van de Week van de Circulaire Economie plaats vond. Die week was ingeluid – en dat was geen toeval – met de aanbieding van de vijf transitie-agenda’s circulaire economie aan de bewindsvrouw, die – ook dat was geen toeval – enkele dagen tevoren bij de opening van het European Green Capital jaar in de Sint Stevenskerk te Nijmegen al had laten zien uit het goede – dus duurzame – hout gesneden te zijn. De aanbieding van Challenging Changes paste wonderwel bij het thema van de transitie-agendas, belangrijke documenten die door gemengde werkgroepen zijn opgesteld op grond van het een jaar geleden door een groot aantal partijen ondertekende Grondstoffenakkoord. De gedegen, gevarieerde maar ook procedurele agendas hebben betrekking op vijf sectoren: bouw, kunststoffen, voeding en biomassa, consumentengoederen en maakindustrie.

Stientje van Veldhoven maakt reclame voor Challenging Changes (Foto: Sophie van Kempen)

Stientje van Veldhoven
nam Challenging Changes met een gulle lach in ontvangst. Na lezing zal zij ongetwijfeld vaststellen, dat een reeks thema’s uit de transitie-agenda’s ook in het boek aan de orde komen, inclusief aanbevelingen over het voorkomen en dichten van wat ik lekken in de systematiek van de circulaire economie noem. Ook een heldere stellingname inzake de dilemma’s lijkt geboden, wil de transitie goed op gang komen. In haar toespraak bij Grondstoffenpoort wees de actieve en enthousiaste bewindsvrouw terecht op de noodzaak van teamwork: de gezamenlijke inspanning van bedrijfsleven, waaronder de afval- en recyclingsector, overheid en samenleving voor het welslagen van de transitie naar de op kringlopen georiënteerde economie. De kabinetsreactie op de transitie-agenda’s wordt – als onderdeel van de uitwerking van de klimaatagenda – nog voor de zomer gepubliceerd, inclusief de doelstellingen voor de kabinetsperiode 2018-2020. Hopelijk vinden Stientje van Veldhoven en haar departementsstaf uitdaging, aanmoediging en inspiratie in Challenging Changes, het boek over de connectie tussen de afvalhierarchie en circulaire economie.

Stientje van Veldhoven, Ad Lansink en Marieke van der Werf, moderator van Grondstoffenpoort (Foto: Sophie van Kempen)

Grondstoffenpoort
is overigens een voortzetting van Milieupoort, de netwerkborrel voor bedrijfsleven, beleidsambtenaren, milieubeweging en politici, met name leden van Eerste en Tweede Kamer en bewindpersonen. In 1993 heb ik die formule bedacht samen met Jules Wilhelmus, die ook nu aanwezig was. Nieuwspoort kent inmiddels meer dan 20 ‘Poorten’, vrijwel allemaal volgens dezelfde formule. Verrassend genoeg waren drie leden van de ‘Editorial Board’ van Challenging Changes aanwezig: Jan Storm, Hannet de Vries – in ‘t Veld en Ton Holtkamp. Met de ook aanwezige vormgeefster Sophie van Kempen konden zij ervaren, dat de belangstelling en waardering voor het boek groot is, zowel waar het de inhoud als de vormgeving betreft: een mooie stimulans om ook in de komende tijd verder te werken aan wat een grote uitdaging blijft: de transitie naar een circulaire, aanzienlijk duurzamer economie. De bestellingen uit een grote reeks landen – in Europa, maar ook daarbuiten = leren, dat de overgang naar de kringloop-economie ook buiten Nederland sterk leeft.

Groene preek in Petrus Canisiuskerk 

Toren van de Petrus Canisiuskerk aan de Molenstraat in Nijmegen (Foto: Ad Lansink)

Nijmegen is op initiatief van de Europese Commissie verkozen tot European Green Capital 2018. Pater Eduard Kimman SJ, pastoor van de Petrus Canisiuskerk, wil bijdragen aan het waarmaken van deze eretitel, onder meer met het verzoek aan enkele leken om met een ‘groene verkondiging’ hun visie te geven op duurzame ontwikkeling. De publicatie van mijn boek Challenging Changes was voor hem aanleiding mij uit te nodigen om de spits af te bijten. Ik preekte in het weekend, waarin de Groene Hoofdstad van Europa door Eurocommisaris Karmenu Vella werd geproclameerd. Diverse kerkgangers wilden de tekst nog eens rustig nalezen, ook vanwege de (te) bondige samenvatting: Van onthaasten en ontzaken naar ontdekken en ontmoeten.

De zware westerstorm
die onlangs over Nederland raasde, slachtoffers eiste en schade toebracht, deed mij denken aan woorden van Wubbo Ockels. Ik ontmoette de ruimtevaarder in Delft, toen ik met hem in 2006 een proefschrift over afvalbeheer mocht beoordelen. De natuur heeft altijd gelijk: zei hij. Hij doelde op de wetten van de natuur, maar was ook bezorgd over de vervuiling van de aarde. Zijn aandacht voor de natuur en zijn zorgen over het milieu deel ik al een halve eeuw. De natuur, de Schepping: wie brachten mij dat onmetelijke en toch tastbare begrip bij? Wel: op de eerste plaats mijn ouders. Oorlog en geldgebrek maakten reizen onmogelijk. Maar de omgeving van Arnhem bood de kans om de natuur te ontdekken; bossen, heidevelden, rivieren. Was ik in Nijmegen geboren, dan zouden de stadsparken, het Heumensoord en de Ooijpolder  doel van de zondagse tochten zijn geweest.

Pater Picard,
de godsdienstleraar van het KG, bewees eind jaren veertig op heldere wijze het bestaan van God en Schepping. Hij verdiepte daarmee het geloof, dat mijn ouders hadden doorgegeven. Voor twijfel was geen plaats en geen tijd, omdat het leven in de breedte toen al begon. Want de actieve rector haalde mij ook bij de toneelclub, zij het als souffleur. De natuur kreeg nog meer betekenis, toen ik in Utrecht bij Veritas Dries van Melsen ontmoette. De befaamde Nijmeegse hoogleraar leerde in de Domstad het dispuut De Pyramide de beginselen van de natuurfilosofie. In 1964 kwam ik hem weer tegen bij mijn eigen promotie. Toen Dries van Melsen bestuursvoorzitter van de KU was, reden we soms samen in zijn fraaie Rover naar den Haag. De wisselwerking tussen wetenschap en geloof was dan een dankbaar gespreksthema.

Eurocommissaris Karmenu Vella proclameert in de Sint Stevenskerk Nijmegen European Green Capital 2018 (Foto: Ad Lansink)

De geschiedenis van de natuurwetenschappen
kwam op mijn pad via de colleges van Dijksterhuis, schrijver van de Mechanisering van het Wereldbeeld. Het plan om bij hem te promoveren viel in duigen door een slecht tentamen. Gevolg was wel, dat ik tot vreugde van mijn ouders in Nijmegen belandde. Toen ik hier aan een fysisch-chemisch proefschrift werkte, groeide het besef, dat wetenschap het geloof eerder verdiept dan ondermijnt. Tijdens mijn baan in het Radboudziekenhuis kreeg ik belangstelling voor politiek en wat dichtbij en veraf in de samenleving en de natuur gebeurt. Klimaatverandering was in 1979 nog geen thema, maar het dreigende tekort aan grondstoffen en signalen van ernstige milieuvervuiling maakten de politiek wakker. Als lid van de Tweede Kamer voelde ik wat mij te doen stond: beleid controleren maar ook vormgeven, wanneer dat nodig en mogelijk was. Achteraf bleek, dat mijn bijdrage aan de milieubegroting in 1979 een lijn heeft opgeleverd, die al bijna 40 jaar bepalend is voor de afvalwetgeving. Ik doel op de Ladder van Lansink, ook wel de afvalhierarchie genoemd, nu kader voor en wegwijzer naar de circulaire economie. Het leven zelf is lineair, en dus eindig. Maar de stof waartoe mens en natuur weerkeren blijft in enigerlei vorm bestaan. De afvalhierarchie – preventie, scheiding bij de bron, scheiding achteraf, verbranding en desnoods storten – is gemeengoed geworden, de kringloopfilosofie nog niet.

Ad Lansink achter de kansel in de Petrus Canisiuskerk; Joop van Banning SJ ziet met genoegen toe (Foto: Sophie van Kempen)

Rentmeesterschap
is het Bijbels begrip, waarmee ik in politieke zin ben opgegroeid. Eduard Kimman zei me: Gebruik tuinman van de aarde, om de ecologie, en niet de economie te benadrukken. God maakte de mens een zorgzame beheerder en geen verkwister, geen overheerser, zoals enkelingen wellicht opmaken uit Genesis 1: En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt! Rentmeesterschap – gast in eigen huis, zoals Pieter Winsemius zei – houdt erkenning van de intrinsieke waarde in, zorg voor ongeschonden overdracht van de aarde aan toekomstige generaties. Psalm 24 zegt in andere woorden: De aarde is niet van ons: Van de Heer is de aarde en alles wat daar leeft, de wereld en wie haar bewonen Hij heeft haar op de zeeën gegrondvest, op de stromen heeft hij haar verankerd. De aarde kan zichzelf niet beschermen, niet tegen onuitwisbare natuurrampen en evenmin tegen menselijke ingrepen, die vaak niet omkeerbaar zijn. Voeg daarbij de gevolgen voor volkeren, die niet in staat zijn om zich te weren tegen onheil en onrecht, en duidelijk wordt waarom Paus Franciscus in de encycliek Laudato Si gerechtigheid en duurzaamheid op een lijn zet. Zijn opriep heeft terecht wereldwijd een grote indruk gemaakt.

Nineveh – Hoofdstad van een wereldrijk, geschenk van Eduard Kimman SJ voor ‘Groenprediker’ Ad Lansink

Toeval of niet:
de lezingen van zondag 21 januari 2018 bieden rake aanknopingspunten voor een ‘groene verkondiging’. Kunstenaar Han Klinkhamer leerde mij overigens, dat toeval niet bestaat, genade wel. Is het misschien Gods genade, dat volgens de eerste lezing Jona in het woord des Heren een stevige opdracht ziet: ‘Begeeft u op weg naar Nineveh, de grote stad en verkondig haar de boodschap, die Ik u zal ingeven’, waarna hij waarschuwde ‘Nog veertig dagen en Nineveh zal vergaan’Voorkwam Jona een natuurramp of zou Nineveh ten onder gaan door milieuvervuiling of losbandigheid? Hoe het ook zij: De mensen van Nineveh geloofden het woord van God, zij riepen een vasten af en deden van groot tot klein het boetekleed aan. En God: hij voerde zijn dreiging niet uit. In 612 voor Christus ging Nineveh alsnog te gronde als gevolg van de verovering door een naburig Rijk. Waarschijnlijk konden de decadente (?) inwoners zich niet meer verdedigen.

Deel van het portaal van de Petrus Canisiuskerk (Foto: Ad Lansink)

De oproep van Jona
samengevat in slechts twee woorden ‘Bekeert u’ is ook de kern van de Evangelielezing (Marcus 1, 14-20), wanneer Jezus door Galilea trekt om Gods Blijde Boodschap te verkondigen met de woorden: De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij: bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap. De vissers lieten alles in de steek om vissers van mensen te worden. Het bekeert u ging dus heel ver. Ook vandaag wordt ons gevraagd nogal wat in de steek te laten. Of beter: achter ons te laten. Afzien van verworvenheden, vermindering van dingen waaraan we gewend zijn. De geschiedenis leert. dat dat niet eenvoudig is. Kijk maar naar het vraagstuk van de mobiliteit, met als blikvanger het vliegverkeer. Of denk aan het consumentisme: de zucht naar meer, beter, nieuwer. Passen op de plaats zijn al moeilijk genoeg, laat staan stappen terug om natuur en Schepping door te geven aan de generaties na ons. Toch moet er wat gebeuren, in de geest van wat Paus Franciscus ons in Laudato Si voorhoudt in het snijvlak van gerechtigheid en duurzaamheid. Mag ik de oneliner ‘Bekeert u’ eigentijds vertalen imet de oproep: Onthaasten en ontzaken om te onderzoeken en te ontdekken wat bewaard en doorgegeven moet worden. Onthaasten en ontzaken om onrecht uit te bannen en onheil te bestrijden, om vervolgens uit te komen bij geloof, dat inspireert; bij hoop, die levend maakt en bij liefde, die verbindt.

 

Het ene jaar is het andere niet

Omzien en vooruitkijken op de grens van 2017 en 2018

Grote Markt in Brussel: in 2017 ‘lieu de memoire’: enthousiaste barman wilde ook het Stadhuis op de foto

Saamhorigheid telt: zo luidde een jaar geleden mijn Nieuwjaarswens, toen niet wetend, dat een goede gezondheid de ‘beste-wensen-lijst’ had moeten aanvoeren. Nog geen maand na de jaarwisseling voelde ik na luttele inspanningen korte, soms ook langere borstpijnen. Op andere ogenblikken sloeg moeheid toe, zonder aanwijsbare redenen. Een onverwacht kantelpunt. Had ik te veel tijd besteed aan Challenging Changes, het boek waaraan ik vanaf september 2015 was gaan werken? Sprak misschien de leeftijd een woordje mee, ondanks de oneliner allemachtig, allebei tachtig’? De bloeddrukmeter gaf met bovennormale waarden het begin van een antwoord. Bestrijding met de gebruikelijke geneesmiddelen hielp nauwelijks. Na een week slikken en meten volgde de verwijzing naar de cardioloog, die na bestudering van de hartfilm een snelle katheterisatie voorstelde. Dotteren bleek niet verantwoord, een in alle opzichten geslaagde open-hart-operatie wel.

Bloemen van het Prinsenconvent Knotsenburg bij de terugkeer uit het ziekenhuis (Foto: Ans Lansink)

Sinds 15 februari 2017 zorgen een viertal omleggingen van de kransslagader voor een opmerkelijk herstel. Wel was een langdurige hartrevalidatie nodig om het ritme van alledag weer eigen te maken. Pijnstillers behoorden in de eerste maanden na de operatie tot de dagelijkse levensbehoefte, net zoals allerlei lichaamsbewegingen:  lopen, fietsen en zelfs armtrainingen. Knotsenburg – carnaval in Nijmegen – moest ik in 2017 laten voor wat het was en zal blijven: een festijn voor de echte liefhebbers, die van dweilen en bier houden. Het bestuur van het Prinsenconvent had tijdens de Carnavalsvierdaagse wel aan mij en aan de andere zieke leden (Wiet I, Piet I, Jos I, Ronald III) gedacht, getuige de fraaie bos rozen, kort na de – achteraf snelle – thuiskomst uit het UMC Radboud.

Ans ziet uit over het Friese land, in de buurt van het Lauwersmeer (Foto: Ad Lansink)

Een trektocht met de Roadscout door Midden- en Oost-Europa zoals in 2014 en 2015 schoot er ook bij in. Gelukkig bleek een niet te lange tocht door Noord-Frankrijk wel haalbaar, naast een onverwacht geslaagd verblijf in het Friese Kollum, vlak bij het onvolprezen Lauwersmeer. Aanleiding was een duo-expositie van Marena Seeling en Coen Vernooij, die wij met een onverwacht bezoek wilden verrassen. De minicamping, even buiten het dorp (of is het een stad) bleek een mooi uitgangspunt voor fietsen in een omgeving, waar we nooit eerder geweest waren. Ans slaagde er wonderwel in met de vouwfiets zonder accu een behoorlijk grote afstand te overbruggen.

Sophie van Kempen en Ad Lansink bekijken drukproef van boekomslag (Foto: Leo Schrijver)

Met Challenging Changes kon ik in april 2017 weer verder Het leeuwendeel van het schrijfwerk was gelukkig klaar toen de hartklachten zich aandienden. Maar de afbeeldingen, figuren, tabellen, schema’s en noten vergden toch nog veel werk. Datzelfde gold voor de correctie van de vertaling en de eindredactie. Intussen zag ik met boekontwerpster Sophie van Kempen – steun en toeverlaat ook na mijn ziekte – de omvang van het boek groeien van de aanvankelijk geraamde 320 pagina’s naar 400 bladzijden. Dankzij de tijdige inschakeling van drukker DPN Rikken Print – in de persoon van Leo Schrijver – en boekbinderij Van der Burg kon Challenging Changes op de geplande datum van 11 oktober 2017 in Brussel worden gepresenteerd: na de geslaagde bypasses het tweede hoogtepunt voor 2017.

Ovedrbrengen van Ted Felen’s mozaïek naar het gebouw van Aqua Viva (Foto: Ad Lansink)

Van andere orde is een gebeurtenis, die ook de krant haalde: de verhuizing van Ted Felen’s immense mozaïek Nosos – Diagnosis – Therapeusis – Sanatio van de Hazenkamp naar Aqua Viva, het nieuwe zorgcentrum van de Jezuïeten aan de Heyendaelseweg in Nijmegen. Phoebe Felen vroeg mij na mijn operatie of ik een geschikte plaats wist voor het kunstwerk van haar vader na  de sloop van het Gezondheidscentrum aan de Vossenlaan. De gemeente zou de verhuiskosten betalen, wanneer het mozaïek in Nijmegen zichtbaar zou blijven. Na ampel beraad bleek plaatsing in Aqua Viva mogelijk. Dat de verhuizing niet zonder slag en stoot ging, laat zich raden. Dat ik voor het erfgoed van mijn oude vriend Ted Felen een plek wist te hebben, dank ik aan Ben Frie SJ, Eduard Kimman SJ en Tjeerd Jansen SJ.

Dankwoorden aan Jan Storm, inspirator van Challenging Changes (Foto: Sophie van Kempen)

Het ene jaar is inderdaad het andere niet. De uitlevering van Challenging Changes is vanzelfsprekend niet in enkele maanden beklonken. Ook het werk aan de gekoppelde website gaat gewoon door net zoals de boekpromotie in Nederland en daarbuiten. Nijmegen European Capital 2018 begint op 20 januari 2018 met een officiële plechtigheid in de Sint Stevenskerk, terwijl op 18 mei 2018 een groots ‘circulaire economie festival’ plaats vindt op het Honig Complex. Eduard Kimman SJ betrekt ook de Petrus Canisiuskerk in het Green Capital Project met een maandelijkse ‘groene preek’. Dat ik in die reeks de spits mag afbijten, geeft te (na)denken en te doen. Want preken is geen schrijven. Waarschijnlijk  bieden het Oude en Nieuwe Testament voldoende aanknopingspunten. Wat te denken van de boodschap van Jona, dat Ninive zou (kunnen) vergaan?

Ans Lansink-van Dam en Sophie van Kempen in het Kroondomein bij Uddel (Foto: Ad Lansink)

Het ene jaar is inderdaad het andere niet. Die open deur geldt ongetwijfeld ook voor het jaar, dat nu (bijna) verleden tijd is, en voor het jaar dat opnieuw met een (te grote?) vracht vuurwerk is ingeluid. De welgemeende goede wensen voor 2018 verbind ik met mijn grote dank aan alle vrienden en bekenden, die in 2017 inhoud hebben gegeven aan het elkaar vasthouden in goede en slechte tijden. Ik denk daarbij in het bijzonder aan de staf en medewerkers van de afdelingen cardiologie en cardiochirurgie van UMC Radboud, en aan  de hele ploeg mensen, die Challenging Changes mede mogelijk hebben gemaakt: Jan Storm en de ‘Editorial Board’, Bart de Bruin en Michelle Kluiver (Dar), Leo Schrijver (DPN Rikken Print), boekbinderij van den Berg en tenslotte, maar niet op de laatste plaats: Sophie van Kempen en Ans Lansink-van Dam, die het ‘thuiswerk’ soms inruilden voor de buitenlucht.  Kortom: vriendschap en verbondenheid alom.

 

 

Op naar Nijmegen European Green Capital 2018

Presentatie van Challenging Changes in de Nijmeegse Raadszaal

Aanbieding Challenging Changes aan Bas de Vries en Johnny Kerkhof; op het scherm twee afbeeldingen van LokaliteitenKabinet (Foto: Sophie van Kempen)

Eind goed, al goed: na drie boekpresentaties in Brussel en het tussentijdse interview tijdens het BRBS Recycling Symposium in Gorinchem, mocht ik op 18 december 2017 in de Raadszaal van Nijmegen Challenging Changes toelichten en aanbieden aan representanten van de jonge garde: Johnny Kerkhof en Bas de Vries van het in de Smeltkroes gevestigde Lokaliteitenkabinet, dat de circulaire economie zicht- en tastbaar maakt voor de markt van secundaire grondstoffen. Zij voegen – anders dan sommige goeroes op congressen en symposia – de daad bij het woord via de verbinding van een mechanisch systeem met een digitaal platform: een verrassende bijdrage aan afstemming van vraag en aanbod voor hergebruik van grondstoffen.

Raymond Janssen interviewt wethouder Harriet Tiemens en Ad Lansink over Nijmegen European Green Capital 2018 en over Challenging Changes (Foto: Sophie van Kempen)

De voordelen van circulaire economie worden geleidelijk aan bekend. Trefwoorden als milieuwinst, werkgelegenheid, biodiversiteit en energiebesparing krijgen meer en meer aandacht, ook in Challenging Changes via mijn aanbevelingen voor een grote verscheidenheid aan doelgroepen, waaronder vooral producenten en consumenten. Voorafgaand aan de boekpresentatie wees Vera Dalm, directeur van Milieu Centraal, terecht op de betekenis van kennisoverdracht ‘Laten we communicatie rond afval vooral simpel houden’. Met een paar voorbeelden, zoals het verbod op plastic zakken in winkels, toonde ze aan dat wetgeving grote impact kan hebben. ‘En waarom maken we koffie op stations voor mensen die een eigen beker meenemen niet goedkoper?’. Veel indruk maakte haar pleidooi voor ontspullen.

Pieter Balth Linders (Dar) in gesprek met Teddy Vrijmoet (Vierdaagsefeesten en weervrouw Margot Ribberink; achter de tafel Ans Lansink (Foto: Sophie van Kempen)

Volgens NVRD-voorzitter Han Noten is de afvalsector zich al lang  bewust van de waarde van grondstoffen. ‘Maar het maken van de transitie van afval naar grondstof vergt nog een lange weg. Het gaat werken als we gaan doen. Daarvoor hebben we enthousiaste mensen nodig met goedeideeën. En natuurlijk organisaties en wetgeving om op te schalen’, liet hij in een meeslepend betoog horen. ‘Daarnaast moeten we wat vaker loskomen van alle belangen en gezamenlijk eens naar het grotere plaatje kijken.’ Harriët Tiemens, wethouder Duurzaamheid van de gemeente Nijmegen en ik werden tussen de mooie toespraken van Vera Dalm en Han Noten geïnterviewd door Raymond Janssen over de productie van mijn boek en de relatie met Nijmegen als Green Capital Europe 2018.

Signeersessie in de Schepenzaal van het Nijmeegs Stadhuis; Harrie Gerritz bekijkt het boek; rechts Harriet Tiemens (Foto: Sophie van Kempen)

Na de voordrachten en het dubbelinterview mocht ik de eerste ‘Nijmeegse’ exemplaren van Challenging Changes uitreiken aan de initiatiefnemers en pleitbezorgers van het Lokaliteitenkabinet, ‘de doeners, die we nodig hebben om circulaire economie aan te jagen’. Het voor de digitale wereld omvangrijke apparaat krijgt in 2018 – als onderdeel van Nijmegen European Green Capital 2018 – een tijdelijke plaats in Museum Valkhof om een groter en breder publiek bewust te maken van de transitie naar circulaire economie. Zelf blijf ik de verbinding zoeken met preventie en hergebruik: een uitdaging op zich, in 2018 en – hopelijk – ook daarna.