Klimaat: woord en daad aan Kabinet en Kamer

Ongevraagd advies voor premier Rutte en de coalitie, op weg naar haalbaar klimaatbeleid

Sturing blijft noodzakelijk

De krantenkoppen spreken duidelijke taal: ‘Nederlandse CO2-uitstoot in 2020 veel hoger dan aangenomen’ kopt NRC op 5 december. Een dag later: ‘Wereldwijde CO2-uitstoot piekt in weerwil van Parijs-akkoord’, aldus het FD. Kyoto, Kopenhagen, Parijs: protocollen en akkoorden, het blijven woorden zonder lading, breed gedragen begrippen maar vrijwel inhoudsloos. Politici en beleidmakers hollen achter de feiten aan zonder de werkelijkheid in te halen. Het is nog geen race tegen de klok, wel tegen een verdeelde samenleving , die gewend is aan een forse welvaart en verwend met allerhande technologische ontwikkelingen. Rijd in het spitsuur op autosnelwegen of bezoek de vertrekhal van Schiphol om te beseffen wat mobiliteit beteken. Wandel langs verwarmde terrassen of bezie de verlengde openingstijden in winkelcentra om met eigen ogen het consumentisme te zien. Tussen de woorden van het klimaatbeleid en het menselijk gedrag gaapt een kloof, versterkt door de onvrede van mensen, aan wie de welvaart voorbij is gegaan. De politici zijn een (te?) gemakkelijke kop van jut. Onbegrijpelijk is dat niet, want marktwerkingt is nog altijd het parool, terwijl sturing geboden lijkt. De vrije markt kent schaduwzijden en globalisering is onvermijdelijk.

Regeren is vooruitzien, met of zonder akkoorden

Hoe de clash tussen woord en daad te voorkomen: dat is de bange vraag van politici, die niet de waan van de dag tot uitgangspunt van hun denken en doen willen maken. ‘Coalitie mort over ‘duur’ Klimaatakkoord’, aldus het AD, dat de lezer herinnert aan het zelfbenoemde ‘groenste Regeerakkoord’. Het ene akkoord is het andere niet. Zoveel is intussen duidelijke. Mag ik – terug bij het klimaatbeleid – een bescheiden poging doen om een advies te schrijven voor premier Rutte. Hij kent immers de stevige plaats van het klimaatbeleid in het Regeerakkoord, en sprak hopelijk niet voor niets klare taal in zijn spraakmakend interview voor CNN. Bijgestaan door minister Wiebes en enkele mensen met verstand van zaken dient de premier een even beknopt als helder document ten schrijven met dank aan de klimaattafels, en zonder inschakeling van het kennelijk verlammend ‘cockpitsberaad’. Dat document zou hij vervolgens aan het kabinet moeten voorleggen, met de boodschap ‘take it or leave it’. Wijzen zijn collega’s zijn aanpak af, dan is het einde van het verhaal. Een soortgelijke boodschap heeft premier Rutte voor het parlement. Is de meerderheid overtuigd van de noodzaak van actie, en bereid over de eigen schaduw heen te springen, dan vallen er zaken te doen, ook met de samenleving. Vandaar mijn advies:

Bron: Hans Custers: Geen pauze, geen versnelling: de opwarming van de aarde gaat in gestaag tempo door. klimaatverandering.wordpress.com (29 april 2017)

1 Zorgplicht vergt actief klimaatbeleid

Mijn advies op hoofdlijnen omvat negen uitgangs- en actiepunten en een extra aandachtspunt. Dat het samen tien punten zijn geworden berust op toeval, de inhoud niet. Die inhoud begint met de aanvaarding van de noodzaak van een actief klimaatbeleid.  Kijk naar de oplopende temperatuur, en lees alle IPCC-rapporten. De zorgplicht van de overheid dwingt tot actief klimaatbeleid, het (wellicht veiliger) voorzorgbeginsel ook. Dat beginsel was ruim 20 jaar geleden de eensgezinde opvatting van de parlementaire onderzoekcommissie klimaatbeleid. Discussie over dit uitgangspunt lijkt ook overbodig, gelet op het Regeerakkoord 2017.

2 Klimaatbeleid vergt coherente aanpak op basis van kernwaarden

De e  vier kernwaarden, waarop het klimaatbeleid gestoeld moet worden zijn universele uitgangspunten met een ook internationale strekking:  achtereenvolgens gerechtigheid, rentmeesterschap (duurzaamheid), solidariteit en gedeelde verantwoordelijkheid. Beleid dat gestoeld wordt op deze waarden zal bij een groot deel van de samenleving onvrede wegnemen, in materiële en immateriële zin, temeer wanneer de samenhang tussen de achtergronden van de onvrede en van de maatregelen zichtbaar wordt gemaakt. 

3 Financiering klimaatbeleid deels uit algemene middelen

De materiële vertaling leidt tot de hoofdlijn, dat voor de oplossing van grote maatschappelijke vraagstukken de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Gerechtigheid vereist, dat bij klimaatbeleid niet volstaan wordt met de vervuiler betaalt. Een faire lastenverdeling vergt, dat een groot deel (50 %?) van de kosten van klimaatbeleid betaald wordt uit de algemene middelen, gevoed door het draagkrachtbeginsel, dus volgens progressief tarief. Het vervuiler betaalt principe is vervolgens de grondslag voor CO2-beprijzing, energie-belasting, accijnzen en rekeningrijden.

4 Meersporen-aanpak via besparing en ruime diversificatie

Verduurzaming van energie moet krachtig worden voortgezet. Wind, zon en water vormen – indien beschikbaar – onuitputtelijke bronnen waarmee op termijn de energievraag grotendeels kan worden gedekt. Maar discontinuiteit vereist wel tijdige ontwikkeling van opslagsystemen. Waar fysieke opslag van windenergie via waterbekkens moeilijk realiseerbaar is, resteren opties als directe omvorming tot en tijdelijke opslag van waterstof, en opslag van zonne-energie in de accu’s van het geëlektrificeerde wagenpark. Voorkomen moet worden, dat hernieuwbare energie  andere waarden schaad. Denk aan verlies van biodiversiteit en van groene ruimte door aanleg van grote zonne-energievelden

5 Koppel  duurzame bronnen aan opslagsystemen

Wind, zon en water vormen – indien beschikbaar – onuitputtelijke bronnen waarmee op termijn een groot deel van de energievraag kan worden gedekt. Maar discontinuiteit vereist wel tijdige ontwikkeling van opslagsystemen. Waar fysieke opslag van windenergie via waterbekkens moeilijk realiseerbaar is, resteren opties als directe omvorming tot en tijdelijke opslag van waterstof, en opslag van zonne-energie in de accu’s van het geëlektrificeerde wagenpark. Voorkomen moet worden, dat hernieuwbare energie  andere waarden schaad. Denk aan verlies van biodiversiteit en van groene ruimte door aanleg van grote zonne-energievelden

6 Leveringszekerheid vergt moderne kolen (of kern)centrales

In de relatief dichtbevolkte West-Europese landen, ook in Nederland, is  continue elektrisch vermogen noodzakelijk. Waar de beschikbaarheid van kolen- en gasvermogen afneemt, blijft kernenergie de enige mogelijkheid om voldoende basisvermogen te leveren. Deze optie moet overwogen worden, wanneer opslag van CO2 via CCS onmogelijk blijft en de moderne kolencentrales toch moeten sluiten. Bovendien dienen enkele gascentrales beschikbaar te blijven om pieken in de energievraag op te vangen.

7 Behoud voor gasinfrastructuur voor waterstof en biogas

De gasinfrastructuur inclusief enkele gascentrales blijft van betekenis, ook na beëindiging van de gasproductie in Groningen. Noors en Russisch gas is een goede transitie-brandstof, ook om thermodynamische redenen. Daarnaast is het gasnet van waarde voor de waterstof-economie en de inzet van biogas, verkregen uit de verwerking van groen-afval. De omzetting van de overschotten aan duurzame elektriciteit bij een te groot aanbod van zon- en windenergie in waterstof dient een meervoudig doel: opslag en transport van energiedrager, grondstof voor industrieel processen, en brandstof voor mobiliteit. Marktwaardeverliezen van zon- en windenergie worden daarmee voorkomen.

8 Inzet biomassa blijft even omstreden als noodzakelijk

De inzet van biomassa – vooralsnog een van de meest belangrijke bronnen voor hernieuwbare energie – roept welvraagtekens op door de komaf van de bijgestookt materialen. Hoogwaardiger toepassingen verdienen inderdaad voorrang boven massale inzet voor stroomproductie. Moderne afvalverbranders kunnen wel een forse bijdrage blleveren aan de productie van elektriciteit en warmte. Via de afzet van  CO2 dragen zij bij aan de agrobusiness van tuinbouwbedrijven.

9 Beperk mobiliteit, hoe moeilijk te verkopen ook

Verkeer en vervoer zijn tot op heden ontzien, ondanks de forse bijdrage aan de CO2-emissies. De verruiming van de maximum-snelheid staat zelfs haaks op de visie inzake energiebesparing. Datzelfde geldt voor de welwillendheid, waarmee de luchtvaart tegemoet is getreden. De wisselvalligheid bij de stimulering van de elektrificatie van het wagenpark is evenmin bevorderlijk voor actief klimaatbeleid. Rekeningrijden mag daarom niet langer uitgesteld worden, en de luchtvaart behoeft niet langer meer te worden ontzien.

Extra aandachtspunt : bevestig de relatie met circulaire economie

De onmiskenbare relatie tussen het klimaatbeleid en circulaire economie blijkt uit de forse vermindering van CO2-uitstoot, die gerealiseerd kan worden bij de transitie naar circulariteit. Een tot nu toe vergeten invalshoek bij het klimaatbeleid. Denk bij voorbeeld aan het hergebruik van Co2 in bouwmaterialen en andere vormen van COLees Challenging Changes: de uitdaging voor overheid, consumenten en producenten. Hergebruik van producten en materialen levert een pittige bijdrage door de energie, die opgeslagen ligt in materialen als aluminium, staal, beton en kunststoffen. Afstemming en coördinatie zijn geboden, ook om industriepolitieke redenen. Een evenwichtig systeem van CO2-beprijzing biedt uitkomst, wanneer in internationaal verband afspraken kunnen worden gemaakt. Consistentie vereist wel, dat de BTW niet wordt verhoogd op diensten, die verlenging van levensduur (reparatie, renovatie) faciliteren.

Cover Challenging Changes – Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy



Hoogtepunten Kuala Lumpur

ISWA President Antonis Mavropoulos overhandigt Ad Lansink de ISWA Publication Award 2018

Feestelijke uitreiking ISWA Publication Award 2018 voor Challenging Changes
Wie had ooit gedacht, dat ik met de Ladder van Lansink – bijna 40 jaar nadat ik die voorkeursvolgorde voor het afvalbeheer bedacht – de befaamde Petronas Towers in Kuala Lumpur zou beklimmen. In figuurlijke zin dan. Want de tocht naar de hoogste verdieping van de iconische tweelingtorens vereist natuurlijk snelle liften. En het bezoek aan de top en aan de brug – halverwege de beide torengebouwen – was de afsluiting van vijf onvergetelijke dagen in Kuala Lumpur, rond het echte hoogtepunt: de overhandiging van de prestigieuze ISWA Publication Award 2018, die ik met Challenging Changes in de wacht had gesleept. Een onafhankelijke jury had enkele maanden eerder mijn boek over de onmiskenbare relatie tussen afvalhierarchie en circulaire economie gekozen uit 15 genomineerde publicaties.

Dubai, met Emirates naar Kuala Lumpur

Van Afrika naar Azie
De reis naar de grootste stad van Maleisië was op zichzelf al een belevenis. WasteCon 2018, het tweejaarlijkse congres van IMWSA in Johannesburg, en het ISWA World Congress 2018 in Kuala Lumpur lagen zo dicht bij elkaar, dat een rechtstreekse vlucht van het ene (Afrika) naar het andere continent (Azie) voor de hand lag, zij het via Dubai, dat we slechts uit de lucht hebben kunnen bekijken. De luchthaven van Dubai mag er trouwens ook zijn: een en al luxe zoals te verwachten was in de rijke woestijnstad. Van Johannesburg naar Kuala Lumpur: dat betekent een kleine twintig uur onderweg, in de redelijk gevulde vliegtuigen van Emirates. Het is een aardige bijkomstigheid: begrippen, die bekend zijn van de sponsoring van sportmanifestaties en clubs, komen in de lucht tot leven: Petronas en Emirates.

Kuala Lumpur om 23.00 uur, met Petronas Towers

KLCC
De nachtelijke aankomst biedt meteen een verrassend zicht op Kuala Lumpur, de Aziatische stad waar de tijd niet heeft stilgestaan. De verlichte torengebouwen roepen een futuristische sfeer op, zakelijk en toch sprookjesachtig. Het Kuala Lumpur Convention Centre – kortweg KLCC – ligt midden in het zakencentrum, vlak bij de Petronas Towers en het immense Suria KLCC winkelcentrum. Hotel Impiana staat niet ver van het fraaie KLCC, dat met voetgangersbruggen en tunnels snel te bereiken is. Bij de eerste verkenning kijken we – echtgenote Ans, boekontwerper Sophie van Kempen en ik – onze ogen uit. We vallen van de ene verbazing in de andere, in het van liften en roltrappen voorziene winkelcentrum, maar ook in het mooie KLCC-park: een groene oase tussen de talloze torengebouwen. Binnen een halve dag voelen we ons thuis in die uitzonderlijke omgeving.

Opening van het ISWA World Congress 2018, met links Antonis Mavropoulos

Tromgeroffel
De boeiende gebeurtenissen, op weg naar de uitreiking van de ISWA Publication Award 2018, volgen elkaar in hoog tempo op, te beginnen met de borrel en maaltijd met de delegaties van de NVRD en de gemeente Rotterdam, die de toekomstige vestiging van ISWA in Rotterdam vieren: een genoeglijke bijeenkomst, temeer waar de NVRD, voor Nederland lid van ISWA, mijn boek had genomineerd voor de ISWA Award. De ceremoniële opening van het ISWA 2018 World Congress in de immense congreszaal van het KLCC zal ik evenmin vergeten. Ruim  1200 gasten luisterden ingetogen naar het Maleisische volkslied, en zagen na een opwindende show, hoe ISWA President Antonis Mavropoulos, Dr Ho, zijn Maleisische collega en een hoge overheidsdienaar met tromgeroffel het congres voor geopend verklaarden. In het KLCC was intussen de ‘Exhibition’ begonnen, terwijl in de ruime wandelgangen de gasten een grote variatie van dranken en hapjes aantroffen.

Ans en Ad Lansink met Sophie van Kempen voor WOWKL!,bij de ISWA Welcome Reception

Kennisdeling alom
Parallelle workshops op het uitgebreide terrein van afvalbeheer en circulaire economie leerden de congresgangers, dat er heel wat te doen valt om de transitie naar een duurzame samenleving waar te maken. Aan het enthousiasme van de sprekers zal het niet liggen, en aan de inzet van de kennis beluste deelnemers evenmin. De moeilijkheid zit hem natuurlijk in de vertaling van ideeën en plannen in de harde werkelijkheid van alledag, temeer – ook dat werd in Kuala Lumpur duidelijk – vanwege de grote verschillen in welvaart, kennis en middelen. Tegen die achtergrond is kennisdeling van grote betekenis. De uitwisseling van ervaring en de overdracht van technologie vergemakkelijkt de transitie naar circulariteit. Dat daarbij ook de sociale en culturele aspecten een rol spelen, bleek tijdens de enerverende Welcome Reception, op zijn Maleisisch.

Het onvergetelijke hoogtepunt

Hoogtepunt
Nog onvergetelijker was de uitreiking van de ISWA Publication Award 2018 tijdens het ISWA Gala Diner in de met honderden gasten gevulde Ballroom van het KLCC. Op het podium speelde een Maleisische band regionale muziek, zij het met een westerse klankkleur. Aan een ontelbaar aantal ronde tafels genoten de gasten van een acht-gangen-diner naar Oosterse snit. De feestelijke muziek werd af en toe onderbroken voor mededelingen en voor de overhandiging van de Award. Na de aankondiging door ISWA President Antonis liep ik gespannen naar het podium. Daar maakte de nervositeit plaats voor blijdschap en ook trots. Deze waardering had ik in 1979 en de jaren daarna niet kunnen voorzien, ook niet in october 2017, toen ik in Brussel Challenging Changes presenteerde. Vandaar ook mijn welgemeende dankwoorden, in het bijzonder aan het ‘home team’: Jan Storm en de ‘editorial board’, Cobie Jolink, en de gelukkig in het KLCC aanwezige Ans Lansink en Sophie van Kempen.

Dankwoord van Ad Lansink

It’s time for change
Het besluit om de verre reis naar Kuala Lumpur te ondernemen om de oorkonde zelf in ontvangst te nemen, heeft ons – ook Ans en Sophie – onvergetelijke dagen bezorgd, niet alleen om het bezoek aan een land en stad, waar we nog nooit geweest waren, maar ook en vooral door de  hartelijke en inhoudsvolle ontmoetingen en gesprekken: met de staf en leden van de wereldwijde ISWA-gemeenschap, en met congresgangers, die verrast waren door de aanwezigheid van ‘the father of waste hierarchy’. De verbazing dat achter het begrip ‘Ladder van Lansink’ een levend iemand schuil gaat wekte verbazing en waardering. Het was daarom niet moeilijk om na de ontvangst van de Award het volgende slotwoord uit te spreken: ‘It’s time for change, let’s do it together, all over the world’. Wereldwijd: in Kuala Lumpur, in Nijmegen en elders. Want uiteindelijk zijn hoogtepunten niet gebonden aan plaats of tijd.

Trap niet in die te mooie prijs

De brutaliteit van phishing lieden kent geen grenzen, zo schreef ik eerder na zelf bijna het slachtoffer te zijn geworden van bedenkers van nep aanbiedingen, plotseling gewonnen prijzen en ander (on)gerief. Mededelingen van de eigen (of een andere) bank worden nog steeds nagemaakt, en nog professioneel ook zodat ze niet van echt zijn te onderscheiden. Intussen verlokt het uitzicht op een gewonnen prijs veel mensen, die voor minder dan een dubbeltje graag op de eerst rij gaan zitten. Neem bijvoorbeeld de volgende lok-berichten met een vrijwel gelijke inhoud, maar verstuurd onder een wisselende kop:

  • Gefeliciteerd, je bent geselecteerd als klant van de maand. De beloning? Een Samsung Galaxy S9/9+ voor €1 in plaats van €899. Of een iPhone X voor slechts €1,50;
  • Of: welkom bij Samsung Services:  Uw account is nu geactiveerd. Klik op ‘Start’ om te ontdekken welke diensten voor u beschikbaar zijn met uw nieuwe Samsung Account (dat ik niet besteld heb)
  • Afzender ‘Sorteren en Bezorgen’ meldt dat ik de gewonnen prijs – opnieuw  een Samsung Galaxy S9 – binnen een werkdag moet claimen. Zo niet dan gaat de prijs naar een ander. Een uur eerder had ik een vrijwel identiek bericht ontvangen, met als afzender ‘Bestellen en Aflevering’
  • De webshop of wat er voor door mag gaan kent ook de kracht van alliteratie: een dag voor het berichten van ‘Bestellen en Aflevering’ kreeg ik twee identieke berichten, met als afzenders Bestellen en Bevestigen en Pakketten en Post. 

Trap er niet in. Voor niets gaat de zon op. De mededeling dat je zo maar een Samsung Galaxy S9 hebt gewonnen, is natuurlijk te mooi om waar te zijn. Handige lieden hebben valse win-acties bedacht om geld van impulsieve of onachtzame mensen in de wacht te slepen. Zij hebben het op adressen gemunt, en zo mogelijk op bankrekeningen of creditcards. Hun follow up kent diverse varianten: voortzetting met een abonnement dat een paar  dagen gratis is, waarna tenminste een heel jaar het volle pond betaald moet worden voor een bedrag dat hoger uitpakt dan bij de bekende providers. Ook kan het gebeuren, dat de telefoon niet wordt afgeleverd, nadat al wel kosten zijn betaald. Nog beroerder pakt het uit, wanneer de ‘account-phishers’ je rekeningnummer en wachtwoord in handen krijgen. Goede raad is in dit geval niet duur, wel kort: trap er niet in. De Samsung Galaxy S9 is een uitstekend toestel, en de iPhone X10 ook, de moeite van een weloverwogen aanschaf alleszins waard. Maar sleep de berichten over de gratis smartphone meteen naar de prullenbak om andere smarten te voorkomen.

Eregast(en) bij IWMSA in Johannesburg

Reisgenoten Ans Lansink en Sophie van Kempen goedgeluimd op weg naar Johannesburg

Met Challenging Changes naar WasteCon 2018: tweejaarlijks congres van de Zuid-Afrikaanse Associatie van Afvalbedrijven
In het vroege voorjaar van 2018 vroeg Leon Grobbelaar, de nieuwe president van het Institute of Waste Management of Southern Africa (IWMSA), of ik op de 24e editie van het tweejaarlijks congres WasteCon 2018 de openingstoespraak wilde verzorgen. Via de staf van ISWA had hij gehoord, dat mijn boek Challenging Changes mooi paste bij het thema van WasteCon 2018: Implementing the Waste Hierarchy. Ik accepteerde graag deze eervolle invitatie, weliswaar ver van huis maar de moeite van een interessante reis meer dan waard. Ik kocht zelfs een reisgids van Kaapstad, vanwege het aanvankelijke plan om na Johannesburg ook de mooiste stad van Zuid Afrika te bezoeken. Enkele maanden later verraste mij het ongedachte bericht over de toekenning van de ISWA Publication Award 2018 De officiële uitreiking zou op 23 october 2018 plaats vinden, tijdens het ISWA World Congres 2018 in Kuala Lumpur.

Na lange reis naar Johannesburg nog even een selfie van een fit drietal

Gedrieën op pad
Het bezoek aan Kaapstad moest dus worden ingeruild voor een opnieuw verre reis naar Kuala Lumpur, via een korte tussenstop in Dubai. Toen ik begin 2018 hoorde van mijn nominatie voor de ISWA prestigieuze Publication Award had ik boekdesigner Sophie van Kempen al gezegd: wanneer ik de ISWA-Award win, nodig ik je uit om mee te gaan naar Kuala Lumpur. Dat was niet tegen dovemansoren gezegd. Haar enthousiasme bleef toen we besloten om de twee reizen aaneen te sluiten. Zo kon het gebeuren, dat we gedrieën – echtgenote Ans, Sophie van Kempen en ik – op de vroege zondagochtend door de moeder van Sophie naar Schiphol werden gebracht om aan een even avontuurlijke als – achteraf – onvergetelijke trip te beginnen. Enkele dozen met boeken hadden niet op eigen kracht maar op die van DHL Express de weg naar Johannesburg en Kuala Lumpur al weten te vinden.

Spiegel: Sophie  en Ad  in Apartheidsmuzeum

Sightseeing
Na een lange maar voorspoedige vlucht landden we ’s avonds laat in Johannesburg. De shuttle naar Emperor’s Palace – het complex met drie hotels, een ‘mall’ en het congrescentrum, waar WasteCon 2018 plaats zou vinden – vonden we snel. Emperor’s Palace ligt in Kempton Park, vlakbij het vliegveld. Gedrieën liepen we de volgende dag naar het congrescentrum, waar we ook alle drie een badge kregen. Op de eerste congresdag is er zowaar ruimte voor sightseeing. De hotelstaf adviseerde ons een taxi met gids via het bedrijf van Titus, een hartelijke Afrikaan, die Ans en Sophie ook andere dagen zijn diensten zou aanbieden. Het bezoek aan het indruk-wekkende Apartheidsmuseum en de tocht langs en door de townships van Seveto bleken een echte eyeopener, net zo als karakteristieke aspecten van Johannesburg: grote welvaart naast diepe armoede, ommuurde huizen, forse hekken, in schooluniform gestoken kinderen en – opvallend genoeg – een uitstekende infrastructuur voor het omvangrijke autoverkeer. Wie had dat gedacht?

Inaugural adres bij WasteCon 2018 (Foto: Sophie van Kempen)

Linda Godfrey
Weer terug in het opvallende complex van Emperor’s Palace spoedden we ons naar de openingsborrel van de WasteCon 2018 Exhibition, met een officieuze, informele toespraak van Leon Grobbelaar, die een exemplaar van Challenging Changes in zijn hand hield. De expositie in het grote Centre Court  bood ruimte aan een vijftigtal stands van uiteenlopende bedrijven (waaronder een spectaculaire duurzame biertap). Tussen de stands waren  twee ‘catering places’ ingericht, waar bij de opening maar ook op de dagen erna de inwendige mens niets te kort kwam. Tijdens de openingsavond werden we aan diverse mensen voorgesteld: zo ook aan Linda Godfrey, de Zuid-Afrikaanse hoogleraar, die de filosofie van Challenging Changes volledig onderschrijft. Zij was uiterst actief: bij de opening van het congres (tweede van links op de foto), en ook in enkele workshops.

Sprekers zingen bij opening Zuid Afrikaans volkslied (Foto: Sophie van Kempen:

Volkslied
Op 16 october 2018 werd WasteCon 2018 officieel geopend met het zingen van het Zuid-Afrikaanse volkslied, een even opvallende als ontroerende gebeurtenis. Na de wisseling van de wacht – Leon Grobbelaer nam het presidentschap over van zijn voorganger Jan Palm – mag ik mijn keynote uitspreken, nadat de dagvoorzitter mijn complete doopceel heeft gelicht. Sophie van Kempen was meegegaan naar de opening, uit belangstelling maar ook om foto’s te maken. Mijn voordracht viel goed – ondanks de lengte van 40 minuten – getuige de positieve reacties in de pauze. Intussen had Gail Smit, executive WMISA-manager, een stand geregeld in het Centre Court, zodat ik exemplaren van Challenging Changes aan de man en vrouw kon brengen. Dat lukte wonderwel. De boeiende gesprekken, die ik met diverse ‘delegates’ mocht voeren deden mij besluiten om alle congresdagen in Emperor’s Palace te blijven.

Vrolijkheid troef met Challenging Changes: Ans Lansink geniet mee, in Ad’s eigen stand (Foto: Sophie van Kempen)

Workshops
Sightseeing was voor mij onmogelijk. omdat ik intussen was gevraagd om bijdragen te leveren aan twee  workshops. De eerste invitatie betrof de workshop over biobased economy, voorgezeten door David Newman, president van de World Biogas Association, en voorganger van Antonis Mavropoulos, de huidige ISWA-president. David meldde dat hij 25 jaar ervaring in de afvalwereld had. Hij wilde een gezamenlijke foto met de ‘father op waste hierarchy’, erkennend dat 25 jaar en 40 jaar een verschil van twee afvalgeneraties inhoudt. Bij de tweede workshop – georganiseerd door de Nederlandse ambassade en de gezamenlijke Chamber of Commerce – kwam ik Linda Godfrey weer tegen, naast het tweemanschap Freek van Eijk, directeur van Circular Hotspot Holland,  en Jeroen Nagel van Rijkswaterstaat Op doorreis van Kaapstad naar Amsterdam deden zij ook in Johannesburg aan kennisdeling. De ambassadestaf  kon dus drie ‘Dutch visiting ambassadors’ begroeten. 

Leon Grobbelaar laat Challenging Changes signeren (Foto: Sophie van Kempen)

Dank aan Leon Grobbelaar
Intussen was ik zo gehecht geraakt aan Emperor’s Palace en het voortreffelijke Peermont Metcourt Hotel, dat ik ook de derde, afsluitende congresdag sightseeing aan Ans en Sophie overliet. Met Titus in hoogst eigen persoon reden zij naar en door natuurpark Pilanesberg, waar zij allerhande wilde dieren van dichtbij konden vastleggen, digitaal en in het eigen geheugen. Zelf moest ik het doen met een bijzondere vogel op een zebrapad naar het congrescentrum. Opnieuw trof ik weer diverse ‘delegates’ – tot een ‘stumbling Nigeriaan’ toe – die meer wilden weten van de Ladder van Lansink. Leon Grobbelaar was zo blij met mijn komst naar Johannesberg, dat hij in de slottoespraak nog een keer naar de ‘father of waste hierarchy’ verwees. Zelf bewaren wij mooie en dankbare herinneringen aan alle dagen in Johannesburg, en vooral aan de hartelijke en tegelijk inhoudelijke wijze, waarop de ‘man van de ladder’ en zijn reisgenoten werden ontvangen. Chapeau voor Leon Grobbelaar en zijn enthousiaste IMWSA-team.

Even naar Beirut (Libanon)

Met Challenging Changes naar Libanon voor een ministeriële workshop over de betekenis van de Ladder van Lansink voor de afvalwetgeving

Beirut vanuit de lucht, kort voor landing

Zo kom je nog eens ergens: dat worden langzamerhand gevleugelde woorden. Toen nog vol verwachting uitziend naar de congressen in Johannesburg en Kuala Lumpur, die ik ‘gewapend’ met Challenging Changes zou gaan bezoeken, vroeg ISWA-president Antonis Mavropoulos mij plotseling om in Beirut met een keynote over de ‘waste hierarchy’ een workshop in te leiden, die hij op verzoek van de Libanese regering had georganiseerd. Hoewel Libanon niet vlak bij de deur ligt, hoefde ik niet lang na te denken om ja te zeggen op de onverwachte invitatie. Op 25 september 2018 bracht Sophie van Kempen – onze reisgenote bij de trips die enkele weken later zouden volgen – in het holst van de nacht naar Schiphol. De gebruikelijke poortjes namen we deze keer met groot gemak, waarna we via Parijs met Air France naar Beirut vlogen.

Boulevard van Beirut, uiterst links in de verte  het  visrestaurant, dat we tweemaal bezochten

Het voordeel van een dagvlucht bij helder weer is het zicht op de bestemming. Zo ook boven Beirut. Of het opzet was weet ik niet, maar de piloot vloog op een toepasselijke hoogte langs de kustlijn, zodat de immense stad goed in beeld kwam. Beirut Airport ligt een kleine 10 km van de stad, naar later bleek een snel te overbruggen afstand. De toegezegde ophaler had ons snel gevonden. Kort na de aankomst in wat vroeger het ‘Parijs van het Midden-Oosten’ werd genoemd stonden we in de hal van het hotel, midden in het befaamde stadsdeel Hamra met veel hoogbouw, maar ook met aardig wat kleine winkels en restaurants, en met smalle straten, waar talrijke auto’s zich moeizaam doorheen worstelden.

American University in Beirut: Entrance

Binnen de kortste keren zocht Antonis Mavropoulos app-contact, met als gevolg, dat we enkele uren na aankomst in Beirut in een fraai visrestaurant aan de boulevard gevieren konden genieten van diverse, zelf uitgekozen soorten vis, bereid volgens de locale keuken. Gevieren: want Antonis had Frederico meegenomen, zijn collega en vriend, die ons vervoer naar diverse locaties verzorgde. Frederico nam de volgende dag ook mijn presentatie door: een briefing met belangrijke tips. Na de briefing was er tijd voor sight seeing: de Amerikaanse Universiteit met het befaamde archeologisch museum, en een kustwandeling. De tweede dag werd weer afgesloten met een diner, nu verder van het hotel, in een typisch Libanees restaurant, en met meer gasten. Antonis had o.m. ISWA Board Member Derk Greedy en ISWA Managing Director Arne Ragossnig uitgenodigd. Zij zouden ook een bijdrage aan de workshop leveren.

Overhandiging van ‘Challenging Changes’ aan minister Anya Ezzeddine in de pauze van de workshop

Vroeg uit de veren was het parool op de derde dag. De workshop, waar alles om begonnen was, startte al om 9.00 uur. Plaats van handeling: het gebouw van het Parlement, waar na de gebruikelijke koffie met gebak minister Anya Ezzeddine de bijeenkomst opende met een overzicht van het afvalbeheer in Libanon. De nieuwe afvalwet was net van kracht geworden, maar aanscherping bleef mogelijk. En geboden, gelet op de vele, brandende landfill-sites, soms vlak bij de gebouwde omgeving. Vervolgens mocht ik de betekenis van de afvalhierarchie uiteenzetten voor het terugdringen van lucht-, water- en bodemvervuiling en voor de geleidelijke overgang naar circulair resource management. Derk en Arne voegden hun eigen ervaringen in UK en Austria toe, en Antonis vatte onze gezamenlijke inbreng kundig samen.

De ingevlogen deskundigen: Derk Greedy, Arne Ragossnig, Ad Lansink en Antonis Mavropoulos

Na een korte pauze ontspon zich een pittige discussie met leden van het parlement, ambtenaren, mensen uit het bedrijfsleven en milieu-organisaties. De voertaal was Engels, maar de Arabische tolk was aangetrokken om de discussie voor iedereen verstaanbaar te maken. Wat mij vooral is bijgebleven, is de interventie van een van de gasten. Vrij vertaald: dank voor al uw mooie betogen, maar u moet niet denken dat de strategie van de afvalhierarchie en bijbehorende acties in Libanon een op een gekopieerd kunnen worden. Wij zijn een ander land, met andere gewoonten, een ander welvaartsniveau en een andere economie. Ik viel hem ivoor een deel bij, maar hield staande, dat de afvalhierarchie toch een universele, ook voor Libanon bruikbaar  ‘framework’ is. De workshop werd afgesloten met een uitgebreide lunch in weer een ander Libanees restaurant, in aanwezigheid van vrijwel alle (70) gasten.

Stropdassen weg: het werk zit erop: vrolijke gezichten van Derk, Antonis en Ad

Enkele uren later troffen wij Antonis, Federico, Derk en Arne opnieuw in het visrestaurant, waar ons bezoek aan Beirut twee dagen eerder was begonnen. Aangezien we met uitzondering van Federico het gezelschap een maand later in Kuala Lumpur weer zouden ontmoeten was van een afscheid eigenlijk geen sprake, wel van Libanon en Federico, niet van de ISWA-mannen, die deskundigheid paren aan hartelijkheid, en visie aan verantwoordelijkheid. Het was een voorrecht om ver van huis ervaringen uit te wisselen en kennis te delen, ook over zaken buiten het domein van afvalbeheer en circulaire economie. De internationale politieke ontwikkelingen geven daar ook alle aanleiding toe.

Ans Lansink aan de wandel langs de kade van Tyrus

Na de volle dag van de workshop hadden we nog een dag om de omgeving van Beirut te verkennen. Op advies van Edward Kimman SJ trokken we naar Tyrus, de oude havenstad aan de Middellandse Zee, ruim 100 km ten zuiden van Beirut. Tyrus is al in 1984 op genomen de Unesco-lijst van Werelderfgoederen. Halverwege de taxi-rit naar Tyrus ligt Sidon, de op twee na grootste stad in Libanon met ongeveer 200.000 inwoners, destijds een van de belangrijke steden van Kanaän. De tijd ontbrak om uit te stappen. We moesten het doen met enkele blikken uit de auto.

Netwerken in Tyrus

Wat we wel uitvoerig zagen, was een van de oudste kerken in Tyrus, en ook de landtong, waar Tyrus in het verre verleden is ontstaan. Nu resten slechts ruïnes: even indrukwekkend als monumentaal. Zoveel werd duidelijk: waar het verleden zichtbaar is, daar gloort de toekomst, ook in Libanon, al heeft hier en daar de tijd stil gestaan. De netwerken midden in de stad bewijzen dat evenzeer als het zwerfvuil langs de autosnelwegen: een lange sliert van voornamelijk verpakkingsplastic. Ook op dat vlak valt er in Libanon nog veel te doen.

Ad Lansink bij de resten van oud Tyrus

Jong ondernemerschap en circulaire economie

Johnny Kerkhof begroet de eerste gasten bij de start van RebelSpaces

Negen aansporingen bij opening van RebelSpaces op het Honig-complex
Opvallend dat jonge ondernemers een bijna stokoude niet-ondernemer vragen enkele woorden te spreken bij de opening van RebelSpaces op 12 september 2018, een circulair ontworpen ‘workspace voor een community of changemakers’: ‘thinking and rethinking aan refubished tables’ met bladen van koffiezakjes, op ecodesign stoelen van geupcycelde legerkleding. Afgezien van de verengelsing van de taal spreekt het concept mij aan. Dank ik de vraag naar enkele openingswoorden aan Challenging Changes – Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy, mijn boek over de betekenis van de afvalhierarchie voor circulaire economie? Of garandeert de naam van (de Ladder van) Lansink bij voorbaat zinnigeuitspraken over het spanningsveld van ecologie en economie? Ik sluit dat laatste niet uit gelet op recente uitnodigingen voor bezoeken aan en voordrachten in Beirut, Johannesburg en Kuala Lumpur. Er wachten drukke weken.

Ad Lansink geeft een toelichting op zijn negen aansporingen

Ondernemend
Over jeugdig ondernemerschap gesproken: ik was zelf eigenlijk wel ondernemend, op school en later ook naast de collegebanken. In Utrecht kwam ik in het kroegbestuur van Veritas terecht, en tegelijk bij een natuurfilosofisch dispuut. Maar ik was en werd geen ondernemer, laat staan een jeugdige versie, in tegenstelling tot mijn broer die vliegers en modelvliegtuigjes bouwde en voor grof geld verkocht aan onhandige vaders om hun even onhandige zoontjes te plezieren. Over vaders gesproken: mijn vader was wel een jong ondernemer, en zijn vader ook, zij het in de tijd dat van circulariteit geen sprake was. Het waren de dertiger – toen ook onzekere – jaren, waarin mijn vader zijn textielwinkel moest sluiten om als ambtenaar de kost voor zijn gezin te gaan verdienen. Eenmaal met pensioen werd hij weer ondernemer, met het motto ‘zo scherp als een zeis calculeren wij onze prijs’: een slogan die zijn klanten – familie, vrienden en bekenden – wel aansprak. Wat ik van mijn vader wel heb geleerd is doorgaan, ook na de pensionering, en doorzettingsvermogen: mijn eerste aansporing voor jeugdige ondernemers.

Next Generation Design van Planq: meubels uit secundaire grondstoffen

Lengte breedte en diepte
Mijn tweede aansporing luidt: leef in de breedtewant de lengte van je leven heb je niet in de hand. De diepte tot op zekere hoogte dan weer wel, maar dat terzijde. Gebruik de tijd dus goed, en verdiep je in meer onderwerpen: zoek een balans tussen generalisatie en specialisatie, en ga af en toe de diepte in zonder de weg kwijt te raken. Want koersvastheid – mijn derde aansporing – is hoe dan ook een vereiste voor jonge ondernemers. Enkele dagen geleden vroeg iemand mij, nadat andere personen uit ons gezelschap hadden verhaald over hun creativiteit, of ik ook creatief was. Ik antwoordde – achteraf te vlug – nee, helemaal niet. Ik kan schilderen, tekenen noch beeldhouwen en helaas ook geen muziek maken. Een van mijn tafelgenoten riep meteen: maar schrijven kun je wel, en praten ook. Ik moest toegeven, dat creativiteit zich ook langs niet-artistieke weg kan uiten. Denk aan de Ladder van Lansink, maar ook aan mijn voorstel voor studiefinanciering of voor de financiering van ziekenhuizen, die door milieubewuste en energiebesparende bouw en inrichting verlaging van de exploitatielasten konden realiseren.

Functionele creativiteit: fles van bioplastic uit suikerriet. Damir Perkic www.beobottle.com

Waardecreatie
De creativiteit leidde soms tot ongedachte en onverwachte sweeping statements zoals zwangerschap is geen ziekte en de pil dus geen geneesmiddel tijdens een discussie over het pakket van de basisverzekering; de uitloger liegt bij een debat over uitloging van zware metalen; en – van heel andere orde – beter een stuk in de kraag dan tien in de krant, mijn vertaling van de Nieuwspoortcode, toen de nieuwbouw van de Tweede Kamer werd geopend. Aan deze reeks voeg ik vandaag toe: RebelSpaces, of all places, een positief bedoelde uitspraak om de voordelen van de unieke ‘workspace for changemakers’ naar waarde te schatten.Waarde-creatie  is tegelijk een van de uitdagingen van de circulaire economie. Het trefwoord creativiteit brengt mij bij de vierde aansporing: probeer als jonge ondernemer creatief te zijn. Combineer vorm en inhoud in de producten en diensten, die je wilt maken of aanbieden, en geef kleur aan het ondernemerschap door kijkers en kopers te verrassen met bijzondere ideeen of effecten, overigens zonder in allerhande marketing trucs te vervallen. Reclamebureaus en mediatrainers zullen deze bijzin liever vergeten, en de politici van vandaag ook. Maar ik houd staande dat inhoud meestal wint vorm. Ontwerpers doe ik daarmee hopelijk niet tekort.

Overview van RebelSpaces

Organisatie
Terug naar de waarde-creatie: het trefwoord van de circulaire economie, dat niet zomaar waar te maken is. Niet voor niets wordt veel en vaak gesproken over businessmodellen in de circulaire economie. Ik verwijs o.m. naar het recente boek van Jan Jonker, getiteld: Werkboek circulair organiseren voor het ontwikkelen van een circulair businessmodel’. De term organiseren verwijst naar de wisselwerking met ketenpartners. De ontwikkeling van circulaire producten en diensten is vrijwel nooit eenmanswerk, integendeel. In vrijwel alle gevallen zijn meer personen en instellingen betrokken. Dat vergt een stevige organisatie en goede afspraken, ook over de voortgangscontrole en de evaluatie. Besteed daarom tijdig aandacht aan alle organisatorische aspecten: mijn vijfde aanbeveling voor (jeugdige) ondernemers.

Upcycling: hergebruik van textielvezels (Frankenhuis) voor tafelbladen en stoelzittingen door Planq

Dilemma’s
Bij de ontwikkeling van circulaire producten en diensten weten de ketenpartners – dus ook de jeugdige ondernemers zich gesteld voor een reeks dilemma’s:

  • Sturing door de overheid tegenover producentenverantwoordelijkheid
  • Acceptatie van belastingregimes of pleidooien voor een vrije markt
  • Aanvaarding van bindende richtlijnen of vrijheid van design
  • Samenwerking op nationaal of internationaal vlak
  • Schaalgrootte: lokaal, regionaal, nationaal, globaal
  • Type van de businessmodellen
  • Lease society of recht op eigendom

Ik pak er twee punten uit, die voor startende ondernemers van grote betekenis zijn: de schaalgrootte, en de lease society, waarvan RebelSpaces natuurlijk een fraai voorbeeld is: een perfecte vorm van circulaire dienstverlening, tegelijk een voorbeeld voor andere ondernemers, die afnemers voor korte of (liefst) langere tijd aan zich willen binden. Mijn zesde aansporing luidt daarom: onderzoek de mogelijkheden voor circulaire dienstverlening en productverhuur.

Schaalgrootte
De schaalgrootte is een punt van andere orde, met een ingebouwde tegenstelling, wanneer het gaat om haalbare businessmodellen. De economische haalbaarheid van een product vergt een zekere schaalgrootte, en dus ook financieringsbehoefte. Bovendien neemt het aantal ketenpartners toe. Maar een gezonde productontwikkeling is gebaat bij een kleine, overzienbare schaal, waardoor ook bijsturen gemakkelijker wordt. Van jeugdige ondernemers mag onbevangenheid worden verwacht, naast spontaniteit en creativiteit. Daarnaast moeten zij oog hebben voor valkuilen en tegenslagen kunnen overwinnen. Vandaar het streven naar een overzienbare schaalgrootte, mijn zevende aansporing.

Een foto van de negenaansporingen

Lokaal en regionaal
De ervaring leert – kijk naar de activiteiten binnen De Smeltkroes in Nijmegen of in Blue City in Rotterdam – dat vernieuwing van denken en doen gebaat is met een (vooralsnog) kleine schaal. Vandaar mijn achtste aanbeveling: begin op lokale of regionale schaal, en sla pas daarna de vleugels uit. Denk aan de innovators in de ICT, met het spreekwoordelijke begin in de garagebox van hun ouders of vrienden. Het woord ‘box’ brengt mij bij het z.g. out-of-the box-denken: een negende aansporing voor veelal jonge vernieuwers met een andere ‘mind-set’ dan die van traditionele ondernemers. Klassieke ondernemers durven vaak gebaande wegen niet te verlaten. Hun angst is soms terecht, soms ook niet. Ik haast me overigens op te merken, dat de leeftijd er vaak niet toe doet, wel de instelling waarmee uitdagingen worden opgepakt. Op een andere, zelfs op voorhand ongedachte manier kijken naar mechanismen en systemen: dat is volgens mij de grondslag voor innovatie, die op korte of lange termijn hout snijdt.

Negen aansporingen
Ter afsluiting zet ik mijn negen aansporingen – een forse maar niet uitputtende lijst – op een rij, in de vorm van bondige uitspraken:

  • Toon doorzettingsvermogen
  • Leef in de breedte
  • Blijf koersvast
  • Wees creatief
  • Werk aan organisatie
  • Verleen circulaire diensten
  • Kies overzienbare schaal
  • Begin local of regional
  • Denk out-of-the box

Johnny Kerkhof en zijn vrienden hebben met de realisering van RebelSpaces deze aansporingen al geheel of gedeeltelijk ter harte genomen. Niettemin wens ik hem en alle jonge ondernemers veel succes op de weg die voor hen ligt. Rebellen nemen en verdienen de ruimte. Of niet soms?

Ton Geertsen (1949 – 2018) : dienstbare alleskunner

Ton Geertsen

Een volle Petrus Canisiuskerk nam op 25 augustus 2018 met een plechtige uitvaart afscheid van de man, die in de kerk aan de Nijmeegse Molenstraat gedurende een lange reeks van jaren allerhande teken vervulde. De ondanks tegenslagen – eerst het verlies van zijn zoon Sjoerd, later van zijn echtgenote Ems – immer goedlachse Ton Geertsen was deeltijd-koster, collectant, voorzitter en uiterst actief lid van de technische commissie. Zelfs de ernstige ziekte, waarmee hij in het voorjaar van 2018 plotseling werd geconfronteerd, bracht hem niet van zijn stuk. Chemokuur noch bestralingen weerhielden de energieke wandelaar niet van de deelname aan zijn twaalfde Vierdaagse, die hij ondanks zijn ziekte uitliep. Zijn altijd opgewekte gezicht verraadde weliswaar de kwaadaardige kwaal, maar zijn optimisme en uitstraling bleven overeind tot de zondag, waarop hij een rolstoel nodig had om in zijn geliefde kerk de Eucharistieviering mee te maken.

Ton Geertsen met broer Peter, zoon Jeroen en schoondochter Maria Salsabila

Wie is die betrouwbare en verstandige dienaar, die de heer heeft aangesteld over zijn huispersoneel om hen op tijd eten te geven? Gelukkig de dienaar, die daarmee bezig is wanneer zijn heer komt. Ik verzeker jullie: hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit’(Mattheus 24, 45-47). Na deze korte maar toepasselijke Evangelielezing vertelde pastoor Eduard Kimman SJ de familie, vrienden en kennissen van Ton Geertsen, dat hij de ‘alleskunner’ pas een jaar geleden had leren kennen. Toch had hij al snel door, dat hij in Ton een uitzonderlijk dienstbare parochiaan had ontmoet, een enthousiaste vrijwilliger, die niets te veel was. Zijn betrokkenheid, eerst bij de Sint Jozefkerk aan het Keizer Karelplein, en later na de taak- en boedelverdeling tussen de Carmelieten en de Jezuieten bij de Petrus Canisiuskerk maakten Ton Geertsen tot een ‘voorbeeldige’ vrijwilliger, met kennis van zaken en met een meer dan gewone inzet.

Zicht op nieuwbouw Plein 1944 bij komst zonnepanelen Molenstraatkerk (2012)

Zelf leerde ik Ton Geertsen kennen, toen pastoor Jan Stuyt SJ begin 2012 mij voor de tweede keer aanspoorde subsidie los te peuteren voor de installatie van een zonnepanelen-dak op de Molenstraatkerk. Ik was destijds voorzitter van het Nijmeegse Zonnekrachtteam, en zat – zo meende de milieubewuste pastoor – dichtbij de stedelijke subsidiepot. Een eerste verzoek bij wethouder Jan van der Meer had niets opgeleverd. De scheiding van kerk en staat zat hem dwars. De tweede poging was succesvol, nadat Ton Geertsen en Frank Korsten – toen penningmeester van de kerk – mij hadden duidelijk gemaakt, dat de kerk naast eigen middelen een flinke portie zelfwerkzaamheid in de installatie zou steken. Top-electricien, planner en alleskunner Ton Geertsen zegde de volledige medewerking van zijn technische commissie toe. Die verzekering gaf de doorslag voor de wethouder, die op 6 februari 2013 met Jan Stuyt het zonnedak officieel in werking stelde.

Ton Geertsen bij ontvangst zonnepanelen op het dak van de Molenstraatkerk

Ton Geertsen was een op en top dienstbare man, die je altijd om raad of hulp kon vragen. Ik herinner me het gemak waarmee hij een dubbele schakelaar, die ik zelf niet meer aan de praat kon krijgen, demonteerde om snel vast te stellen, dat reparatie uitgesloten was. Het Duitse ding was in Nederland niet verkrijgbaar. Ton reed snel naar huis om even later met een noodvoorziening terug te komen. Maanden daarna vond ik in Bedburg-Hau een zaak, die uit het magazijn een oud exemplaar voor Ton en mij opduikelde. Ik had Ton ook nodig toen het opladen van mijn gloednieuwe Volvo V60 Hybride niet lukte. Ton bedacht van alles, tot kippegaas voor de zonnestroom-omvormer toe, zonder positief resultaat. Toen we de Volvo naar buiten reden lukte het opladen wel. Voor een keer dan, want een paar dagen later was het weer mis. Een software update bleek noodzakelijk, een tegenwoordig gebruikelijke handeling, waaraan Ton noch ik gedacht hadden.

Ton Geertsen, Jan van der Meer en Jan Stuyt bij de ingebruikneming van de zonnecentrale (2013)

Waar Ton Geertsen wel aan dacht, dat waren de talrijke klussen in de Molenstraatkerk, kleine en vooral grote activiteiten zoals de al genoemde installatie van de ruim honderd zonnepanelen met de omvormers in de oude Doopkapel – vandaar de beelden bij deze herinnering – en de grootscheepse reparatie van de lekke vloerverwarming: een activiteit, die gedurende een groot aantal weken de aandacht van de voltallige technische commissie vroeg. De jaarlijkse opstelling van de grote Kerstgroepen vergde ook een forse inspanning naast de geel zwarte ‘aankleding’ van de Molenstraatkerk voor de traditionele Carnavalsmis.

Ton Geertsen luistert met Ward Biemans SJ, Joke Bosch en Astrid Ratering naar wethouder Jan van der Meer

Ton Geertsen bedacht met Ad Bosch en Jan Smit een vernuftig montagesysteem voor de horizontale banners van het Prinsenconvent: een opdracht waarmee ik de technische commissie verraste, toen het convent van ex-prinsen van Knotsenburg het 33-jarig bestaan opluisterde met een (tijdelijke) verwijzing naar alle Prinsenonderscheidingen vanaf Prins Nico I (Grijpink): de eerste Stadsprins van Nijmegen. Het montagesysteem blijkt bruikbaar voor andere manifestaties: op Open Monumentendag  2018 toont de Petrus Canisiuskerk een reeks historische schoolplaten uit de tijd van het Rijke Roomse Leven: een knipoog naar Ton Geertsen.

Bloemen voor de technische ploeg van de Petrus Canisiuskerk

Na de uitvaart en crematie vertelde Jos Seegers, secretaris van het College van Collectanten, dat hij in het laatste jaarverslag had geschreven: Ton Geertsen, de man die van reizen en wandelen houdt, vaak ‘en route’ – het liefst met zijn broer Peter – maar toch altijd aanwezig, niet alleen wanneer hij nodig is maar ook daarbuiten. Een paradox: vaak op pad maar altijd aanwezig. Die woorden onderschrijf ik, temeer waar ik me na weer een Facebook-bericht van Ton met allerlei fraaie foto’s wel eens afvroeg: hoe speelt hij dat steeds  klaar: vaak op weg en toch thuis, in Rome of Vaals en toch weer in Nijmegen. Die woorden – op weg en toch thuis – tellen vanaf 20 augustus 2018 niet meer. Ton Geertsen heeft de eeuwige, alleszins verdiende rust gevonden. Naar menselijke maat is hij eigenlijk te vroeg gestorven. Zijn familie mist hem, zijn vrienden van de Petrus Canisiuskerk in Nijmegen ook.

Enkele oude religieuze schoolplaten in de Petrus Canisiuskerk in Nijmegen bij gelegenheid van Open Monumentendag 2018

Challenging Changes: Stockholm en Deventer

Ad Lansink aan het woord op het seminar van Ragn-Sells in Stockholm

Zo kom je nog eens ergens: dat schreef ik enige tijd geleden na de opening van de Groen Gas Fabriek van het Hoogheemraadschap Delfland in Vlaardingen. Die woorden herhaal ik na de uitnodiging van Par Larshans, Chief Sustainability, Corporate Responsibility & Public Affairs van Ragn-Sells om van 19 tot 21 juni 2018 de gast te zijn van Ragn-Sells om voor relaties van het Scandinavische afval-en recyclingbedrijf een seminar te verzorgen over Challenging Changes. Het zou een korte maar pittige uittocht worden, met een boeiend gesprek met leden van de Rikstaget, het Zweedse Parlement, een tocht over de grootste landfilling site van Zweden, een lunch met de staf van Ragn-Sells in Sollentuna, een keynote op een speciaal georganiseerd seminar in Stockholm, en een werkbezoek aan Uppsala, waar Ragn-Sells via een 100% dochteronderneming fosfaten wint uit vliegas.

Landfilling in Zweden: bezoek aan de site van Ragn-Sells (Foto: Ad Lansink)

Tussen de bedrijven door – letterlijk en figuurlijk – was voldoende tijd ingeruimd voor overleg met de gastheren, Par Larshan en Graham Aid, die mijn bezoek aangrepen om de grondslag van de ladder te verbreden van afval- naar resource management. Dat kwam goed uit, omdat ik al in de jaren 90 bij de vormgeving van het ketenbeheer heb aangedrongen op een wijziging van het afvalbegrip. De later ingevoerde ‘end-of-waste-criteria’ bieden onvoldoende houvast voor afval- en recyclingbedrijven om de transitie naar circulaire economie voldoende kansen te geven.Te oordelen naar de LinkedIn-berichten van Par Larshans heeft het seminar en mijn keynote veel aanknopingspunten opgeleverd. Een toekomstige samenwerking werd trouwens niet uitgesloten, integendeel.

Ad Lansink voor het bestuursgebouw van Ragn-Sells in Sollentuna

Bij de start van het seminar in het fraaie Scandic Hotel in Stockholm werd duidelijk, dat mijn keynote ook op video zou worden vastgelegd. De ongeveer 70 gasten van Ragn-Sells bleken zeer geïnteresseerd in mijn presentatie, ook al liet de Engelse uitspraak te wensen over. Wie desondanks geïnteresseerd is in wat ik in Stockholm te vertellen had verwijs ik naar de site  https://lnkd.in/eKgEWYu. Daar is ook een video van ca 8 min te vinden, waarop de gastheren van Ragn-Sells het belang van de grondslag van de resource hierarchy uiteenzetten, naast korte statements van de sprekers, die na mijn keynote een bijdrage aan het seminar leverden. Al met al was het bezoek aan Zweden een boeiende en alleszins leerzame aangelegenheid, ook vanwege de nieuwe ideeën en contacten.

Textielsorteercentrum Reshare Deventer

Eenmaal terug in Nederland kon het verschil nauwelijks groter zijn: na Stockholm naar Deventer, waar ik op 11 juli 2018 de opening van Reshare, het nieuwe textielsorteercentrum van het Leger des Heils met een presentatie over Challenging Changes mocht opluisteren. Het gehoor in Deventer – wethouders, ambtenaren en andere gasten van Reshare – waren even geïnteresseerd als de toehoorders in Stockholm. Uit de vragen van de veertig toehoorders bleek opnieuw grote belangstelling voor de kernelementen van de circulaire economie, en ook voor de wijze waarop van onderaf – bewoners, consumenten, producenten en gemeenten – de circulaire economie bevorderd kan worden. Reshare: delen van goederen die een tweede em derde leven verdienen, maar ook doorgeven en uitwisselen van ideeën,

Ad Lansink over hergebruik van kleding

Circulus-Berkel, die voor acht gemeenten diverse taken in afvalbeheer en leefomgeving verricht, startte in mei 2017 een innovatieve aanbestedingsprocedure om het ingezamelde textiel uit de betreffende gemeenten regionaal te laten sorteren. Daarbij waren het creëren van sociale werkgelegenheid en een transparante en verantwoorde verwerking een vereiste. Hieruit kwam Leger des Heils ReShare als partner uit de bus. Bij de rondleiding na de officiële opening werd duidelijk, dat ook de sociale innovatie alle kansen krijgt in het – overigens tijdelijke – sorteercentrum. Binnen twee jaar hoopt Reshare een nieuw, to the point sorteercentrum te kunnen openen, en de nu nog in Wormerveer draaiende fibersorteermachine naar Deventer te kunnen verplaatsen.

Het aandachtig gehoor bij de opening van het textielsorteercentrum van Reshare

Stockholm en Deventer: dat is geen alledaagse combinatie. Toch blijkt uit het persbericht van Reshare, dat zowel klein- als grootschalige invalshoeken aan de orde zijn gekomen. Ik citeer: “Lansink, die zeer actief is in de verdere ontwikkeling van ‘circulaire concepten’ en daarvoor ook internationaal veel gehoor vindt, signaleert momenteel een grote dynamiek in het denken over de afvalhiërarchie. In circulaire concepten staat de ladder nog altijd overeind, maar we hebben het intussen wel over resource management. We worden in Europa gedwongen op dat vlak veel meer te doen. Het Europees Parlement zit daar gelukkig stevig in. Ook lokale overheden kunnen met kleinschalige initiatieven actief bijdragen aan de circulaire economie.”. 

Closing the loop(s) op een dag als vroeger

Van Nijmegen via Vlaardingen naar den Haag en weer terug naar Nijmegen

Ad Lansink en zijn Circulaire Dilemma’s

Donderdag 17 mei 2018 is een dag geworden zoals ik die in de tijd van het Kamerlidmaatschap, soms ook daarna vaker beleefde. Vroeg op pad en aan het werk, verder trekken naar een ander deel van het land, door naar den Haag en uiteindelijk laat terug naar Nijmegen met veel indrukken en boordevol herinneringen aan bijzondere ontmoetingen. Toen ik op 23 october 2017 tijdens de presentatie van Challenging Changes in Gorinchem aan een staflid van Euroforum mijn medewerking toezegde aan het Circulaire Economie Festival 2018 in Nijmegen kon ik niet weten, wat me op die al  vastgelegde dag nog verder zou overkomen: een stevige voordracht bij de opening van de Groen Gas Installatie in Vlaardingen en de presentatie van een boeiend boek van Marcel ten Hooven bij Paagman in den Haag.

Dagvoorzitter Mark Beumer kondigt Ard Lansink aan

Gespannen
Gelukkig kon ik aan alle uitnodigingen gevolg geven. Het Circulaire Economie Festival in de Kube’ op het Honig Complex begon al om 9.00 uur, en mijn presentatie stond op de rol voor 10.05 uur, meteen na de toespraak van gedeputeerde Michiel Scheffer. Het succes, dat Sophie van Kempen mij voor de start kwam toewensen, bleek nodig, want ondanks mijn ervaring was ik toch gespannen. Bovendien moest ik enige ergernis onderdrukken, omdat de dagvoorzitter mijn voornaam met een letter had verlengd. De mij toemeten tijd van 10 minuten – veel minder dan die van andere sprekers – was te kort voor een inhoudelijk verhaal in het Engels. De waardering van mijn buren op de eerste rij en later ook van andere gasten was er niet minder om. Meerdere toehoorders vonden overigens, dat de organisatie mij meer tijd had moeten geven

Julius Langendorff (EC, Brussel) aan het woord over Closing the Loop

Leergeld
De presentatie leverde natuurlijk ook leergeld op. Een volgende keer maak ik de organisatoren van een symposium of congres duidelijk, dat in tien minuten de hoofdlijnen van Challenging Changes niet zijn uit te leggen. Meer tijd is hoe dan ook nodig. Verlevendiging van het betoog met aardige anekdotes en konkrete voorbeelden houdt de aandacht gespannen en biedt ruimte voor uitwerking van interessante punten. Vanaf de ‘catwalk’ proef je snel genoeg of het verhaal overkomt. Ander leergeld betreft de afstemming van de lay out van de slides, in het bijzonder de lettergrootte, op de grootte van de zaal of hal. De gesprekken na afloop bewezen opnieuw, dat de lijnen zoals geschetst in Challenging Changes een bijdrage leveren aan een beter begrip voor de mogelijkheden en valkuilen van circulaire economie.

Jan Jonker met woorden en daden

Scoren
Na de inspirerende toespraak van Julius Langendorff  – die ik in het openbaar heb kunnen bedanken voor zijn inzet bij de publicatie van Challenging Changes – vertrok ik spoorslags naar Vlaardingen. Het  Hoogheemraadschap Delfland had mij gevraagd bij de opening van de Groen Gas Faciliteit het mini-symposium af  te sluiten met een voordracht over de betekenis van Biogas als bouw- en brandstof bij de transitie naar circulaire economie. Sophie van Kempen zou in Nijmegen, zo dat nodig mocht zijn de ruim 400 gasten van het Circulaire Economie Festival informeren over Challenging Changes. Ook zou ze mij later informeren over de voordrachten, die ik helaas moest missen: Jan Jonker over businessmodellen, en Thomas Rau over het materialenpaspoort. In haar visie scoorde Thomas Rau het hoogst, naast Julius Langendorff. Sociale media leren mij, dat de bezoekers het festival positief hebben ontvangen.

Op het podium van het Hoogheemraadschap Delfland

Delfland
De zaalopstelling in het gebouw van de Zuiveringsinstallatie De Grote Lucht te Vlaardingen had veel weg van die in de Nijmeegse Kube: een zeer ruime hal met tijdelijke multimediale voorzieningen, die uitstekend werkten. Het aantal gasten van het Hoogheemraadschap Delfland was minder omvangrijk dan het aantal toehoorders in Nijmegen. Maar het ongeveer honderd-koppige publiek in Vlaardingen was eveneens zeer geinteresseerd. Dat zag ik vanaf het hoge podium, dat een mooi zicht bood op het aandachtige publiek. Het werd ook duidelijk tijdens de geanimeerde netwerkborrel na de officiële opening van de Groen Gas Faciliteit. Opvallend was ook daar weer, dat diverse mannen en vrouwen me kwamen vertellen, dat zij al jarenlang werken met de Ladder van Lansink. Dat de naamgever nog steeds op aarde rondloopt wekt evenveel verbazing als instemming.

Humor
In Vlaardingen kon af en toe ook gelachen worden, bij voorbeeld bij  het verhaal van de Belg, die mij in Brussel bij een symposium van FostPlus vroeg of ik de man van de ladder was, en na mijn bevestiging uitriep: ik dacht dat u allang dood was, Zelfs de opmerking dat – wanneer het zover is – mijn voorkeur niet uitgaat naar crematie maar naar begraven vanwege een te geringe energie-inhoud, viel zogezegd in goede aarde. Inhoudelijk lag in Vlaardingen de klemtoon op de biologische kringloop en de rol van biogas bij de transitie naar circulaire economie.

Marcel ten Hooven licht zijn boek toe bij Paagman in den Haag: Tom-Jan Meeus wacht geduldig op zijn beurt (Foto: Ad Lansink)

Marcel ten Hooven
Van Vlaardingen naar den Haag: dat is anders dan in de jaren van mijn Kamerlidmaatschap een fluitje van een cent sinds de A4 westelijk van Delft gereed is. Tijd genoeg dus om voor de boekpresentatie van Marcel ten Hooven nog even naar Nieuwspoort te gaan. Daar tref ik Louis Cornelissen en Hans Goslinga, met Marcel destijds parlementaire journalisten van Trouw; en Tom Jan Meeus, de nog zeer actieve NRC-jounalist en commentator, waarvan ik alle analyses, commentaren en columns trouw – nu met kleine letter – lees. Hij zal later een uitstekend coreferaat houden bij de toespraak van Marcel ten Hooven, die naast zijn boek ‘De ontmanteling van de democratie, een lang maar doorwrocht betoog houdt over het gevaar van het populisme voor de democratie en de rechtsstaat. Dat daarbij vooral Trump het moet ontgelden ligt voor de hand.

De kunst van het samenleven
De ene ‘loop’ is de andere niet. Maar luisterend naar het voortreffelijke verhaal van Marcel ten Hooven denk ik terug aan de column, die ik ooit  schreef in de toenmalige Staatscourant over het toen al opkomende populisme. De ondertitel van Marcels boek luidt: Hoe de kunst van het samenleven verstoord raakt – en wat eraan te doen. Met die woorden maakt Marcen ten Hooven duidelijk, waar hij zelf staat: pleitbezorger van verantwoordelijkheidszin, verdediger en fan van de rechtsstaat, en – bijgevolg – bestrijder van het populisme, dat zelfs in onverwachte kringen wortel schiet. Bij thuiskomst na een lange dag en een ouderwetse loop (Nijmegen – Vlaardingen – den Haag – Nijmegen) las ik Marcels opdracht in mijn exemplaar van zijn boek. De kunst van het samenleven is inderdaad een forse uitdaging, net zoals ‘Closing the Loop’, en bovendien een uitnodiging om ook eens wat anders te schrijven over rentmeesterschap en verantwoordelijkheid.

Rondje Papenberg (bij Kleef)

Grabmal Johan Mauritz von Nassau-Siegen aan de voet van de Papenberg bij Kleef (Foto: Sophie van Kempen)

Naar de graftombe  van Johan Maurits van Nassau, de Braziliaan
Wie  onverwachte dingen wil ontdekken, moet af en toe de grens oversteken. Ten oosten van Nijmegen kan dat op vier plaatsen, voet- en fietspaden bij Leuth en Grafwegen niet meegeteld. In Millingen aan de Rijn lonkt Bimmen, eerste dorp op de weg naar Keeken, Rindern en Kleef. De grensovergangen op de N325 tussen Beek en Wyler, en tussen Berg en Dal en Wyler verwerken aanzienlijk meer verkeer. Groesbekers nemen de Cranenburchsestraat naar Kranenburg, de oude bedevaartsplaats met de fraaie St Peter und Paul uit de 15e eeuw.Twee kilometer verder ligt het Kranenburger Bruch, bekend om zijn kraanvogels en rietland. Tot Kleef biedt de stuwwal ten zuiden van Bundesstrasse 9 volop mogelijkheden voor stilte wandelaars. Kleef is trouwens ook de moeite meer dan waard, om het Kurhaus Museum, de Zoo en het gezellige centrum met de Stiftskirche en de befaamde Schwanenburg.

Rondje Papenberg: start bij Bergerie, volg Uedemerstrasse tot bospad naar het ‘Grabmal’ (klik voor vergroten)

Grabmal bij Berg und Tal
Verder oostwaarts zijn Kalkar en Xanten met hun bijzondere kerken onbetwiste trekpleisters, en op weg daarheen het opvallende Schloss Moyland, het museum, waar kunstliefhebbers hun hart kunnen ophalen aan wisselexposities en aan de verzameling en het archief van de befaamde Duitse kunstenaar Joseph Beuys. Een klein en onverwacht kleinood ligt dichter bij Nijmegen, verscholen in een klein bosgebied op een uitloper van de stuwwal, tussen Kleef en Bedburg Hau, op een steenworp afstand van Hotel Berg und Tal. Jaren geleden zag ik daar in het voorbijrijden op enige afstand van de weg naar Kleef enkele potten op een muur, die – zo dacht ik – bij de tuin van het hotel hoorde. Niets leek later minder waar.

Ijzeren potten op stenen muur: deel van ‘Grabmal’ (Foto: Sophie van Kempen)

Johan de ‘Braziliaan’
Pas onlangs ontdekte ik via een Duitse reisgids, dat de reeks potten horen bij een meerdelig grafmonument, dat Johan Maurits van Nassau-Siegen (Dillenburg, 1604 – Kleef, 1679) een jaar voor zijn dood heeft laten oprichten in het bos langs de Uedemerstrasse. Johan Maurits was graaf (1606-1652) en vorst (1652-1679) van Nassau-Singen. Als gouverneur-generaal van Nederlands Brazilie (1636-1644 verwierf hij de bijnaam de Braziliaan. De Duitse graaf, die ook nog stadhouder van Kleef was, had een bewogen leven achter de rug toen hij in zijn geliefde Berg und Tal stierf. Johan Maurits rust overigens niet in de kolossale graftombe, maar is bijgezet in het familiegraf in Siegen.

Ans en Ad Lansink voor de stenen wand, waar o.m. Romeinse oudheden zijn ingemetseld (Foto: Sophie van Kempen)

Altaar- en wijstenen
Toch valt er veel te ontdekken aan het grafmonument, dat uit verschillende elementen bestaat: een zwarte graftombe, een fors uitgevallen stenen zerk met inscriptie, en een grote, halfronde muur waarop grote gietijzeren vazen zijn gemetseld. Aan de binnenzijde van het In 1929 herstelde stenen halfrond zijn nu replicas van Romeinse altaar- en wijstenen gemetseld, naast schalen en kruiken uit de 17e eeuw. De stadhouder van Kleef liet destijds de in de omgeving gevonden Romeinse oudheden inmetselen. Een tweetal kanonslopen, die zomaar uit de grond steken, leren dat het er in de tijd van Johan Maurits niet altijd vreedzaam aan toe ging. De liefhebber van echte spullen moet  voor de originele exemplaren naar het Landesmuseum in Bonn.

Sophie van Kempen test poorthoogte in stenen wand (Foto: Ad Lansink

Onopgeloste vragen
Johan Maurits van Nassau-Siegen moet wel een bijzondere man geweest zijn, niet alleen vanwege zijn adellijke komaf en internationale carrière, maar ook om zijn belangstelling voor kunst en cultuur. Hoe is anders zijn verzamelwoede te begrijpen? En wat is de verklaring voor zijn besluit om wel een ‘Grabmal’ te bouwen – met delen van zijn verzameling Romeinse oudheden – en vervolgens zijn lichamelijke resten te laten bijzetten in Siegen? Ook valt op, dat de kolossale grafton buiten de stenen gedenkmuur staat, en niet in het midden van het merkwaardige grafmonument. Misschien kunnen historici een antwoord vinden op de onopgeloste vragen, die de voormalige Kleefse stadhouder in de graftombe bij Berg und Tal heeft achtergelaten.

Zicht vanaf de Papenberg naar de Watering in het Klever Land (Foto: Sophie van Kempen)

Op naar de Papenberg
Het grafmonument is opgericht in een door bomen omgeven kuil, van waaruit een breed pad omhoog loopt, opnieuw langs een fraaie reeks bomen, naar wat de Papenberg heet: een uitloper van de stuwwal, met een prachtig uitzicht op een deel van het Klever Land. Hemelsbreed bedraagt de afstand tot het centrum van Kleef ongeveer 3,5 km. De Schwanenburg en de Stiftskirche steken hoog uit boven de stedelijke bebouwing, en zijn met het blote oog goed zichtbaar. Vanaf de Papenberg is ook de Watering zichtbaar, met de Kermisdahl een oude tak van de Rijn. Het bosgebied rond de Papenberg is niet groot, maar wel indrukwekkend door de relatief grote bomen.

Panorama richting Kleef vanaf de Papenberg (Foto: Sophie van Kempen)

 

Ladder van Lansink, Beeldspraak, Knotsenburg en andere topics

Translate »