High tea in Winssen

Sophie van Kempen viert haar 7e lustrum

Gasterij De Arend in Winssen

‘Laten we samen mijn 35e verjaardag vieren met een high tea in Gasterij de Arend’, aldus de eervolle uitnodiging van Sophie van Kempen, die haar familieleden en vrienden verraste met wat een bijzondere bijeenkomst zou worden. Bijzonder vanwege het feestelijke karakter, het even gemêleerde als enthousiaste gezelschap, de schitterende locatie, de weloverwogen tafelschikking (die later zou worden losgelaten), en het mooie weer, ook al brachten we de meeste uren door in de gelagkamer. De Arend was voor mij een onbeschreven blad, wellicht omdat ik op tochten naar Druten en verder Winssen meestal rechts liet liggen.Ik herinner me slechts de dorpskern, toen ik ooit een expositie van Piet Heinen in De Paulus mocht openen; en later, toen ik het graf van het Boertje van Winssen zocht voor het Biografisch Woordenboek Gelderland. Dat de Tempelhof van Huub en Adelheid Kortekaas niet ver van De Arend ligt, was mij ook ontgaan.

Echte Maas-en-Waalers kennen Gasterij de Arend natuurlijk wel, al was het alleen al vanwege de boeiende geschiedenis van het familiebedrijf. Nijmegenaren, neergestreken in Weurt, Beuningen of Ewijk weten het in meer kringen befaamde etablissement natuurlijk ook te vinden, veelal voor bruiloften en andere veelel plezierige bijeenkomsten. Geen wonder dus, dat Sophie – na een kort vergelijkend onderzoek in Nijmegen en omgeving – al snel haar oog liet vallen op Gasterij de  Arend, in vroeger tijden dorpscafe en tussenstop voor de paardetram, nu pleisterplaats voor mensen die wat te vieren hebben. Ik neem aan dat Klaas meegeholpen heeft bij de zoektocht, te oordelen naar de vanzelfsprekendheid, waarmee hij zich temidden van Sophie’s familie en vrienden bewoog.

Sophie’s zeer geslaagde High Tea op 24 augustus 2019 begon buiten op het kleine terras, waar de al aanwezige gasten laatkomers in de verte konden zien aankomen. Na de hartelijke begroeting en dito kennismaking – soms ook een weerzien – volgde onmiddellijk de eerste alcoholische versnapering: geen thee dus, maar een mooie, droge prosecco: een passende starter voor wie rustig wil beginnen. Binnen wachtte intussen de fraai gedekte tafel, met een naamplaatje voor elke gast. Sophie had niets aan het toeval overgelaten. Zelf kwam ik aan het (ene) hoofd van de tafel terecht, tussen Ans en Inge Hondebrink, met een mooi zicht op de disgenoten en de gerechten.

De eerste toespraak: Maria, Sophie’s moeder. verrast haar dochter met twee doosjes, gevuld met kusjes en gelukwensen

Kort na Sophie’s welkomstwoorden en de ‘verorbering’ van de eerste gerechten nam Maria, Sophie’s moeder het woord om haar in het blauw geklede dochter twee doosjes te schenken: een persoonlijke kusjesdoos – kennelijk een familietraditie – en een geluksdoos met lege kaartjes, waarop alle gasten hun gelukwensen voor Sophie mochten schrijven. Dat deden zij met plezier. De inhoud bleef verborgen in het doosje. Nieuwsgierige disgenoten moeten zich tot Sophie wenden, wanneer zij hun nieuwsgierigheid blijven. Zelf schreef ik in een moeilijk leesbaar handschrift, dat de tijd wel erg snel gaat, niet alleen vanwege het leeftijdsverschil van vijftig jaar maar ook omdat het al weer bijna acht jaar geleden is, dat ik de talentvolle boekontwerpster ‘toevallig’ ontmoette.

De Tweede toespraak: Ad Lansink vertelt de disgenoten waar (bij Lucy Besson) en hoe (praten over boekontwerpen) heeft leren kennen en waarderen

Maar toeval bestaat niet, althans volgens mensen die dat menen te weten. Sophie had trouwens Alexander Bobkin en zijn echtgenote Lucy Besson ook uitgenodigd. Dat was een mooie aanleiding om voor de ‘High-Tea-genoten de vaak gestelde vraag te beantwoorden, hoe en waar ik Sophie heb leren kennen. Welnu: dat was op het atelier van Lucy Besson, die mij had gevraagd ook eens naar haar werk te komen kijken. Waarom kom je wel bij Alexander, en niet bij mij? Toen ik bij haar binnenliep, zat Sophie daar. Lucy stelde haar aan mij voor en liet het boek zien, dat Sophie voor haar gemaakt had. Zij ontwerpt mooie boeken, zei ze, zich waarschijnlijk Beeldspraak herinnerend. Toevallig (of niet) was ik op zoek naar een boekontwerper, omdat Kees Hakvoort, die ik Beeldspraak en De Kracht van de Kringloop had ontworpen, aan een ernstige ziekte was overleden

De in 2011 beoogde vertaling van De Kracht van de Kringloop ging niet door, maar gelukkig diende zich een ander project aan. De realisering van de Zonneboom van Andreas Hetfeld in 2012 moest ook in een boek worden vastgelegd. Dat boek – fraai vormgegeven door Sophie – werd in 2015 gevolgd door Het Verleden Voorbij, De Toekomst Tegemoet over de geschiedenis van Huize Rosa. Dat opvallende boek kreeg een goede ontvangst, mede door de opzienbarende vormgeving en de fraaie foto’s van Inge Hondebrink. Vanzelfsprekend vertrouwde ik in 2016 de vormgeving van Challenging Changes, mijn nieuwe boek over de betekenis van de Ladder van Lansink voor circulaire economie weer toe aan Sophie. Dat leverde opnieuw een mooi resultaat op: het boek zelf, maar ook toekenning van de ISWA Publication Award 2018 in Kuala Lumpur. De kroon op het werk is het ontwerp en realisering van De Toren van Babel: een bibliofiele uitgave , die op 5 juni 2019 het liccht zag: mooie samenwerking van Harrie Gerritz, Sophie en mij.

Auteur en vormgever hadden tussen de bedrijven door in 2017 met persoonlijke tegenslagen te maken. Zelf moest ik een open hart-operatie ondergaan, en Sophie moest andere teleurstellingen overwinnen. Dat lukte wonderwel: een meervoudige, soms gedeelde zij het andersoortige revalidatie, inclusief de viering van een bijzondere verjaardag op 24 augustus 2017. Nu, twee jaar later, wappert de virtuele verjaardagsvlag fier in de wind. De goede wensen in het geluksdoosje – door alle gasten opgeschreven in Gasterij de Arend – vergezellen Sophie op de weg naar de volgende mijlpalen. Het was een voorrecht om in Winssen op historische bodem samen met familie – Maria, Damiën en Lotte – en de andere gasten – in vriendschap Sophie’s 35e verjaardag eensgezind te vieren.

De beelden op de ‘tegels’ spreken voor zich. Blije gezichten van Sophie, Maria, Damiën, Klaas, Inge, Lucy en de andere vrienden die zich het feestelijke 7e lustrum van Sophie zullen blijven herinneren

Een halve eeuw verbonden

Herinneringen aan Henk Bergamin (1936-2019)

Henk Bergamin

Het einde is nabij: van die woorden van Henk schrok ik. Wandelend langs een fjord in Noorwegen las ik in een onverwacht bericht van Bernard van Welzenes, dat de revalidatie van Henk Bergamin – een dag eerder nog gemeld in een bericht van Johan Klomp over de geslaagde dotterbehandeling – uitgesloten was. Denkend aan mijn eigen open-hart-operatie, hoopte ik op een ommekeer. Tevergeefs, zo bleek uit het overlijdensbericht dat ik later, op weg naar Nijmegen, kreeg. Henk was in alle rust heengegaan, na alles zorgvuldig en punctueel te hebben voorbereid. Zo was hij als mens en bestuurder, als vriend en vader: vastberaden, doortastend maar ook open en betrokken, in alle vezels een universeel mens: ongewone woorden wellicht, niettemin de gedeelde verantwoordelijkheid tekenend, die in ieder mens besloten zou moeten liggen. Bijna een halve eeuw geleden trof ik Henk Bergamin voor de eerste keer tijdens de kennismaking van de KVP-ers op de kandidatenlijst voor de Nijmeegse Gemeenteraad. Henk, toen als markant militair jurist secretaris van de Krijgsraad, was beoogd wethouder. Ik zou fractievoorzitter worden. Henk werd inderdaad wethouder stadsontwikkeling. De oude garde verwees mij naar de reservebank: als vicefractievoorzitter mocht ik Henk kritisch maar loyaal volgen. De loyaliteit won het dik van de kritiek, door de gedeelde visie  op velerlei terrein: ruimtelijke ordening, gewestelijke samenwerking, voetbal, carnaval en bier, maar ook nadenken over wat een stad van net geen 150.000 inwoners nodig had. Nijmegen had wel ‘Hoofdlijnen van Beleid’ vastgesteld, maar die lijnen moesten nog uitgewerkt en ingevuld worden.

Henk Bergamin en Ad Lansink in hun jonge jaren, tijdens de Vierdaagse van 1973, gefotografeerd door Melle van der Velde

Die lijnen brengen mij bij mijn eerste, anekdotische herinnering: het bezoek van wethouder Henk Bergamin aan het Oude Weeshuis, om de boze bewoners van de Benedenstad te informeren over de daar alom gevreesde plannen: kantoren, parkeergarages en forse woongebouwen. De bewoners zagen niets in die overmoedige plannen. De jonge architect Paul van Hontem bepleitte namens de grote schare, eensgezinde Benedenstadters sociale woningbouw, liefst volgens het oude stratenpatroon. Achter in de zaal zag en voelde ik hoe bij Henk de overtuiging groeide van de noodzaak van een koersverandering. Na de bij vlagen emotionele bijeenkomst bleven we in het Oude Weeshuis tot in de late uren bier drinken, met Keesje en zijn vriend Hein Graat. 

Dat baarde toen nog opzien: Nijmeegse wethouder en Nijmeegs raadslid zijn door de Gelderlander betrapt tijdens het trainen voor de Vierdaagse van 1973

Die befaamde visboer, nodigde ons enkele weken later uit naar de Nijmeegse Boys te komen om een toernooi rond Nijmeegse Boys 4 – volgens Hein the worlds best team of the world – op te luisteren. Of daar de basis is gelegd voor onze gedeelde belangstelling voor voetbal, weet ik niet. Maar vast staat wel, dat wij – Henk als Amsterdammer en ik als Arnhemmer – in de Nijmeegse voetbalwereld een rol zouden gaan spelen. Henk werd voorzitter van NEC, toen die functie nog de klassieke betekenis van het boegbeeld had, en hij iets zou beleven wat waarschijnlijk nooit meer het geval zal zijn: een Europese bekerwedstrijd tegen het roemruchte Barcelona. Zelf werd ik voorzitter van de kleine KNVB-Afdeling Nijmegen , en later van het Bestuur Amateurvoetbal in Zeist. Daar zou Henk overigens ook actief worden als lid van de Landelijke Regelementscommissie.

Toen al voetbal? Henk Bergamin beoefenen duo-koppen op de dijk bij Heteren tijdens de Vierdaagse van 1973 (Foto: Jan van Leeuwen, de Gelderlander)

Terug naar Nijmegen, waar ook het Stadsgewest ons vanaf 1970 samen bezig hield: Henk met zijn onmiskenbaar bestuurlijk profiel, en ik als voorzitter van de door ons met Embere van Gils, Karel Hageman, Theo Jeuken en Albert Gerritz opgerichte christendemocratische fractie, nog voordat van het landelijke CDA sprake was. Theo de Graaf, de burgemeester van Nijmegen was voorzitter van het ‘grootstedelijk’ (of was het ‘klein-gewestelijk’?) orgaan, dat in 1975 al om politieke redenen verdween. Dat wij volgens enkele insiders als duo B&L door het Land van Maas en Waal waren trokken, had weinig geholpen. Voordeel was wel, dat wij de omgeving van Nijmegen beter hadden leren kennen.

Henk Bergamin en Ad Lansink worden bij de aankomst van de Vierdaagse begroet door Burgemeester Theo de Graaf en zijn echtgenote. Achter het gezelschap staat de bokkenwagen met bier (KVP = Kracht Voer Pils) (Foto: Jan van Leeuwen, de Gelderlander)

Die kennis kwam ons van pas toen Henk Bergamin, Anton van Hooff en ik na een vergadering van de commissie ruimtelijke ordening besloten om de Vierdaagse te gaan lopen. De fractievoorzitter van de PvdA haakte helaas af, maar Henk en ik zetten door aan de hand van een pittig, uiteraard door Henk opgesteld trainingsschema. Niets had hij aan het toeval overgelaten. Tijdens de Dukenburgmars zag Frans van Mierlo ons lopen bij de Hatertse Vennen, met als gevolg ongewilde voorpubliciteit. Je kunt beter een Vierdaagse lopen dan een reeks raadsbetogen afsteken, aldus de chef van de stadsredactie van De Gelderlander, die elke wandeldag een verhaal over ons liet optekenen. De slotdag liep anders dan Henk gedacht had. De bokkenwagen met bier, aangeboden door fractiegenoten Nol Smits en Guus van Leeuwe moesten we zelf op sleeptouw nemen, tegen de wens van Henk in: hij had zich een stoere, bijna militaire binnenkomst voorgesteld. Maar het kratje bier viel in vruchtbare aarde. Henk zou de Vierdaagse zijn hele leven trouw blijven, als loper, marsleider, gastheer en toeschouwer.

Henk Bergamin tijdens een van de recente Prinsenborrels: Pakjesaovond in de Box aan de van Welderenstraat op 13 december 2018m net Carol Boef en Ronald Rutten (links), Peter Janssen (achteraan) en geestelijk adviseur Bernard van Welzenes (rechts)

Henk kon goed opschieten met de journalisten van De Gelderlander: Harrie Janssen, Ruud Stoeten en Frans van Mierlo. Zij wisten ons te vinden wanneer we na raads- en commissievergaderingen in de buurt van het stadhuis op zoek gingen naar bier, en zij naar nieuws. Het was ook Frans van Mierlo, die ons aanraadde om carnaval te gaan vieren bij de Nijmeegse Jokers op de avond, dat ook het krantenvolk zich in het Oude Weeshuis zich onder de Benedenstadters mengde. Met gloednieuwe kielen togen Henk, Else, Ans en ik naar het gebouw, waar president Willie van Gemert enthousiast de scepter zwaaide. Na wat glazen bier brak het ijs, tot enkele gasten elkaar met stoelen gingen bestrijden. De verbaasde carnavalisten stoven uiteen. Zelf vond ik me terug bij de Berggeiten om met Marie Josee Ceulemans haar baas Louis Frequin op te zoeken. Nol Smits en Henk Bergamin kwamen, wanneer ik me goed herinner ook in Berg en Dal terecht, zij bij ’t Swerte Schaop in Erica. 

Henk Bergamin, temidden van ex-prinsen, die zich met de makers nog op hun hoofd gereed maken voor de inauguratie van een nieuw lid: de beschermheer krijgt ook instructies (Foto: Ad Lansink)

Het gezamenlijk begin bij het Nijmeegs carnaval kreeg enkele jaren later een merkwaardig vervolg, toen Henk mij in de pauze van een raadsvergadering vroeg of het waar was dat ik in 1978 Prins van Knotsenburg zou worden? Hij had dat ergens gehoord, maar dat kon toch niet waar zijn? Nee, loog ik: dat kan echt niet, om enkele weken later te ontdekken, dat Henk als lid van de Stadsraad (toen samen met Pastoor Cox, kamerlid Loek Hermans en ijshockeyer Jan Burg) in De Vereeniging mijn onthulling als Prins Ad I van zeer dichtbij zou meemaken. De leugen was snel vergeven en vergeten, het enthousiasme voor carnaval, aangewakkerd tijdens de zittingen van de Nijmeegse Jokers niet.

Henk Bergamin met Ger Leenders en Gerard Schouten tijdens een Herenzitting in het Kolpinghuis te Nijmegen (Foto: Ad Lansink)

Knotsenburg zou immers een vaste plaats krijgen in Henk’s drukke agenda. Van Nijmeegs wethouder was hij inmiddels gepromoveerd tot Gelders Gedeputeerde, een waardig opvolger van katholieke politici, die hem in Arnhem waren voorgegaan: Theo Peters sr, en Jopie van Driel. Dat belette hem niet om Beschermheer van het Knotsenburg Prinsenconvent te worden. Een aanvankelijk ludieke actie na de installatie van zijn zoon Oscar tot Jeugdprins leidde tot het door de aanwezige exen spontaan uitgeroepen beschermheerschap. Al snel, dat Henk Bergamin ook deze ‘bestuurlijke’ functie met verve zou gaan bekleden. Zijn wijze adviezen – vooral tijdens de maandelijkse rondvraag – werden veelal ter harte genomen. Geen Herenzitting wilde hij missen. Dat hij als ‘informateur’ – samen met geestelijk adviseurs Bernard van Welzenes – de moeizame bestuurswisseling in goede banen wist te leiden tekende de bestuurder, die van vrijwel alle markten thuis was.

Een andere hereniging van het duo B&L: ontmoeting tijdens mijn (laatste( Vierdaagse in 2015, vlak bij het kerkje van Ressen, waar Henk Bergamin de lopers aanspoorde (Foto: Ger Loeffen)

Alle markten? Ja: in 2004 kwam het duo B&L opnieuw tot leven, toen Henk Bergamin op advies van zuster Madeleine toetrad tot het bestuur van de Van Zeelandstichting, die namens Congregatie van de Zusters Dominicanessen van Neerbosch belast was met de exploitatie van Zorgcentrum Huize Rosa. Op verzoek van de Congregatie moesten Henk Bergamin en ik proberen een fusie met De Waalboog te realiseren. Dat lukte ondanks onze inspanningen niet, omdat de Waalboog twee scherpe randvoorwaarden niet wilde inwilligen, tot grote teleurstelling van de Congregatie, die ‘ontzorgen’ als een harde wens hadden geformuleerd. Maar die teleurstelling maakte plaats voor grote waardering toen twee jaar later – met steun van het Zorkantoor en in samenwerking met Standvast Wonen – een nieuw Zorgcentrum Huize Rosa in Neerbosch kon worden gebouwd.

Leden van het Prinsenconvent Knotsenburg en geestelijk adviseur Bernard van Welzenesbij de afscheidsviering van Henk Bergamin in de Theaterkerk te Bemmel op 30 augustus 2019

Deze herinneringen leren, dat Henk op veel terreinen zijn sporen heeft verdiend. Een prachtig leven staat op de rouwkaart. Dat zijn waarschijnlijk zijn eigen woorden. Ik voeg toe: een welbesteed leven, in grote dienstbaarheid aan gezin en samenleving, in verbondenheid met collega’s en vrienden, waar dan ook. Ik vermoed, dat Henk zijn grootste voldoening heeft beleefd aan het burgemeesterschap van Bemmel. Enkele ex-prinsen vroegen zich kort na zijn benoeming af, waarom Henk burgemeester van Bemmel was geworden. Die vraag heeft hij voluit beantwoord in al die jaren van zijn eerste-burger-schap. In Bemmel kon hij met en onder de mensen invulling geven het woord ‘autoriteit’: vertrouwen verwerven en gezag uitoefenen. De enthousiaste burgervader haalde overigens zijn vrienden soms naar Bemmel, zelfs naar Kasteel Doornenburg, waar talrijke gasten tijdens de Nieuwjaarsrecepties lieten merken, dat de burgemeester op handen werd gedragen. Het was een voorrecht Henk Bergamin ontmoet en gekend te hebben. De droefenis om zijn heengaan wedijvert met de dankbarheid voor wie hij was en voor wat hij deed, thuis en buiten zijn fijne gezin, in Nijmegen, Knotsenburg, Bemmel en elders.

De Uddelaer

Een ‘toevallige’ verrassing bij Kasteel Staverden

Kasteel Staverden in vol ornaat, kort na de schilderbeurt (Foto’s: Ad Lansink)

Toeval bestaat niet, ook niet in Uddel. Bij het afrekenen van enkele boodschappen in de lokale supermarkt trok een ministellage met een stapel bierflesjes mijn aandacht. Op de bruine etiketten staat Uddelaer. Wordt ergens in Uddel ook bier gebrouwen, zoals in talloze andere plaatsen waar de charme van speciale bieren is ontdekt? Of had een slimmerik ergens wat bier ingekocht en voor de aardigheid speciale etiketten laten drukken, zoals we vroeger bij MHV ZOW wel deden, wanneer via allerhande wijnacties de clubkas moest worden verstevigd?

Tuin van Kasteel Staverden met op de achtergrond het Koetshuis

Inderdaad: toeval bestaat niet. In plaats van de gebruikelijke wandeling naar de Hunnerschans en het Uddelermeer besluiten we naar Staverden te rijden om vanaf de parkeerplaats naar de witte pauwen te wandelen, en van daar via het kleine bos naar de kleurrijke tuin van Kasteel Staverden. Op de (terug)weg van het bezoekerscentrum en de Watermolen naar de parkeerplaats wijst een bord ons plotseling de weg naar De Uddelaer. De brouwerij blijkt gevestigd in het vroegere Koetshuis van Kasteel Staverden: een fraai bouwwerk, dat op het eerste gezicht niet aan bier doet denken.

Koetshuis met vlag van Uddelaer

Dichterbij gekomen valt het terras op. Een ‘toevallig’ vertrekkend fietser meldt, dat de brouwerij open is, en vraagt waar en hoe we De Uddelaer ontdekt hebben. Bij de Coop in Uddel is mijn antwoord. Hij verontschuldigt zich, omdat hij weg moet, maar zegt erbij dat zijn oom in de brouwerij ons meer kan vertellen. De man met de fiets blijkt achteraf Jacques Brinkman te zijn, de befaamde oud-hockey-international, die vanaf november 2018 als mede-eigenaar en meesterbrouwer de hobby-brouwerij van zijn oom aan de Uddelse Oude Dijk heeft verruild voor deze bijzondere locatie.

Brewpub De Uddelaer met zicht op de brouwinstallatie (Foto: De Uddelaer)

Het Gelders Landschap was snel bereid om het leegstaande Koetshuis te verhuren aan oom en neef Brinkman, die met groot enthousiasme maar liefst zeven speciale bieren brouwen, allemaal onder het label Uddelaer. Wij bestellen Witbier, dat wonderwel goed smaakt. Jacques’ oom vertelt met zichtbaar genoegen hoe hij in 2017 met zijn neef op een Duitse bier-vakbeurs de gloednieuwe bierinstallatie aanschafte. In de ‘Brewpub’ kunnen de bezoekers met eigen ogen zien en met hun mond proeven, hoe de oude(re) en jonge meesterbrouwers van een hobby een aanstekelijk beroep hebben gemaakt. 

Alles stroomt; bier maar ook water: Uitloop van de Watermolen bij Kasteel Staverden

Toeval bestaat niet, en nooit te oud om te leren (drinken): die woorden schieten mij weer te binnen wanneer Jacques’ oom in het kleine winkeldeel van de Brewpub plotseling zegt: U hebt een bekend gezicht. Na het noemen van de naam ontspint zich een boeiend gesprek over van alles en nog wat. Ook doorwerken na de pensioengerechtigde leeftijd komt aan de orde. Doorwerken als brouwer en gastheer op een schitterende lokatie, vlak naast Kasteel Staverden: dat is inderdaad een vorm van geluk, dat zich soms aandient. Hoe het ook zij: een bezoek aan en genieten van de Uddelaer: dat is de moeite van een auto- of fietstocht meer dan de moeite waard, zeker voor de grote schare van liefhebbers van speciaal-bieren

Met muziek ladder op

Circular Economy with Dirty Murph & The Kerbside Sorters

Album Cover van Dark Side of the Bin door Dirty Murph and The Kerbsise Sorters, met onder meer de Circular Economy Song

Verrassingen blijven boeien. Min of meer bij toeval beluisterde ik naar aanleiding van een tweet van Isonomia’s Peter Jones de Circular Economy Song, een country-rock-achtig nummer, waarin op het eerste gehoor een lans wordt gebroken voor recycling. De naam van de band kende ik evenmin als de zanger: Dirty Murph & The Kerbside Sorters. Die opvallende naam geeft een niet zo muzikale Nederlander evenmin aanknopingspunten als de letterlijke, alliteratieve vertaling: stoeprand sorteerders. De tekst van het opwekkende lied moest dus uitsluitsel geven..

De cover van het album, waarop Dirty Murph en zijn makkers nog meer songs hebben vastgelegd, biedt al enige herkenning via de container met daarop de omgekeerde afvalpyramide. Vandaar mijn retweet: For the first time: a song about recycling with a picture of the waste hierarchy, perhaps changing the mindset of people. In een snelle respons wees Peter Jones – de hoofdredacteur van Isonomia, waarvoor ik sinds 2015 een reeks bijdragen heb geschreven – mij erop, dat de afvalhierarchie , de Ladder van Lansink dus, een prominente plaats in de Circular Economy Song had. Dat bleek bij nog eens luisteren – klik maarv op de groene tekst – inderdaad het geval. Luister en ontdek de ladder in het derde couplet:

Some people think a landfill is an enchanted place
Where all the things they throw away
Are magically erased
There’s the people who’ll incinerate anything that burns
And once it goes up the flue
It’s none of their concern
Dirty Murph and the Kerbside Sorters: Dr Pete Bennett (drums), Mark Cordle (vocals), Steve Watson (guitar/bass), Ann Ballinger (flute/vocals), Peter Jones (guitar/bass/vocals), Chiarina Darrah (accordion, vocals), Ian Cessford (keyboards)

CHORUS: 

When you throw stuff in the bin 
It never really goes away 
Are we ever going to learn that recycling pays? 
Keeps material going round in circles forever 
A truckload of contaminated dry recycling 
May pass the MRF gate but lowers your rate
And isn’t worth anything 
If you can accept cartons, and pots and tubs and trays 
And small WEEE at the kerbside 
You’re heading the right way > CHORUS
If you must write waste policies make sure you underline 
Preventing waste is always best 
With reuse not far behind 
Recycling is up above what happens to refuse 
Try to bin only the things that you must 
It’s up to you to choose > CHORUS
Helemaal rechts: Jan Storm, chairman of the editorial board of Challenging Changes – Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy

Achteraf bleek, dat Dirty Murph & The Kerbside Sorters het huisorkest van Eunomia – en dus ook van Isonomia – is. ‘Foreign friends’ Peter Jones en Steve Watson schrijven de teksten, terwijl Peter veelal ook als zanger figureert. Wie Dirty Murph is, blijft voor outsiders verborgen. Wellicht de vuilnisman met het rode jack, een soort opperman. Hoe het ook zij: het goedgeluimde stel levert een onverwachte, muzikale en dus culturele bijdrage aan de transitie naar circulaire economie. Zij ontpoppen zich als wetenschappers en beleidmakers, die meer in hun mars hebben dan op het eerste gezicht en geluid lijkt. Kennis, kunde, humor en soms wat plezier, daar draait veel, zo niet alles om: in Bristol en elders. Jan Storm en zijn Belgian Blues Company kunnen er over meepraten, en waarschijnlijk ook zingen.

Rondje Zelderse Driessen

Een boeiende grenswandeling in Noord Limburg

De Zelderse Driessen op het satellietbeeld van Google Maps. In de linker bovenhoek Zelder met de gebouwen van DSV. Het bosgebied en de rivierduinen worden omgrens door de Niers. De wittelingen markeren de hoofdpaden door het gebied.

Een klein paradijsje, vlak bij Nijmegen: zo noemde De Gelderlander enige tijd geleden de Zelderse Driessen, een bij weinig mensen bekend natuurgebied aan de Niers bij het grensdorp Ven-Zelderheide. Wie in Ottersum de weg naar Kleef inslaat, en niet naar Siebengewald gaat maar langs (het vroegere klooster) Maria Roepaan naar de grens met Duitsland rijdt, treft kort voor de bebouwde kom van Ven-Zelderheide een verharde weg naar DSV, het zaadveredelingsbedrijf dat in Zelder is gevestigd. De slagboom staat altijd open: doorrijden is dus het toegestane parool.

Even poseren naast de koekoeksbloemen langs het pad door de Zelderse Driessen (Foto: Sophie van Kempen)

Het historische landgoed Zelder bestond ooit uit enkele boeren-hoeven en een kleine kapel, die nu gebruikt wordt als ontvangstruimte voor DSV. Voor een gerenoveerde boerenhoeve – nu kantoor van DSV – is voldoende parkeerruimte, waarschijnlijk ook voor bezoekers aan het natuurmonument Zelderse Driessen, dat vanaf het parkeerterrein via een breed pad te bereiken is. Enkele grote kassen maken duidelijk, dat kweken niet altijd een open-lucht-activiteit is. Het bosgebied is trouwens evenmin vanzelf ontstaan, maar rond 1900 aangeplant. Enkele oude bomen op boomwallen leren, dat het bijzondere natuurgebied vroeger verkaveld was.

Sophie van Kempen, naast het vingerhoedskruid (Foto: Ad Lansink)

De Zelderse Driessen staan bekend om de bomen, heesters, struikgewas en planten, tot bodembedekkers in het grasland toe. Flora-kenners ontdekken niet alleen diverse naaldbomen maar ook een aardige verscheidenheid aan loofbomen: berken en beuken, eiken en zelfs kersenbomen. Naast de hazelaar valt ook de rode kornoelje op. Bij de overgang van lente naar zomer schiet langs de paden vooral het vingerhoedskruid op, meestal licht paars van kleur maar soms ook wit, en in allerlei maten. Koekoeksbloemen trekken de aandacht, door aaneengesloten reeksen.

Vliering bij de vleet. In de verte naast de bovengreep de gebouwen van Nierszicht (Foto: Ad Lansink)

Het afwisselende en boeiende landschap van de Zelderse Driessen schijnt ongeveer tien duizend jaar geleden te zijn gevormd als een rivierduincomplex. De boomwallen, die het nu grotendeels begroeide gebied doorkruisen, zijn aanzienlijk jonger. De erfafscheidingen van weidegronden dateren volgens insiders uit de middeleeuwen. De nu nog resterende grasvlakte bij de Niers is getuige hekken en uitwerpselen kennelijk nog in gebruik als weidegebied. Het is intussen nog maar de vraag, of schapen en runderen de vele grassoorten kunnen onderscheiden en de overvloedige zuring weten te waarderen. 

Allerhande grassen in het rivierdallandschap van de Niers (Foto Ad Lansink)

Wie geluk heeft treft naast de grote plantenrijkdom en diverse broedvogels, reeen en herten aan. Hier en daar vormen holen het bewijs, dat ook dassen de Zelderse Driessen hebben weten te vinden. Mensenschuwe dieren vinden in het slechts 53 hectare grote (of kleine) natuurgebied alle rust, omdat slechts weinig mensen het ‘paradijsje’ weten te vinden. De spaarzame bezoekers moeten het overigens doen met sporen van konijnen, hazen en vossen om te beseffen, dat de Zelderse Driessen eerder bestemd is voor dieren dan voor nieuwsgierige stedelingen.

Akkerbouwvelden van DSV naast natuurgebied Zelderse Driessen (Foto: Sophie van Kempen))

Dat de Zelderse Driessen in meer opzichten opvallen, en een bezoek dubbel dwars waard zijn, ervaart de wandelaar ook aan de randen van het gebied. Aan de zuidzijde is er het karakteristieke rivierdallandschap van de Niers, die bij Zelder ook de grens met Duitsland markeert. De uit Duitsland afkomstige rivier ‘omarmt’ als hete ware het natuurgebied. Aan de noordelijke kant zijn het de uitgestrekte akkerbouwvelden, waar het zaaigoed opgroeit. De tegenstelling tussen het natuurlijke rivierlandschap met het overgang van rivierduin naar bos, en de strak bewerkte akkers vol diverse gewassen met de abrupte afscheiding van het bos, geeft de Zelderse Driessen een bijzondere uitstraling, bij ons bezoek op 16 juni 2019 nog versterkt door de zware wolkenpartijen.

Genade valt je toe

Bij de presentatie van De Toren van Babel – Allegorese en Iconografie door Ad Lansink en Harrie Gerritz in Museumpark Orientalis

Toeval, genade of toch iets andere: Volg de Perenroute (1972), de Ladder van Lansink (2012_ en De Toren van Babel (2019) : grafiek van Harrie Gerritz

Wat het toeval of genade, dat ik in 1973 kunstenaar Harrie Gerritz leerde kennen, via zijn broer Harrie, wethouder van Wijchen en (mede) lid van de Stadsgewestraad Nijmegen? Wa het toeval (of toch inductie), dat ik in 1979 de voorkeursvolgorde voor afvalbeheer vastlegde in een motie, die vervolgens unaniem door de Tweede Kamer werd aanvaard? Wat het toeval (nee toch?), dat die afvalhiërarchie na de wettelijke codificatie in 1993 plotseling de Ladder van Lansink is gaan heten? Was het toeval, dat Jan van Laarhoven, directeur van het Bijbels Openlucht Museum (nu Museumpark Orientalis) in 1998, mij kort voor mijn vertrek uit de Tweede Kamer vroeg om de expositie De Waanzin ten Top over de Toren van Babel te openen met een toespraak over hoogmoed, spraakverwarring en politiek?

Ad Lansink vertelt het verhaal van het ontstaan van het kunstenaarsboek De Toren van Babel, ontstaan in eendrachtie samenwerking met Harrie Gerrits en Sophie van Kampen (rechts op de foto van Henk Baron)

Was het toeval, dat ruim tien jaar later Hannet de Vries, destijds directeur van de VAR in Wilp, mij aanspoorde met haar een boek over de Ladder van Lansink te schrijven. De mensen moesten toch weten, wat drie decennia eerder mijn drijfveren waren geweest, en wat de toekomst ons kan brengen? Was het toeval of toch genade, dat ik in 2011 boekontwerper Sophie van Kempen ontmoette in het atelier van Lucy Besson? Het was geen toeval (wel deductie, afgeleide) dat Jan Storm, toen net oud-directeur van NedVang, mij stimuleerde om een Engelstalig boek te schrijven over de afvalhierarchie als een ‘routemap’ voor circulaire economie. Op de burelen van de Europese Commissie had hij ontdekt, dat de Ladder van Lansink daar een onmiskenbare leidraad was voor de circulariteit van het afvalbeheer.

Eduard Kimman SL zet de betekenis van Genesis 11 uiteen voor een aandachtig luisterend gehoor{ op de voorgrond Ans Lansink, Jur, Harrie en Jenny Gerritz en Henk van de Laar; naast Eduard Kimman,: Jan Storm. Bart de Bruin en wethouder Harriet Tiemens (Foto: Henk Baron)

In de tweede helft van 2015 gingen Jan Storm en ik aan de slag: hij met fondsenwerving en formering van een ‘Editorial Board’ en ik met nadenken over en schrijven van het boek, dat aanvankelijk Circular Power zou gaan heten, maar na een goed gesprek met Bart de Bruin – nu directeur vaan Dar – de titel kreeg: Challenging Changes – Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy. De fondsenwerving verliep voorspoedig, het schrijfwerk ook. In de loop van 2016 werd duidelijk, dat Challenging Changes in de loop van 2017 kon verschijnen. Sophie van Kempen had intussen een fraai boekontwerp voor ogen, en ruim voor het verschijnen ook een bijzondere omslag, daarbij geïnspireerd door de zeefdruk ‘De Ladder van Lansink’, die Harrie Gerritz in 2012 op verzoek van Attero (Wijster) had ontworpen. De open-hart-operatie, die ik in februari 2017 moest ondergaan, kostte enkele maanden. Maar na de revalidatie bleek al gauw, dat Challenging Changes in October 2017 het licht kon zien.

Ad Lansink legt Jan Storm uit, hoe de cassette in elkaar zit, en toont de eerste zeefdruk van Harrie Gerritz: Eduard Kimman SJ kijkt toe )Foto: Henk Baron)

Delen en uitwisseling van kennis en ervaring over de landsgrenzen heen: dat was van het begin af de bedoeling van stimulator Jan Storm en mijzelf, en ook van de ‘editorial board’ die mij met raad en daad terzijde heeft gestaan. Het belang van ‘sharing knowledge’ bleek al bij de boek-presentatie en – twee weken later – bij het GSTIC-Congres van VITO, beide in Brussel. Het werd nog duidelijker in de loop van 2018 uit de bestellingen uit een groot aantal landen, niet alleen in Europa maar ook in Azië en Amerika. Uitnodigingen voor presentaties in België, Zweden, Libanon en Zuid-Afrika onderstrepen de internationale belangstelling voor ‘Challenging Changes’. De waardering kreeg op een voor mij verrassende wijze gestalte in de toekenning van de prestigieuze ISWA Publication Award 2018 in Kuala Lumpur tijdens het ‘World Congress 2018 van de International Solid Waste Association

Jan Storm toont de zeefdrukken van Harrie Gerritz uit De Toren van Babel ; Eduard Kimman SJ applaudiseert terecht, ook al ziet hij de prenten niet

Terug naar de vraag van het toeval, of beter: de genade die je toevalt (aldus kunstkenner Willem van Lieshout tijdens een discussie met kunstenaars en vrienden). Ergens in 2017 bezocht ik met Ans Lansink en Sophie van Kempen, het kleine ‘hometeam’ van Challenging Changes, in Galerie Agnes Raben de presentatie van een kunstenaarsboek van Thomas Verbogt.  De boekontwerper van Challenging Changes liet zich – overigens in alle bescheidenheid – ontvallen, dat zij ook wel eens een bibliofiele editie wilde maken. Die gedachte heb ik in mijn oren geknoopt, en er weer uitgehaald kort nadat de toekenning van de ISWA Publication Award openbaar werd gemaakt. De waardering – zo dacht ik hardop – moet ik delen met de mensen en instellingen, die Challenging Changes financieel of anderszins mogelijk hebben gemaakt: de leden van de ‘Editorial Board’ met Jan Storm voorop, de sponsoren en enkele bedrijven, die zonder een letter gezien te hebben een fors aantal boeken bestelden.

Wethouder Harriet Tiemens right haar exemplaar van de Toren van Babel: de foto van Henk Baron toont de achterzijde en de rug van de cassette, met de vensters van de toren

Over een passend geschenk hoefde ik niet lang na te denken: de toevals- en genadetreffers leidden vrijwel vanzelf tot het besluit om de voordracht over de Toren van Babel (1998), die een van de meest gelezen teksten op www.adlansink.nl  blijkt te zijn, te actualiseren en om te zetten in een negental columns over de mythe en moraal van het in Genesis 11 genoemde (dus) Bijbelse bouwwerk. Harrie Gerritz en Sophie van Kempen deelden meteen mijn uitdaging en boden inhoudelijke en enthousiaste medewerking. De veelzijdige kunstenaar uit Wijchen zegde twee toepasselijke zeefdrukken toe, en Sophie, de even bescheiden als doortastende boekontwerper zorgde voor een bijzondere vormgeving. Zij vertaalde de negen bouwlagen (of zij het vensters?) van Harrie Gerritz’ vesrie van de Toren van Babel in een boek, dat zowel kijkers als lezers zal verrassen. De Nijmeegse drukkers – DPN-Rikken Print en Kurtface – hebben een fraaie prestatie geleverd door een mooie afwerking van Sophie’s ‘vondsten’: uitsneden in de witte pagina’s en witte zeefdruk van de columns op blauwe bladzijden.

Ad Lansink overhandigt Toren van Babel aan Sophie van Kempen, boekontwerper, steun en toeverlaat: Bart de Bruin ziet lachend toe, Jan Luiten en Peter Freriks ook

De Toren van Babel werd een dag voor het passeren van mijn 17e lustrumpaal gepresenteerd in – waar kon het anders – Museumpark Orientalis. Voorafgaan aan de officiële, door Peter Zuydgeest gemodereerde boekpresentatie, bezochten de gasten een deel van het park met de door Rob Verwer en Meg Mercx in 2017 opgerichte Toren van Babel. Voor de onthulling van het ‘kunstenaarsboek’ – een met wit linnen bedekte cassette met twee zeefdrukken en een tweetalig boek van 80 pagina’s – gaf Eduard Kimman SJ met welgekozen woorden een verrassende bespiegeling over Genesis 11, daarbij zonder blikken of blozen de auteur van De Toren van Babel feliciterend met zijn 65e (bewuste vergissing) verjaardag, en zijn boek. De overhandiging van de edities 1 tot en met 20 bood mij de gelegenheid alle mensen, die me op enigerlei wijze geholpen hebben bij de realisering van Challenging Changes in het licht van Le Souk d’Orient te zetten. Uitbundige felicitaties waren er natuurlijk ook voor de beide in Arnhem opgeleide kunstenaars Harrie Gerritz en Sophie van Kempen, en de drukkers Leo Schrijver (DPN) en Henk van de Laar (Kurt Face), die elk een staaltje van hun kunnen hebben laten zien.

De Toren van Babel bestaat uit een cassette: een op wit linnen in zeefdruk bedrukte doos, met twee zeefdrukken van Harrie Gerritz, en een tweetalig boek (Nederlands en Engels) met negen columns en een verantwoording van Ad Lansink. Het boek is gebonden in cahiersteek, gedeeltelijk gedrukt via zeefdruk. Het ontwerp en de lay out zijn verzorgd door Sophie van Kempen. Twintig edities (21/50 tot en met 25/50 en 31/50 tot en met 45/50) zijn beschikbaar voor verkoop. De prijs bedraagt €290,00. Reservering is mogelijk bij Dekker & Van de Vegt, Kunstmagazijn Brakkestein (Nijmegen) en Galerie Agnes Raben in Vorden

Framtid in Zweden

‘From waste to resource hierarchy’ – Kennis delen met Ragn-Sells in Stockholm en Sätra Gård

Stockholm: Zicht op Nibrokajen met in het midden het Maddison Blue Hotel (Foto: Ad Lansink)

Een jaar geleden nodigde Pär Larshans, Sustainability & Public Relations van de Zweedse Ragn Sells Group, mij uit om tijdens een mede door de Nederlandse ambassade in Stockholm georganiseerde workshop een voordracht te geven over Challenging Changes, mijn boek over de betekenis van de Ladder van Lansink voor de transitie naar circulaire economie. Mijn trip werd aangevuld met werkbezoeken aan de hoofdvestiging van Ragn Sells in Sollentuna, de immense stort- en recyclingvoorziening in Sätra Gård en de researchfaciliteiten van EesyMining in Uppsala. Tussen de bedrijven door was er alle ruimte voor kennisdeling, met name over de ombouw van de afvalhierarchie in een op herwinning van materialen gebaseerde voorkeursvolgorde.

Sätra Gård: Conferentie-oord van Ragn-Sells in U Upplands-Bro

Mijn presentatie en de boeiende discussies was Pär Larshans zo goed bevallen, dat hij mij tijdens ontmoetingen in Amsterdam en Antwerpen voor 2019 een nog pittiger Scandinavisch programma voorstelde: twee presentaties op 23 en 24 mei in Stockholm en Sätra Gård (Upplands-Bro), een workshop op 12 juni bij de Nederlandse ambassade in Stockholm, en op 13 augustus een voordracht tijdens een congres in Arendal (Noorwegen). Door het enthousiasme van de medewerkers van Ragn Sells en de fijne samenwerking met Graham Aid bij de invulling van de hoofdlijnen voor de ‘resource hierarchy’ aanvaardde ik graag de eervolle invitaties.

Par Larshans
Ad Lansink

Op 23 mei was het zover: de vroege tocht naar Schiphol, om na een voorspoedige vlucht met SAS tegen twee uur in Stockholm aan te komen. De vrije uren waren voldoende om na een korte rust nog even de benen te strekken. In het Scandic Anglåis Hotel – ook in 2018 pleisterplaats – begon om 17.30 uur de Ragn-Sells’s Dinner Meeting met een inloopborrel, waarna Group CEO Lars Lindén de veertig gasten, voornamelijk uit het Zweedse bedrijfsleven, welkom heette. Vervolgens gaf Pär Larshans een overzicht van het programma, en de bedoeling van de workshop. Mijn oude laboratoriummotto: werk niet aan de eettafel, eet niet aan de werktafel kon even de prullenbak in. 

Een van de kernslides uit mijn voordracht: circulaire processen voor de toepassing van de Ladder van Lansink bij de transitie naar circulaire economie. Preventie blijft daarbij een essentieel randvoorwaarde

Een aandachtig gehoor volgde mijn presentatie over de gedeeltelijke ombouw van de afvalhierarchie naar een op secundaire en tertiaire grondstoffen gericht ketenbeheer. Vervolgens deelde Graham Aid zijn visie over de criteria functie, tijd en plaats, die we in 2018 in een koffiepauze samen hadden bedacht, om het thema van de waarde-creatie bij circulaire economie in en aan te vullen. Terwijl het hoofdgerecht werd opgediend, beantwoordden Graham en ik vragen over de betekenis van ‘inclusief’ systeemdenken, de rol van de politiek en het belang van strakke wetgeving. Na het hoofdgerecht volgden korte presentaties over de terugwinning van zouten en over de relatie tot de UN Sustainable Development Goals. Tijdens de koffie mochten de zes tafels onderling discussiëren, om kernpunten te formuleren voor de afronding van de meeting.

Aankomst bij Satra Gard in de vroege ochtend van 24 mei 2019

Op 24 mei was het vroeg uit de veren: om precies te zijn om zes uur, omdat Pär Larshans zich om half acht zou melden om Kaj Embren en mij naar Satra Gard te rijden. Vanwege de livestream van Framtidsdagen moesten wij om half negen in het conferentie-oord van Ragn Sells zijn. Dat lukte wonderwel, ondanks de verkeersdrukte in Stockholm. In Satra Gard was er genoeg tijd om nader kennis te maken met enkele gasten en niet te vergeten met Erik Sellberg, chairman of Ragn-Sells, mede-eigenaar en kleinzoon van de oprichter van het familiebedrijf. Om precies negen uur volgde de aftrap door Pär, waarna Graham Aid en ik in dezelfde volgorde als de avond tevoren voor een volle zaal onze voordrachten hielden. De veelal jonge, door de Ragn Sells Research Foundation uitgenodigde  – gasten waren een en al oor, ook gelet op de vragen. Framtidsdagen  is Zweeds voor Toekomstdagen: een jaarlijkse bijeenkomst over innovatie in alle facetten van de ‘waste- and resource chain’. 

‘Live’ stream van Framtidsdagen 2019 met van minute 2.00 presentatie van Ad Lansink

Bij het verleggen van de focus van lineaire afvalverwerking naar circulair ketenbeheer, blijven de kernelementen van de afvalhierarchie – preventie, hergebruik en recycling – essentieel. Hoge recyclingpercentages zijn daarbij niet het hele verhaal. Wat met herwonnen materiaalstromen gedaan wordt telt ook. Blijft intrinsieke waarde behouden en wordt nieuwe waarde gecreëerd? Naast vergroting van opbrengst vvraaat optimalisering van hergebruik ook een goede kwaliteit van secundaire grondstoffen. Die voorwaarde vereist ‘system thinking’: inclusief denken en handelen van alle keten-partijen. De overheid moet met wetgeving en financiële instrumenten circulaire economie faciliteren. De gasten van Framtidsdagen 2019 worstelden wel met het voortouw: overheid of bedrijfsleven. 

Graham Aid en Ad Lansink, broederlijk bijeen tijdens Framtidsdagen 2019

Hoewel de ‘waarheid’ – in dit geval de keuze tussen het primaat van overheid of bedrijfsleven – meestal in het midden ligt, is de weg naar gehele of gedeeltelijke circulariteit vanwege de criteria van tijd, functie en plaats te gecompliceerd voor een rechttoe-rechtaan ‘routemap’. Daarom hield ik het bij Framtidsdagen 2019 op gedeelde en naar gelang het thema wisselende verantwoordelijkheid van overheid en bedrijfsleven. De Zweedse connectie met de Ragn Sells Group leverde opnieuw leergeld op, dat ik over enkele weken in Zweden en later in Noorwegen kan uitgeven. En wellicht in Nederland, want ook daar lonkt Framtid: de toekomst, die van en voor iedereen is.

Over ‘torens’ gesproken

Van Berchmanianum naar Toren van Babel

Binnentuin van het Berchmanianum met zicht op de achterzijde van het gebouw: ongeveer in het midden de ‘donkere toren’ (Foto: Ad Lansink)

Wie, al dan niet bij toeval, het fietspad vanaf de Houtlaan naar het universiteitsterrein inslaat en vervolgens de afslag neemt naar de Heyendaalseweg komt langs de tuin van het Berchmanianum, het vroegere opleidings- en later verzorgingshuis van de Nederlandse Jezuïeten. Na de verkoop van het karakteristieke gebouw met de omvangrijke tuin aan de Radboud Universiteit is het Berchmanianum omgetoverd tot een fraaie zetel van het College van Bestuur en aanpalende diensten. De ruime tuin is letterlijk en figuurlijk geopend: de hekken zijn verdwenen, net zo als enkele bomen en struiken, waardoor de ruimtelijke werking is versterkt.

De Toren van Babel volgens
Harrie Gerritz en Sophie van Kempen

De achterzijde van het Berchmanianum is waarschijnlijk bij weinig mensen bekend. De begroeiing langs de Heyendaalseweg ontnam het zicht op de half gesloten binnenplaats met het ritme van achtergevels en toren. De nieuwsgierige fietser of wandelaar ziet nu op enige afstand een extra toren: een merkwaardige spits, die oprijst vanaf de grond. Dichterbij gekomen blijkt die spits een driedimensionale structuur te zijn: een nieuwe, tegen het oude Berchmanianum ‘aangeplakte’ ingang van het bestuursgebouw: een scherp contrast met de klassieke raampartijen aan weerszijden van de ingang. 

Toeval: dat woord schiet mij ook te binnen, omdat de toren, die geen toren blijkt te zijn veel weg heeft van de door Harrie Gerritz ontworpen en door Sophie van Kempen vormgegeven toren, die – zij het met vensters  – model staat voor de Toren van Babel: een bundel van negen columns over de mythe en moraal van het in Genesis 11 genoemde bouwwerk, dat al eeuwenlang symbool voor staat voor hoogmoed en spraakverwarring. Met zijn drieën creëerden wij onlangs  het ‘kunstenaarsboek’ De Toren van Babel – Allegorese en Iconografie. Met die bibliofiele uitgave in gelimiteerde ga ik de personen en instellingen bedanken, die Challenging Changes – het boek over de verbinding van afvalhierarchie en circulaire economie – hebben gestimuleerd en financieel mogelijk gemaakt.

Ingang Berchmanianum
(Foto; Ad Lansink)

De gedachte aan een ‘kunstenaarsboek’ leefde al langer. Maar in Kuala Lumpur, waar Challenging Changes tijdens het World Congress van de International Solid Waste Association onderscheiden werd met de eervolle ISWA Publication Award 2018 wist ik het zeker: de Toren van Babel – zo dacht ik onder en op de befaamde Petronas Twin Towers – zou een mooi geschenk zijn voor Jan Storm en zijn ‘tochtgenoten’ bij de ondersteuning van het in 2015 begonnen project. Wat trouwens ook telt, dat is de eendrachtige samenwerking met Sophie van Kempen en Harrie Gerritz, die betrokken waren bij de totstandkoming van Challenging Changes, Sophie voor omslag en vormgeving; en Harrie – destijds op verzoek van Attero – voor de vertaling van de ‘Ladder van Lansink’ in een kleurrijke zeefdruk, die op de omslag van Challenging Changes is terug te vinden.

De Toren van Babel, ontworpen en gebouwd in 2017 door Rob Verwer en Meg Merck op de ‘woestijngrond’ van Museumpark Orientalis, waar twee jaar later het kunstenaarsboek ‘De Toren van Babel’ van Ad Lansink en Harrie Gerritz, ontworpen door Sophie van Kempen ten doop wordt gehouden. (Foto: Anne Bisseling)

Waarom de Toren van Babel, zo vroeg laatst een onbevangen outsider? Welnu, in 1998 mocht ik in het Bijbels Openluchtmuseum – nu Museumpark Orientalis – de tentoonstelling ‘De waanzin ten top’ openen. De wisselwerking tussen hoogmoed, die ten val komt en politiek, waarvoor vallen en opstaan bekende woorden zijn, bood volgens toenmalig directeur Jan van Laarhoven aanknopingspunten. Mythe en moraal van de Bijbelse toren blijven intussen actueel. Vandaar de actualisering in een negental columns, en een bescheiden boodschap voor halve en hele verstaanders. Harrie Gerritz maakte een tweetal toepasselijke zeefdrukken, en Sophie van Kempen een spannende lay out, een ‘life’ beschouwing waard. Op 5 juni 2019 wordt De Toren van Babel gepresenteerd in Museumpark Orientalis. Liefhebbers van bibliofiele edities kunnen vanaf 6 juni terecht bij Boekhandel Dekker & van de Vegt en enkele dagen later waarschijnlijk ook bij het Kunstmagazijn in Brakkestein.

Doe mij maar …..

Het Gezicht van Nijmegen en De Kaaisjouwer

Het Gezicht van Nijmegen, naar het ontwerp van Andreas Hetfeld

Kunst en politiek: dat is een moeizame verhouding, vooral wanneer de openbare ruimte in het geding is. Ik herinner me het debat in de Nijmeegse Gemeenteraad, begin jaren zeventig, over de Blokken van Struycken. De aankoop werd met een meerderheid van een paar stemmen beslist. Vrijwel alle fracties – het waren er toen maar vijf – stemden verdeeld. De Blokken van Struycken doorstonden gelukkig de politieke smaak-test, zij het op het nippertje. Een andere publieke blikvanger, waarbij ik nauw betrokken was – de Zonneboom van Andreas Hetfeld – bleef een smaaktest bespaard, ook al moesten Andreas en ik kritiek van de Commissie Beeldkwaliteit weerleggen voordat we in 2012 het met steun van bedrijfsleven en gemeente Nijmegen gerealiseerde kinetische kunstwerk bij Station Heyendaal en het ROC Technovium mochten plaatsen.

Andreas Hetfeld op de uitkijk vanuit het geraamte van het Gezicht van Nijmegen, na het laswerk in de gal van scheepswerf Gelria

Nu Andreas Hetfeld met volle overgave hart, hoofd en handen inzet voor de realisering van het Gezicht van Nijmegen – het meer-mans-grote masker, dat aan de Spiegelwaal gaat verrijzen – is in de oudste stad van Nederland een discussie losgebarsten over een ander beeld, dat in de openbare ruimte gestalte moet krijgen. Het is de Waterwolf, die na de herinrichting van de oostelijke Waalkade bezoekers moet verleiden tot een selfie, althans volgens wethouder Noel Vergunst, die met een geforceerde verwijzing naar het Romeins verleden zijn handen in het publieke vuur heeft gestoken voor dit even artistieke als discutabele project. Zit Nijmegen echt te wachten op een Waterwolf met Romeinse halsband, zo vraagt menig kunst- en stad-lievende burger zich af. Waarom krijgt de Kaaisjouwer van Margriet Hovens geen plaats op de plek, waar de arme zakkendragers hun zware werk ooit verrichtten?

De Kaaisjouwer, naar het ontwerp van kunstenaar Margriet Hovens (Stichting De Nijmeegse Kaaisjouwer)

Trouwens, het Gezicht van Nijmegen – resultaat van een artistieke wedstrijd ter opluchting van  het gebied rond de Spiegelwaal – zou evenmin op de oostelijke Waalkade misstaan, niet ver van het Valkhof, waar het originele Romeinse masker te bezichtigen is. De Commissie Beeldkwaliteit beoordeelt elk project op eigen merites, veelal kritisch en met ongedachte invalshoeken, zo weet ik uit ervaring. De Hommage aan de Sint Steven van kunstenaar en ex-prins Toon Heijmans, te bewonderen schuin tegenover het Stadhuis, was volgens de Kunstcommissie te anekdotisch. De commissie vergat dat carnaval anekdotische trekken heeft. Maar de bronzen schepping van Toon Heijmans staat er wel, sinds 2006. Zelfs unanieme adviezen van bevoegde commissie kunnen dus in de wind geslagen worden.

Schets van het Ontwerp van de Waterwolf, gesitueerd op de oostelijke Waalkade, naar het ontwerp van De Spaceboys (Deventer), ontleend aan De Gelderlander

Zou dat ook kunnen met de Waterwolf van de Space Cowboys, een kunstenaarsduo uit Deventer ? Dat valt te bezien, nu de opdrachtgever en de vergunningverlener samenvallen in hetzelfde bestuursorgaan: het College van B & W, dat overigens wel – en niet alleen om financiële redenen – het oordeel van de Gemeenteraad zou kunnen vragen. De artistieke inhoud telt, de historie evenzo maar ook de vraag welke projecten wel en niet op financiele steun mogen rekenen. De afloop van een raadsdebat staat evenmin vast. Kijk maar naar vroeger, toen de Blokken van Struycken op de agenda stonden. Goede raad is duur, letterlijk en figuurlijk. Vandaar een poging tot een bescheiden aanbeveling in de vorm van een persoonlijke hitlijst: 1: Het Gezicht op Nijmegen; 2: De Kaaisjouwer; 3: De Waterwolf met toebehoren. Een geruststelling: alle beelden zijn ‘selfieproof’.

Het Gezicht van Nijmegen is intussen in aanbouw: op weg van de ene scheepswerf (Gelria), waar Adres Hetfeld het laswerk uitvoerde, naar de andere (Millingen) waar de afbouw van het kolossale kunstwerk plaats vindt.

Rondje Holdeurn

Op stap door een klein deel van het Nederrijkswald

Topografische kaart 1:25.000

Net buiten de bebouwde kom van Berg en Dal, vlak onder en naast het recreatiepark Tivoli, ligt de buurtschap Holdeurn: een twintigtal verspreide boerderijen, huizen en hotel De Holthurnsche Hof. Het hotel is gevestigd in het uitgebreide complex van het vroegere vormingscentrum Ons Erf. Voor 1951 was De Holthurnsche Hof een bosrijk landgoed. Het heuvelachtige bosgebied leent zich goed voor korte maar inspannende wandelingen, met – in het vroege voorjaar – een aardig zicht op enkele bijzondere gebouwen en op een paar stokoude bomen: overgebleven uit de tijd van de verbinding tussen Nederrijkswald en het Duitse Reichswald.. De gedetailleerde stafkaart toont de forse hoogteverschillen en  – in rood – een deel van de Verhalenroute over de historische betekenis van het gebied.

Wegwijzer Verhalenroute Holthurnsche Hof

Het bosrijke gebied kent inderdaad al een lange geschiedenis. Bij De Holdeurn was ooit een groot ovencomplex gevestigd, waar dakpannen en tegels werden gebakken en aardewerk werd geproduceerd voor de Romeinse legerplaatsen in Nijmegen, Xanten en Bonn. De opschriften van het bij opgravingen gevonden aardewerk bewijzen de Romeinse oorsprong. De leem werd in de de buurt gevonden, hout voor de ovens ook. Wandelend door het bos, is moeilijk voorstelbaar, dat bijna twee millennia geleden Romeinen hun tenten hadden opgeslagen in De Holdeurn.

Bosweg van de Valkenlaagte naar de Oude Kleefse Baan

Wie belangstelling heeft voor bomen in allerhande soorten en maten moet beslist op onderzoek uitgaan in De Holdeurn. De hotel-eigenaar – nu Fletcher Hotels – heeft geen bezwaar tegen het gebruik van zijn parkeerplaats. Vandaar bereikt de wandelaar via de Valkenlaagte vanzelf het bosgebied met die naam, met meerdere wandelpaden in de richting van de Oude Kleefse Baan. Beuken en eiken zijn in de meerderheid. Sommige bomen zijn niet ontsnapt aan de messen van lieden met een boodschap.

PPachtboerderij van De Holthurnsche Hof

De gebruiksgeschiedenis van de Holdeurn kent nogal wat variaties, waarvan de sporen in het landschap zijn terug te vinden. Bosbouw was uiteraard gebruikelijk, maar de weiden en landbouwgronden zijn pas in de zestiende eeuw ontstaan door ontginningen. Na het vertrek van de pottenbakkers werd De Holdeurn het domein van hout-vesters en bosbouwers – zoals ook elders in het Nederrijkswald en boeren. De oudste nog aanwezige boerderij is de pachthoeve van De Holthurnsche Hof, een T-vormig bouwwerk: het voorhuis is later aangebouwd. Het witte pand trekt vanuit meer hoeken de aandacht.

Landhuis De Holthurnsche Hof in het vroege voorjaar van 2019

Het landhuis is in de 19e eeuw gebouwd op de plaats waar al een boerderij stond. Gerardus Roelofs uit Wyler (D) kocht die boerderij in 1847 om na gedeeltelijke sloop een mooi landhuis te bouwen, met een siertuin aan de voorkant en met tamme kastanjes – bekend van de Duivelsberg – aan weerszijden van het huis. Na Roelofs, raadslid en wethouder in Groesbeek trof het landhuis als eigenaren van Huet: 1863-1867; van Lamme: 1867-1906; Hintzen: vanaf 1906, waarna Ons Erf het landgoed in 1950 kocht. Tuinarchitect Poortman schiep in 1909 een romantische tuin en parkaanleg.

Kijkkast over de Romeinse pannenovens (achterzijde)

Kiest de bezoeker van De Holthurnsche Hof de vroegere ingang aan de Oude Kleefse Baan – kort na Maaikenshof – dan worden vrij snel de herinneringen aan de Romeinse Potten- en Pannen-bakkerij uit de 1e tot de 3e eeuw na Chr. zichtbaar: een doorkijk-tableau van staal, en een afbeelding van een reconstructie van de fabriek. ‘

Reconstructietekening van Romeinse pannenovens

Een onbekende (?) marketeer uit een verleden schreef ooit: Vanaf deze plek zorgen we ervoor, dat ons leger – dat zijn kampen heeft opgeslagen bij Noviomagus – optimaal kan blijven functioneren. De arbeiders halen de leem hier uit de bodem en bakken er pannen, tegels en vaatwerk van. De ovens zijn continu in bedrijf. Ons aardewerk van hoge kwaliteit gaat vooral naar het leger zelf maar ook naar particulieren. Ik blijf me verwonderen over onze kunde en vindingrijkheid’. Ronkende taal, toen al.

Het is een van de verhalen, die past bij De Holthurnsche Hof, net zo als de (levens) verhalen van de bewoners van het fraaie landhuis, die ongetwijfeld genoten hebben van het gevarieerde landschap, de bijzondere natuur en de historische koptekst. Wie meer wil weten over dit kleinood wijs ik graag op het Groesbeeks Milieu Journaal, nr 2017-169, waarin Peter Poels en Peter Thissen uitvoerig berichten over De Holthurnsche Hof: van boerderij tot buitenplaats.

Zicht vanaf de vroegere toegangsweg naar De Holthurnsche Hof (foto’s: Ad Lansink)

Ladder van Lansink, Beeldspraak, Knotsenburg en andere topics

Translate »