Onvergetelijke dagen in Brussel (2)

Hal van Brasserie Residence Palace in Brussel

Brunch met Vlaamse frites in Residence Palace

Na de geslaagde presentatie van Challenging Changes wandelde het vrijwel volledige ‘CC-Team’ met een goed gevoel naar Residence Palace, op iets meer dan een steenworp afstand van de Permanente Vertegenwoordiging. Jan Storm, die in Brussel minstens even goed de weg weet als in Nijmegen, leidde het twaalf personen sterke gezelschap behoedzaal langs stoplichten en oversteekplaatsen naar het gebouw dat in allerlei opzichten grandeur uitstraalt. In de opvallende hal vertelde de ‘Chairman of the Editorial Board’ het een en ander over de geschiedenis en betekenis van Residence Palace. Brasserie en keuken hebben een goede naam verworven onder politici, beleidmakers en lobbyisten: drie categorieën, die in de Belgische hoofdstad niet de dienst uitmaken maar wel veel te vertellen hebben, letterlijk en figuurlijk. Dat zij gek zijn op frites is minder bekend dan de gewoonte om tussen twaalf en twee zich te laten verwennen door een heerlijke lunch.

Achter de in Daily News verpakte Vlaamse frieten Cobie Joling, Bart de Bruijn, Dick Zwaveling en Ton Holtkamp (Foto: Sophie van Kempen)

Hoewel de lunchtijd bijna verstreken is, mochten we op ons gemak de gerechten uitzoeken. De kaart bood voor elk wat wils, plus de even onvermijdelijke als lekkere ‘Vlaamse frites’, volksvoedsel  in het meertalige Brussel. De feestelijke brunch vormt voor mijn Challenging Changes gasten de feestelijke afsluiting van wat geleidelijk een gezamenlijk project is geworden.

Signeren van Challenging Changes voor de leden van de Klankbordgroep. Ans Lansink en Jan Storm houden een oogje in het zeil (Foto: Sophie van Kempen)

De leden van de Klankbordgroep – in het boek de ‘Editorial Board’ genoemd – hebben mij vanaf de eerste meeting bij de Dar in Nijmegen met raad en daad terzijde gestaan, onder aanvoering van Jan Storm: de noeste werker van het eerste en laatste uur. Hannet de Vries – in Brussel afwezig wegens andere verplichtingen – en Ton Holtkamp waren in 2009 en 2010 al betrokken bij De Kracht van de Kringloop.

Pieter-Balth Linders, Leo Schrijver en Michelle Kluiver kijken naar de auteur; Sophie van Kempen ziet iets anders (Foto: Ans Lansink)

Eind 2015 voegden Bart de Bruin en Michelle Stuiver, allebei zeer actief bij Dar zich bij hen. Dick Zwaveling volgde in de loop van 2016. Pieter Balth Linders, directeur van Dar, was tweevoudig betrokken bij het boek: gastheer van de Klankbordgroep bij Dar en een van de geïnterviewde deskundigen. Mijn ‘thuisfront’ – zo genoemd omdat vertaling en vormgeving voor een deel thuis plaats vonden – was compleet aanwezig: Cobie Jolink hielp mij in 2015 en 2016 bij de ordening van de documentatie en bij het vertaalwerk.

Dick Zwaveling en Ton Holtkamp achter de Vlaamse frites (Foto Sophie van Kempen)

Boekontwerpster Sophie van Kempen tekende met groot enthousiasme en doorzettingsvermogen voor de fraaie lay out en vormgeving,  en was ook verantwoordelijk voor de boekverzorging van Challenging Changes. Leo Schrijver, senior accountmanager van DPN Rikken Print, toonde zich een meervoudig adviseur en verbinder, ook naar Boekbinderij van der Burg. Last but not least schoof mijn echtgenote aan bij de ronde tafel van Residence Palace: Ans Lansink-van Dam verzorgde voor een groot deel de eindredactie, en leverde zonder veel discussie een deel van de geplande vakantie in.

Ad Lansink bedankt het hele gezelschap voor de fantastische mede- en samenwerking aan en bij het Challenging Changes-project (Foto: Sophie van Kempen)

Het late middagmaal in Residence Palace bood mij de gelegenheid om alle disgenoten te bedanken voor hun medewerking en inzet, veelal vanaf het moment, dat Jan Storm en ik besloten echt te gaan werken aan het Challenging Changes: het Engelstalige boek, dat de betekenis van de Ladder van Lansink voor de transitie naar circulaire economie zichtbaar moest maken. Dat Challenging Changes feitelijk meer is dan een loutere boekproductie, blijkt uit de aan het boek gekoppelde, door Dick Zwaveling in het leven geroepen website www.challengingchanges.eu. Het blijkt ook uit de invitaties voor ‘keynotes’ en presentaties in Nederland en België. Voor de nodige hulpmiddelen mag ik een beroep blijven doen op Sophie van Kempen en Leo Schrijver; en ook op Dar, met name Bart de Bruin en Michelle Stuiver, wanneer Nijmegen Green Capital Europe 2018 nieuwe ‘challenges’ biedt.

Jan Storm bewondert onder toeziend oog van Cobie Jolink en Bart de Bruyn de sculptuur van Harrie Gerritz (Foto: Sophie van Kempen)

Tussen de gangen van de brunch door mocht ik stil staan bij de activiteiten van de Klankbordgroep en  het ‘Thuisfront. Dat ik daarbij wat meer woorden nodig had om Jan Storm te bedanken, verraste geen van de disgenoten. Hij was en is de man, die mij aan het schrijven zette. Hij benaderde het merendeel van de sponsoren en de bedrijven, die via een voorbestelling de financiering van het project veiligstelden. Jan Storm zorgde ook voor de organisatie en invulling van de boekpresentatie bij de Permanente Vertegenwoordiging.Dat was lachen, joh’ – zijn stopzin wanneer hij weer een geslaagde interventie kon melden – is in mijn geheugen gegrift, als teken van optimisme en verbondenheid. Als blijk van herinnering aan die verbondenheid kon ik Jan Storm een bronzen sculptuur van Harrie Gerritz overhandigen.

Sophie van Kempen en Ad Lansink bekijken de drukproef van de boekomslag (Foto: Leo Schrijver)

De verbeelding van de Ladder van Lansink door de kunstenaar uit Woezik (bij Nijmegen) vormde de basis voor het omslagontwerp van Challenging Changes. Boekontwerpster Sophie van Kempen maakte een even sobere als opvallende cover voor het boek, aansluitend bij de titel en inhoud. Zij heeft – zelfs outsiders zien dat – een onmisbare bijdrage geleverd aan Challenging Changes. Sophie van Kempen maakte ook op een na alle alle foto’s bij dit bericht, en bleef zelf nagenoeg onzichtbaar. Vandaar ter afsluiting een opname uit ons werkarchief, gemaakt enkele weken voor de boekpresentatie in Brussel.

 

 

 

 

Onvergetelijke dagen in Brussel (1)

Challenging Changes als brug tussen Nijmegen en Europa

Hoofdingang van de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland bij de EU

Spannend, zenuwachtig, nieuwsgierig of onbevangen: zomaar wat vragen van vrienden en kennissen in de dagen voor de officiële presentatie van ‘Challenging Changes’, het boek over de relatie tussen de Ladder die al decennia mijn naam draagt en circulaire economie, een ‘trending and important topic’. Welnu: een mix van gezonde spanning en normale onzekerheid hield mij in de ban tot ik op 11 October 2017allerlei gasten al voor de presentatie de hand kon schudden. De files op weg naar Brussel hadden trouwens zoveel aandacht gevraagd, dat weinig ruimte overbleef voor enige vorm van vooruitdenken. Bovendien hielden reisgenoten Ans Lansink, Sophie van Kempen en Cobie Jolink – in meer disciplines noeste medewerkers aan het boek – mij onderweg bij de les.

Jan Storm, voorzitter van de Editorial Board overziet de zaal, waar de eigen ploeg (Ans Lansink, Cobie Jolink en Leo Schrijver wachten op wat komen gaat. Sophie van Kempen maakt foto’s.

Ruim drie uur na het vertrek uit Nijmegen ontdekte Sophie de drukknop van de garagedeur van de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland bij de EU aan de Rue de Cortenbergh in Brussel. Ans vroeg intussen bij de hoofdingang de portier om de deur te openen. Nadat Sophie het nummer van de Volvo V60 had doorgegeven openden de dubbele garagedeuren zich als bij toverslag. Na de controle van de namen en het eerste welkom in de hal van de Permanente Vertegenwoordiging, konden de uit alle windstreken gearriveerde gasten acclimatiseren en netwerken, met koffie en gebak. Zelf verdeelde ik de tijd tussen de controle van de beamer en het begroeten van gasten: Jan Stuyt SJ uit Antwerpen en Antonis Mavropoulos uit Griekenland, de Spaanse DC Daniel Calleja Crespo naast AVR Directeur Jasper de Jong uit Rotterdam, en veel andere bezoekers, te veel om op te noemen.

Harriet Tiemens en Daniel Calejja poseren met het kort tevoren gepresenteerde Challenging Changes (Foto: Michelle Kluiver)

Tegen halftwaalf warden de gasten verzocht om plaats te nemen aan een grote ovalen tafel in de schitterende vergaderzaal. Enkele bezoekers moesten genoegen nemen met een stoel langs de lange wand, onder een uitzonderlijk mooi wandtapijt. Richard Ossendorp, hoofd van de PV, sprak verwelkomde alle gasten,en met name  ‘hoofdrolspelers’: Harriet Tiemens, Vice-mayor of Nijmegen, Daniel Calleja Crespo, Director-General DG Environment van de Europese Commissie, en mij: de man van de bijna veertig jaar oude ladder. Het was een even bijzondere als vreemde gewaarwording op voorhand zoveel lof te krijgen toegezwaaid, ook door Calleja Crespo, die in zijn bijdrage ‘Circular Economy, …it’s the way forward’ met veel nadruk wees op de betekenis van de afvalhiërarchie voor een succesvolle transitie naar circulaire economie.

Jan Storm, onbetwiste gangmaker, promoot ten overvloede Challenging Changes. Julius Langendorff weegt het boek, Bart de Bruin en Ad Lansink zien toe (Foto: Sophie van Kempen)

Vervolgens mocht ik met de overhandiging van de eerste exemplaren van Challenging Changes aan wethouder en locoburgemeester Harriet Tiemens en Daniel Calleja Crespo een brug slaan tussen de stad, die uitgeroepen is tot Green Capital Europe 2018 en de Europese instituties, zoals verenigd bij de boekpresentatie. De organisatoren van de bijeenkomst hadden mij een kwartier toebedeeld om de gasten te informeren over de ‘key messages of Challenging Changes’. Aan de hand van een vijftiental sheets probeerde ik me zo goed mogelijk van die pittige taak te kwijten, beseffend, dat Engels schrijven mij beter afgaat dan Engels spreken. Dat enkele toehoorders mij na afloop verzekerden, dat de gebrekkige uitspraak het verhaal authentieker maakte, stemde mij voor de helft gerust. De andere helft is een aansporing om die tekortkoming in taalvaardigheid te gaan aanpakken.

Ad Lansink tussen Richard Ossendorp (PV) en Julius Langendorff (EC (Foto: Sophie van Kempen)

Het officiële gedeelte van de boekpresentatie werd afgesloten met een paneldiscussie onder voorzitterschap van gastheer Richard Ossendorp. Achtereenvolgens gaven Piotr Barczak (European Environmental Bureau), Harriët Tiemens (Municipality of Nijmegen); Julius Langendorff (European Commission); Hans van Bochove (Europen) en Antonis Mavropoulos (President van de ISWA) commentaar op de inhoud van het boek.

Hans van Bochove (Europen), Antonis Mavropulos (President ISWA) en Harriet Tiemens (Gemeente Nijmegen) tijdens de discussie (Foto: Sophie van Kempen)

De veelal positieve kanttekeningen noopten nauwelijks tot enig weerwoord. Ik kon in mijn slotwoord eigenlijk volstaan met dank voor de vele woorden van waardering, plus de toezegging om via de website www.challengingchanges.eu zorg te dragen voor een follow-up van de hoofdlijnen van het gloednieuwe boek. Elk van de paneldeelnemers kwam met onderwerpen, waarover het laatste woord nog niet is gezegd.

Ad Lansink is druk met signeren: Jan Storm ontfermt zich over Ans Lansink-van Dam; Julius Langendorff blijft lezen in Challenging Changes (Foto: Sophie van Kempen)

Na afloop van het officiële gedeelte was het uiteraard signeren geblazen. Vrijwel alle bezoekers van de onvergetelijke bijeenkomst kwamen een handtekening halen, in sommige gevallen voorzien van een stichtelijk woord.  In de zijzaal ging het netwerken gestaag door, tot de koffie en het gebak op waren. Met de ‘Editorial Board’ en de ‘eigen ploeg’ wachtte een gezellige brunch om het verschijnen van Challenging Changes op gepaste wijze te vieren.

 

 

Rondje Kasteel Hernen

Rondje Kasteel Hernen: volg vanaf de parkeerplaats de rode lijn tegen de wijzers van de klok in

Het Rijk van Nijmegen kent talrijke plaatsen, waar het goed wandelen en toeven is. Neem bij voorbeeld Hernen, een dorp ‘onder de rook’ van Wijchen, hoewel er meestal geen rook te zien is. Trouwens. bezoekers uit Nijmegen moeten eerst Leur – een nog kleiner dorp – passeren voordat zij de indrukwekkende torenspits van Hernen ontdekken. Het stille, vrijwel winkelloze dorp ontleent zijn bekendheid aan het kasteel tegenover de dorpskerk. Vlak bij  het kasteel uit de 13e eeuw bevindt zich een parkeerplaats, vanwaar een Rondje (Kasteel) Hernen voor diverse verrassingen zorgt.

Kast met stenen uit veldoven (Foto: Ad Lansink)

De eerste verrassing is een gedeeltelijk met stenen gevulde kast, die daar ogenschijnlijk zonder aanwijsbare reden staat te pronken. Het goed begaanbare en gemarkeerde voetpad voert de wandelaar vervolgens langs en door een klein bosgebied, met in het midden een even grote als ondiepe kuil. Het zou een ‘speelplaats’ voor dassen moeten zijn. In de wanden van de kuil, en ook in de hogere lagen zijn inderdaad holen zichtbaar. Maar dassen: ho maar, in tegenstelling tot een tiental jaren geleden, toen we met eigen ogen hebben kunnen waarnemen, dat in het kasteelbos dassen een eigen burcht bewonen.

Laan in kasteelbos Hernen (Foto: Sophie van Kempen)

Verder lopend, om het ‘Dassenbosje’ heen, wordt duidelijk dat Kasteel Hernen en zijn bosschages deel uitmaken van het groene landschap van Maas en Waal: weides, akkerbouwgebieden, boerderijen, een open-lucht-manege en spaarzame wegen zo ver het oog rijkt. Een merkwaardig, doorschijnend bord geeft onverwacht tekst en uitleg over een ongedacht verleden. Op een paar steenworpen afstand hebben archeologen de resten van een oude veldoven blootgelegd. De wandelaar ziet nu slechts een groene weide, waar in de middeleeuwen de stenen voor het kasteel moeten zijn gebakken. Het raadsel van de kast met stenen is opgelost. Het verleden, hoewel grondig uitgewist, herleeft voor even.

Gatenkaasbank (Foto: Ad Lansink)

Het voetpad loopt verder langs de westkant van het kleine bosgebied, waar de dassen zich nog  steeds niet laten zien. De markering voert de wandelaars langs een grote, met forse dennen afgeschermde buitenmanege, naar een ander gedeelte van het kasteelbos, door een in meer opzichten indrukwekkende laan: hoge, kaarsrechte bomen, die desondanks weinig wind vangen. Na een paar bochten duiken weer weiden op, doorsneden door goed begaanbare paden, die ons terugvoeren naar het dassenbos.

Kasteel Kernen  (Foto: Sophie van Kempen)

Een op gatenkaas lijkende bank nodigt uit tot een korte rustpauze, om te genieten van de bijzondere omgeving van Kasteel Hernen. Ook tijdens de terugtocht blijven de mensenschuwe dassen in hun holen. Daarom terug via een andere weg, de honderd jaar oude Beukenloon, die een mooi zicht biedt  op de achterzijde van het fotogenieke kasteel. De op het eerste gezicht echte slotvijver bestaat volgens het Geldersch Landschap en Kastelen uit ‘grand canals’, (deels) gedempte grachten, onderdeel van een sobere parkaanleg.

Ad en Ans Lansink voor Kasteel Hernen (Foto: Sophie van Kempen)
Selfie van het drietal (Sophie van Kempen)

Hoe het ook zij: Kasteel Hernen – volgens insiders een versterkt huis – heeft meer gezichten, van achteren, van voren en van opzij. De forse muren  en de markante ramen weerspiegelen  de afwisselende bouwgeschiedenis van de 13e en 14e eeuw. Hernen blijft acht eeuwen later de moeite van een bezoek meer dan waard,al was het alleen al om –  zoals het bekende drietal op de foto – opnieuw het nuttige met het aangename te verenigen. Het aangename, dat was op een zonnige zondag in september 2017  een welverdiende pauze tijdens het redigeren van ‘Challenging Changes. Het nuttige, dat was het werken aan het project,  dat gedurende heel wat weken en maanden veel inspanning vergde, niet in de laatste plaats van boekontwerper Sophie van Kempen.  De beelden voor het Kasteel Hernen bewijzen, dat het humeur er niet onder geleden heeft. Integendeel.

 

 

 

Groenewoud, terug naar de jaren 60

1961: Vierde flatgebouw aan de Jan Willem Passtraat met zicht op Valkenburgseweg

De organisatoren van de traditionele Buurtdag in Groenewoud hadden de bewoners gevraagd even terug te kijken naar de jaren zestig, meer dan een halve eeuw geleden, toen de wijk tussen de spoorlijn Nijmegen-Venlo en de Groesbeekseseweg pas korte tijd bestond.  Het toeval wil, dat ons Nijmeegse leven eind 1960 begon in de Jan Willem Passtraat. We betrokken daar de laatste van de vier flats. Vanuit ons appartement op de tweede woonlaag keken we uit op de spoorlijn naar Kleef en Venlo en op nieuwbouw van de Faculteit Wis- en Natuurkunde. Via het grote zijraam zagen we in de verte de Nebo en het Park Brakkestein.

2017: Flatgebouw Jan Willem Passtraat

Die toen redelijk moderne flatgebouwen maken nog altijd deel uit van het gevarieerde woningbestand van wat destijds Plan Groenewoud heette. Het woord plan is verdwenen net zo ls de eenden-fokkerij in de wat vreemde hoek tussen de Jan Willem Passtraat en de Heyendaalseweg. De ruim bemeten boerderij heeft plaats gemaakt voor het grote SSH&-complex Hoogeveld, dat in de loop van de jaren duizenden studenten moet hebben gehuisvest. Het Albertinum staat nog altijd recht overeind, hoewel de Dominicanen al jaren geleden hun fraaie kloostercomplex hebben verkocht en verlaten, in ruil voor een gemengde bestemming van woningen, bedrijven, collegezalen, tot een kinderdagverblijf toe.

1961: Slingerweg tussen Jan Willempasstraat en Driehuizerweg; op de achtergrond de oude brug over het spoor

Die eerste Nijmeegse jaren staan – ondanks de verhuizing naar Brakkestein in 1964 – nog altijd in ons geheugen gegrift. Het kostte Ans Lansink-van Dam dan ook weinig moeite om enkele herinneringen aan Groenewoud in de zestiger jaren op te halen en op te schrijven. De zoektocht naar foto’s leverde evenmin veel problemen op, zij het dat de kwaliteit van de zwart-wit-beelden te wensen overlaat. Kleurenfilm kwam pas later in zwang, evenals betaalbare fototoestellen, waarmee serieuze opnamen konden worden gemaakt. Een Agfa Clack en een Werra: dat waren de eerste apparaten, waarmee we af en toe wat probeerden vast te leggen.

2017: Oude noch nieuwe brug over het spoor zichtbaar, wel winkelwagens voor SSH&-complex: superbe vorm van zwerfvuil

Toen we in begin 1981 na een verblijf van ruim zestien jaar in de Schepenenstraat in Brakkestein terugkeerden naar Groenewoud, was er behalve de komst van enkele puntdaken in de wijk zelf niet veel veranderd. Het stratenpatroon was ongewijzigd. Alleen de zandweg langs de grote tuin van het Albertinum was veranderd in een geasfalteerde weg: de Willem Schiffstraat, waar wij het huis op de uiterste punt van de wijk, vlak naast de vroegere PABO zijn gaan bewonen. Daar wonen we nog steeds, inmiddels aanzienlijk langer dan de Familie Jansen, die het huis in 1968 hadden laten bouwen.

1961: Winters beeld van de spoorlijn naar Kleef en Venlo

Tussen 1981 en 2017 veranderde er wel het een en ander.  Het aantal puntdaken aan de Van Haapsstraat en de zijstraten nam toe. Het SSH&-complex langs de spoorlijn ontnam het zicht op het noordelijke deel van Groenewoud. De spoorverbinding  naar Kleef werd vrijwel onmogelijk door het wegnemen van de rails. Het groen langs de spoorlijn ontnam voetgangers en wandelaars het zicht op het Park Brakkestein. De bewoners moeten het nu doen met het geluid van incidentele festivals in het park.

2017: Wat overeind bleef: de oude werkplaats, nu UBC Mercator

Herinneringen ophalen blijft een dankbare opgave, ook wanneer het de gebouwde omgeving betreft. Nijmegen onderging sinds de 60-er jaren grote veranderingen. De wijken aan de overzijde van het Maas Waal Kanaal kwamen tot ontwikkeling, en de Waalsprong lukte in meer opzichten, met de Spiegelwaal en een reeks bruggen als een in de 70-er jaren nog onverwachte toegift. Groenewoud bleef zichzelf maar zag wel hoe aan de overzijde van de spoorlijn de Radboud Universiteit een steeds grotere en veelal ook fraai ingerichte ruimte ging beslaan, tot en met het vroegere Berchmanianum. De bewoners van dat bolwerk van de Jezuïeten zijn nu de buren van de Brakkesteinse Sacramentijnen. Een goede buur is beter dan een verre vriend. Waarmee de cirkel naar de Buurtdag rond is.

 

 

Een bijzondere verjaardag

Sophie op 24 augustus 2017

Het nuttige met het aangename verenigen: het positieve gezegde is alom bekend, maar wordt tegenwoordig niet vaak meer gehoord. Nuttig en aangenaam: is dat werk naast vermaak, of rust naast inspanning?  De tweeslag nuttig en aangenaam overkwam mij toen ontwerpster Sophie van Kempen, bezig met de boekverzorging van Challenging Changes Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy terloops meldde, dat zij op haar verjaardag verder wilde werken aan het boek, dat ons al maanden bezighoudt. Nu we toe zijn aan het opmaken van het definitieve manuscript, werkt een gezamenlijke aanpak achter (of voor) de computerschermen sneller en beter dan mailwisselingen en telefoongesprekken. Bovendien: vier ogen zien meer dan twee.

Nijmeegse Vla van Bakkerij Strik

Trouwens: de onverbiddelijke deadline nadert sneller dan verwacht: alle reden dus om enkele dagen stevig door te pakken. Mijn aanbod om voor gebak te zorgen, wees Sophie van de hand want – zei ze vriendelijk maar met veel nadruk – de jarige trakteert. De niet (maar wel goed-) gemutste boekverzorgster kwam dus aanzetten met een wat groot uitgevallen Nijmeegse Vlaai, die zij vervolgens zelf ging aansnijden. Het aangename – koffie en gebak – ging vooraf aan het nuttige: samen werken aan Challenging Changes: een nauwgezet karwei, dat vanwege de Engelse taal en de figuren, schema’s, tabellen en foto’s alle aandacht vraagt, zelfs op een buitengaatse gevierde verjaardag.

Ans Lansink bewondert het snijden van de vla

Het onderwerp van het boek – de relatie tussen de Ladder van Lansink en de circulaire economie – kent heel wat aspecten. Dat verklaart de pittige omvang van Challenging Changes: 52 paragrafen, verdeeld over 9 hoofdstukken. Voeg daarbij de zeven interviews met befaamde insiders, plus de uitvoerige begrippenlijst – Glossary geheten – en duidelijk wordt, dat de omvang van het boek dichter bij 400 dan bij 350 pagina’s zal uitkomen. Intussen wegen de laatste loodjes zwaarder dan schrijver en boekverzorgster aanvankelijk dachten. Passen en meten, nakijken en corrigeren: het kost allemaal tijd, net zoals de beeldredactie en de definitieve opmaak. Dat het boek onder vaardige handen van Sophie van Kempen met uur en dag vordert, blijkt een gedeelde opsteker, zelfs op dagen waarop het buiten beter toeven is dan op atelier of werkkamer.

Sophie schiet een Selfie: Ans kijkt toe

Over drie weken geven we het printklare manuscript via een eenvoudig ‘sticky’ uit handen, nadat een kleine week besteed is aan de eindredactie van de drukproef. De drukker en de binder gaan dan definitief aan de slag om de volledige productie van de boeken – naar verwachting 4000 exemplaren – op tijd te kunnen afleveren. De boekpresentatie vindt plaats op 11 october 2017 in het gebouw van de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland in Brussel. Het ziet ernaar uit, dat ik de eerste boeken mag overhandigen aan Frans Timmermans, vice-president van de Europese Commissie en aan Harriet Tiemens, wethouder van Nijmegen, de Green Capital Europe van 2018. Zij overbruggen letterlijk en figuurlijk de afstand tussen Nijmegen en Europa met de Ladder van Lansink. Wie had dat in 1979 gedacht?

En nog een, want Ad wil ook wel vastgelegd worden

Ongetwijfeld wordt ook in Brussel het nuttige met het aangename verenigd, wanneer de gasten van de boekpresentatie ervaren hebben, wat schrijver en boekverzorgster in de afgelopen maanden hebben gedaan, naar vorm en inhoud. Het was een hele klus, maar ook een mooie opgave, dankzij de voortdurende steun en stimulansen van Jan Storm, de man die mij na een werkbezoek aan AVR (Rotterdam) – halverwege 2015 –  aan het schrijven zette. Twee jaar later is Challenging Changes een feit. Waarschijnlijk kijken Sophie van Kempen en Ad Lansink dan even voldaan als tijdens een korte pauze in hun werk op een in meer opzichten bijzondere verjaardag.

Noorderheide: even stil als intrigerend

Toegang Noorderheide aan de Elspeterweg tussen Elspeet en Vierhouten (Foto: Ad Lansink)

Zomaar een doordeweekse dag in de zomer van 2017. Op de Noorderheide – het fraaie natuurgebied tussen Elspeet en Vierhouten – is geen mens te bekennen. Wilde zwijnen, reeën en moeflons laten zich evenmin zien, ook al verraden de verse sporen in het zand hun verborgen aanwezigheid. Bij een mierenhoop was geen mier te bekennen. Ruim een jaar na mijn eerste kennismaking met het vroegere landgoed van D.G. van Beuningen – nu eigendom van Staatsbosbeheer – wilde ik weleens zien, hoever het herstel van de befaamde waterwerken was gevorderd. Eigenlijk zocht ik na mijn eerste Rondje Noorderheide naar een antwoord op de vraag, waarom het landgoed zo intrigerend is.

Bloeiende heide, op de achtergrond gevarieerde begroeiing waaronder berken (Foto: Ad Lansink)

Komt het door de stilte, door het afwisselende landschap, de fraaie begroeiing. Of zijn het de waterwerken – de merkwaardige combinatie van de Beek en de kunstmatige vijvers – die een deel van de Noorderheide een typische signatuur geven? Wat begin augustus 2017 in elk geval opvalt, is de geleidelijk aan kleurende heide, die bij voldoende zonneschijn een betoverende aanblik biedt, ook door de afwisseling met allerlei kleuren groen. Een van de piramides – ook een ‘kunststuk’ van D.G. van Beuningen – trekt vanaf het half-natuurlijke meer Tonnetjesdelle de aandacht.

De Wildakker, halverwege de Beek tussen Bovenmeer en Tonnetjesdelle (Foto: Ad Lansink)

De piramide is een richtpunt voor de voettocht langs de (nog steeds) droge Beek naar de Wildakker, het grootste van de kunstmatige vijverpartijen. De herstelwerkzaamheden aan de waterwerken zijn kennelijk goed gevorderd. Bekisting is niet langer zichtbaar, en de doorgangen onder de zandweg naar het Bovenmeer zijn fraai weggewerkt. Op een plaats zijn kunststofbuizen zichtbaar. Dat roept de kostbare vraag op, of de aanleg van een ondergronds buizenstelsel plus een continu draaiende pomp voor een permanent stromend water zou kunnen zorgen. Kostbaar vanwege de aanleg en de exploitatie.

Droge beek en dode boom op stille Noorderheide (Foto: Ad Lansink)

Eenmaal bij de piramide aangeland komt de eenzame bezoeker meer te weten over de geschiedenis van de waterwerken: het verhaal van de Rotterdamse havenbaron, die ook op zijn eigen landgoed water wilde zien stromen. Weliswaar grondwater, geholpen door een pomp, maar toch. Tijdelijke plassen na zware regenbuien waren niet genoeg voor de man, die onbewust een Rijksmonument oprichtte. De artificiële beekloop bevat meestal geen water, de vijvers wel ook al blijkt uit het hoogteverschil tussen de waterstand en de overloop naar de Beek, dat er heel wat water uit de lucht moet komen vallen wil van een natuurlijke stroom sprake zijn. De pomp blijft dus onmisbaar om de waterwerken tot leven te wekken.

Mierenhoop bij Tonnetjesdelle (Foto: Ad Lansink)

Gelukkig is er op de Noorderheide veel meer te zien en te beleven, bovenal de onmiskenbare stilte, wanneer de voetganger, hardloper, fietser of mountain biker zich op voldoende afstand van de Vierhoutenseweg of de Elspeterbosweg bevindt. Fietsers mogen overigens niet overal komen, en wandelaars moeten rekening houden met de voor het wild gereserveerde gebieden. Geef de ogen de kost, om te genieten van het Veluws landschap en de vraag te beantwoorden, waarin het intrigerend karakter schuilt. Zijn het de veelal droge waterwerken en de opvallende uit zwerfkeien opgebouwde piramides? Zijn het de onzichtbare dieren, die letterlijk en figuurlijk hun sporen nalaten? Is het de hei, die slechts beperkte tijd in bloei staat? Of spant het integrale landschap van de Noorderheide met zijn glooiingen en zijn gevarieerde begroeiing de kroon?

Een verrassende ‘dummy’

Logo Challenging Changes (Ontwerp: Sophie van Kempen)

Prelaunch Challenging Changes
Geïnspireerd door een werkbezoek dat ik in 2015 met Jan Storm aan AVR (Rijnmond) bracht, begon ik op initiatief van de oud-directeur van Nedvang aan Challenging Changes, een boek over de relatie tussen circulaire economie en afvalhiërarchie. Reacties uit de recyclingsector en bijdragen aan websites in UK en USA hadden al eerder laten zien, dat nogal wat mensen uit de afval- en recyclingwereld – ook buiten Nederland – geïnteresseerd waren in een Engelstalig vervolg op De Kracht van de Kringloop. Dat boek over de geschiedenis en toekomst van de Ladder van Lansink had ik in 2010 met Hannet de Vries- in ’t Veld gepubliceerd. Het besef dat preventie, hergebruik en recycling essentieel zijn voor de transitie naar circulaire economie vormt de rode draad voor Challenging Changes – Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy. Die rode draad heb ik vastgelegd in de volgende hoofdstukken

  • Linear waste and circular resource management
  • Waste hierarchy: a challenging framework
  • Transition aspects
  • Closing different and difficult loops
  • Exemplary resource flows
  • Waste management and climate policy
  • Need for (international) legislation
  • Changes for circular economy
  • Finally – het afsluitende hoofdstuk – met als afzonderlijke onderdelen: Main lines for circular economy, Commentary, Outlook, Recommendations.
Voorzijde boekomslag Challenging Changes naar een ontwerp van Sophie van Kempen

Opzet
De rode draad – een uitgewerkte opzet van de negen hoofdstukken, elk bestaande uit zes paragrafen – heb ik tegen het einde van 2015 voorgelegd aan een klankbordgroep, die door Jan Storm intussen was geformeerd. Sindsdien staat die groep insiders (Hannet de Vries – in ’t Veld, Bart de Bruin, Ton Holtkamp, Jan Storm en Dick Zwaveling) mij met raad en daad terzijde bij de totstandkoming van het manuscript en de productie van het boek. Jan Storm nam, ook met steun van de klankbordgroep, in de loop van 2016 de fondsenwerving ter hand. Al vrij snel werd duidelijk, dat voldoende middelen bijeengebracht konden worden voor het nieuwe boek. Het echte denk- en schrijfwerk kon beginnen, naast het vergaren van documentatie en de bestudering van nieuwe ontwikkelingen in afvalbeheer en circulaire economie. Het bleek opnieuw een forse maar ook dankbare klus. De klankbordgroep werd geleidelijk een ‘Editorial Board’, die mij mondeling in enkele bijeenkomsten en schriftelijk via het onmisbare emailverkeer behulpzaam was.

Sophie van Kempen en Ad Lansink bekijken het resultaat van de proefdruk. Op de achtergrond de digitale HP Galaxy 8000 voor de waarop de dummy van Challenging Changes gedrukt is (Foto: Leo Schrijver, DPN)

Dummy
Boekontwerpers en drukkers werken graag met dummy’s: een of twee exemplaren van een boek met enkele gevulde en verder zoveel lege pagina’s, dat het resultaat overeenkomt met de vorm en omvang van het uiteindelijke boek. De ontwerper kan zien of de lay out aan de verwachtingen voldoet en de drukker kan nagaan of het druksel de toets van de kritiek kan doorstaan. Klopt de gekozen papiersoort, hoe houdt de inkt zich op het papier, deugt de druktechniek? Boekontwerper  en drukker kunnen ook vaststellen of de rugdikte genoeg ruimte biedt voor de titel van het boek en de naam van de auteur. De schrijver kijkt – wanneer hij de kans krijgt – natuurlijk graag mee, al was het alleen al om zich te laten verrassen met het resultaat van zijn denk- en schrijfwerk.  Het aanbod van Leo Schrijver – senior accountmanager van DPN Rikken Print Nijmegen – om de productie van enkele dummy’s mee te maken was dan ook niet tegen dovemansoren gezegd. Integendeel. Met boekontwerpster Sophie van Kempen begaf ik me onlangs naar het fraaie pand van DPN om de ‘prelaunch’, een soort voorgeboorte, van Challenging Changes te beleven.

Sophie van Kempen en Ad Lansink met de door de boekontwerpster uitgedachte boekomslag. Op de achtergrond de vierkleuren offset pers waarop Challenging Changes eind augustus 2017 gedrukt gaat worden (Foto: Leo Schrijver, DPN)

Eerste indruk
DPN beschikt over een fraaie HP Indigo 7800, een digitale drukpers, waarmee snel kwalitatief uitstekend drukwerk kan worden geproduceerd. Challenging Changes zal later op een vierkleuren-offset-pers worden gedrukt. Maar voor een dummy is de digitale pers het aangewezen instrument. De in technologisch opzicht fabelachtige machine produceert in zeer korte tijd een uiterst hoogwaardig druksel. De eerste twee hoofdstukken van Challenging Changes en twee interviews waren voor de ‘prelaunch’ tekst- en print-klaar: totaal 92 pagina’s, ongeveer een kwart van de te verwachten omvang van het boek. Aanvulling met lege pagina’s tot de geraamde 360 pagina’s bood de gelegenheid om de waarschijnlijk definitieve rugdikte vast te stellen. Aangezien ook het ontwerp van de omslag gereed was inclusief de flaptekst op de achterzijde, zou de dummy al een goede indruk geven van het te verwachten eindresultaat. Na enkele instellingen kwamen in een hoog tempo de drukvellen uit de machine. Enkele handelingen en minuten later waren de dummy’s klaar: een verrassing op zichzelf. Wie niet beter weet, waant zich het volledige boek rijker. Auteur en boekontwerpster zien met ingehouden trots het (eerste) resultaat van hun inspanningen. Het is tegelijk een stimulans om met gepaste spoed verder te werken aan wat – zo nu al lijkt vast te staan – een fraai eindresultaat zal opleveren.

 

 

 

Ommetje De Bruuk

Gras en grasland in De Bruuk (Foto: Ad Lansink

Wie in Nijmegen of naaste omgeving een interessant ‘ommetje’ wil maken – een niet te lange wandeling door een bijzondere omgeving – kan in het Rijk van Nijmegen letterlijk en figuurlijk alle kanten op. Ook de eenmaal gekozen richting biedt diverse keuzemogelijkheden. Neem bij voorbeeld: Groesbeek met haar kerkdorpen Horst en Breedeweg, vlak bij de Duitse grens en het befaamde Reichswald. De kleine dorpskernen zijn even sober als rustig, met een beperkt aantal voorzieningen. Maar Groesbeek en haar kerkdorpen  bieden wel toegang tot het natuurgebied De Bruuk, volgens insiders van de Radbouduniversiteit de parel onder de Nederlandse natuurgebieden vanwege het grote aantal plantensoorten, die elders al lang verdwenen zijn.

Ommetje in Natuurreservaat De Brug (rood)

Het natuurreservaat De Bruuk is befaamd om zijn unieke blauwgraslanden. Na de ontginning van een groot heidegebied in het lage deel van Groesbeek bleef een deel van het grasland met de natte hooilanden en de verspreide bosjes in stand, en dus behoed voor een agrarische functie. In 1940 kreeg De Bruuk officieel de status van graslandreservaat. Opvallend is de fraaie afwisseling van hooimoerassen, waaronder de beschermde blauwgraslanden en veldrusschraallanden. Hier en daar markeren (bijna) dode bomen het bijzondere landschap, dat door Staatsbosbeheer wordt onderhouden.  Gewapend met een ouderwetse Flora kunnen outsiders waarschijnlijk planten vinden, waarvan zij het bestaan niet of nauwelijks kenden:: Spaanse Ruiter, Blauwe  en Blonde Zegge, Vlozegge  en Klein glidkruid.

Orchideen tussen het gras (Foto: Ad Lansink)

Waarschijnlijk komen de meeste bezoekers – in absolute termen zijn het er overigens niet veel – af op de talloze orchideeën, die tegen het einde van de lente en het begin van de zomer boven het gras van de moerasgebieden uitsteken.  De met veelal paarse of lila bloemen gevulde stengels zijn niet te missen, zo groot is hun aantal in het middendeel van De Bruuk. De gele bloemen langs de renpaden –  de rechthoekige padenstructuur uit de tijd van de ontginning aan het einde van de 19de eeuw – steken duidelijk af van de soms schuchtere orchideeën. Ren heeft overigens niets met hardlopen te maken, wel met waterlopen (of beekjes), die vroeger in Groesbeeks ren werden genoemd. 

Grassen in het bos (Foto: Ad Lansink)

Wie een Ommetje De Bruuk wil maken – een eenvoudige maar toch mooie rechttoe-rechtaan-wandeling door het natuurreservaat, rijdt eerst naar Groesbeek, en bereikt vervolgens via de Kloosterstraat (centrum) de Lage Horst. Deze weg loopt rechtdoor naar de Hogewaldseweg aan de Duitse grens. Halverwege de bebouwing van Groesbeek en de Hogewaldseweg bevindt zich de Ashorst, die naar de westelijke ingang van De Bruuk leidt. Komt de bezoeker uit Bredeweg, dan neemt hij in de dorpskom in oostelijke richting een straat met de naam De Bruuk. Die straat gaat na enkele kilometers over in de Hogewaldseweg, vanwaar ook de Ashorst weer te bereiken is.  

Grassen in De Bruuk (Foto: Ad Lansink)

Opnieuw De Bruuk in: het unieke moerasgebied in het bekken van Groesbeek, dat wordt gevoed door kwelwater. De Leigraaf doorkruist onopvallend het overwegend groene (zogenaamde meden- of maden) landschap, dat wordt gekenmerkt door een kleinschalige afwisseling van hooimoerassen,  struwelen, houtwallen en natte bossen. Vanaf de goed begaanbare ‘renpaden zijn alle elementen van De Brug goed te zien en te bewonderen, ook zonder kennis van de talloze planten en (vooral) grassoorten. De weg in het natuurgebied wijst zich vanzelf: een simpel vierkant.

Chinese Ladder

Ruim een jaar geleden schreef Hugo von Meijenfeldt, in de jaren 80 beleidsmedewerker op het ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer, mij dat de Ladder van Lansink nog springlevend was. Hij lichtte dat toe met de volgende anekdote: “Whatever happened to the famous Ladder Van Lansink?”, vroeg gouverneur Jerry Brown van Californië mij in mijn vorige functie als Consul-Generaal in San Francisco. Ik was stomverbaasd dat hij die 35 jaar oude ladder uit het kleine Nederland kende. Jerry Brown legde uit dat hij in de jaren tachtig, na zijn eerste twee termijnen, door Europa was gaan reizen en in Nederland onder de indruk was geraakt van het eerste Nationaal Milieu Beleidsplan ter wereld en de daarin verklonken afvalhiërarchie’. Zelf had ik via bijdragen aan Environmental Blog Isonomia, contacten met de staf van Eunomia en medewerking aan de website van Bewastewise gemerkt, dat de oorsprong van de ‘waste hierarchy’ in England en de Verenigde Staten inderdaad bekend was. 

Uit de talrijke hits – tegenwoordig ruim 42.000 – die de ‘Ladder van Lansink’ inmiddels scoort bij een zoektocht via Google blijkt, dat de voorkeursvolgorde van het afvalbeheer ook in andere landen veel aandacht krijgt van bewuste (na)volgers en toevallige passanten. Na Nederland bezetten de Verenigde Staten de tweede plaats op de ‘hitlijst’, nog voor België, UK en Duitsland. Volgens de statistiek van WordPress besloeg de totale lijst in 2016 maar liefst 58 landen. Voor 2017 staat de teller op 43 landen. Vragen o.m. uit Oekraïne, Filippijnen, Brazilië en India onderstrepen de wereldwijde bekendheid. Uit een recente link, toegestuurd door Gerard Nijssen, blijkt dat in China een vertaling van de ladder bestaat. Of de vertaling klopt, kunnen kenners van de Chinese taal en tekens misschien beoordelen. Zou ik ooit nog moeten denken aan een vertaling van Challenging Changes – Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy, het boek dat najaar 2017 verschijnt?

Voorbij de littekens

Hoofdingang RadboudUMC: de plaats waar de spannende maanden begonnen

Terugblik op een spannend begin van 2017 met een onverwachte samenloop van gebeurtenissen

Rond de jaarwisseling verwachtte ik een spannend 2017. De vraag of na ‘brexit’ en ‘Trump’ de verkiezingen in Nederland, Frankrijk en Duitsland ook onverwachte uitslagen zouden opleveren hield me bezig, Ook vroeg ik me af of NEC zich – al dan niet met moeite –  in de Eredivisie zou handhaven.  Zelf ging ik een spannend jaar tegemoet met de publicatie van Challenging Changes – Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy. Halverwege 2015 was ik op aansporing van Jan Storm, oud-directeur van Nedvang, nu voorzitter van Wecycle en president-commissaris van de Dar, begonnen aan het boek over de relatie tussen de Ladder van Lansink en de circulaire economie. Bij een gezamenlijk werkbezoek aan AVR in Rotterdam wist de enthousiaste gangmaker mij te overtuigen van het nut van een inhoudelijke, Engelstalige follow up van ‘De Kracht van de Kringloop’. Hij boorde financieringsbronnen aan, en regelde ook een ‘editorial board’, die mij met raad en daad terzijde zou staan. Tegen het einde van 2016 was het manuscript grotendeels klaar, inclusief interviews met insiders als Eurocommissaris Karmenu Vella, Eunomia CEO Dominic Hogg en ISWA-chairman Antonis Mavropoulos. Het eerste kwartaal van 2017 had ik gereserveerd voor schema’s, afbeeldingen, tabellen en eindredactie, plus de controle van de vertaling. Vormgeefster Sophie van Kempen was intussen begonnen aan de lay out en de vormgeving van schema’s en figuren.

De man van de Ladder met schaatskampioenen op de voorpagina van de Gelderlander – 13 februari 2017

Het werk aan Challenging Changes vorderde zo goed, dat ik soms wat losliet over mijn poging om afvalhiërarchie en circulaire economie –  al enige tijd trending topic – met elkaar te verbinden. De Gelderlander zag plotseling aanknopingspunten voor een artikel over de intussen bijna veertig jaar oude Ladder van Lansink. Ik stemde toe. Enige publiciteit leek van belang, ook omdat de gemeente Nijmegen en de DAR meewerken aan het project, financieel en inhoudelijk via een interview met wethouder Harriet Tiemens en Dar-topman Pieter Balth Linders. Toevallig vond het gesprek met de Gelderlander plaats, kort voor mijn bezoek aan Dr Camaro, interventie-cardioloog van UMC Radboud. De huisarts had mij naar hem verwezen vanwege aanhoudende hoge bloeddruk en forse borstpijn na pittige inspanningen. Op de dag waarop ik te horen kreeg, dat hartkatheterisatie noodzakelijk was, stuurde Sjors Molenaar mij de foutloze tekst van zijn interview voor De Gelderlander. En een dag voor duidelijk werd, dat ik met spoed een open-hart-operatie moest ondergaan, verscheen het uitgebreide verhaal over de Ladder van Lansink in de krant, met een aankondiging op de voorpagina. Geen wonder dus, dat een verpleegkundige van de afdeling hartkatheterisatie kort voor het onderzoek zei: kijk nou eens wie we op de afdeling hebben.

Leven als nooit tevoren: dat was nog maar de vraag, vlak voor de hartkatheterisatie op 14 februari 2017. In het interview de eerste aankondiging van ‘Challenging Changes’, het boek dat in het najaar van 2017 verschijnt

De uitkomst van de hartkatheterisatie was duidelijk. Een dotterbehandeling was te riskant. Om verder onheil te voorkomen was een snelle bypassoperatie noodzakelijk. Na een angstige avond en nacht op de afdeling hartbewaking was het zover: een operatie, waar ik vaak over had gehoord, zou ik zelf ‘aan den lijve’ meemaken. De verzekering van de cardiochirurg, dat in het overgrote deel van de gevallen de ingreep slaagt, gaf mij voldoende vertrouwen in een goede afloop. Achteraf is de operatie mij geweldig meegevallen. De nachtelijke uren op de intensive care vlogen voorbij, ook al hield pijn mij uit de slaap. De regelmatige controles, de toediening van medicijnen en de maaltijden vormden een dankbare afwisseling in het rustige post-operatie-ritme. Na de overbrenging naar de verpleegafdeling veranderde eigenlijk weinig, behalve dan de kennismaking met patiënten, die al eerder geopereerd waren. Opnieuw begon een verpleegster over het interview in De Gelderlander. De gedwongen rugligging viel niet mee, de pijn wel dankzij de toediening van pijnstillers. Toen eenmaal drains, infuus en urinekatheter verwijderd waren, werd het verblijf in het ziekenhuis nog dragelijker, ook dankzij de voortreffelijke inzet van de verpleegkundigen, die dag en nacht klaar staan voor hun patiënten.

Welkomstboeketten van de buren, Ds Visscherfonds, Energiepoort, Prinsenconvent, Volvo Nijmegen, Familie,  Editorial Board Challenging Changes en Nijmeegs Ondernemerscafe als teken aan betrokkenheid en meeleven.

Drie dagen na de operatie kon ik al zelfstandig douchen, met moeite maar toch. De maaltijden gingen steeds beter smaken.  De bezoekers – die tussen 15 en 20 uur welkom waren – troffen op de afdeling cardiochirurgie patiënten, die zonder uitzondering uitkeken naar de dag waarop zij naar huis of naar hun eigen ziekenhuis – Rijnstate in Arnhem of CWZ in Nijmegen – mochten terugkeren. Dat gold ook voor mij: precies zes volle dagen na de operatie werd ik ontslagen, gewapend met een medicijnenpaspoort en een recente hartfilm. De fysiotherapeut had al vastgesteld, dat traplopen weer mogelijk was. De artsen, aan wie ik was toevertrouwd – interventiecardioloog dokter Camaro en cardiochirurg doctor Geuzebroek – hadden mij intussen bezocht en teruggekeken op de geslaagde katheterisatie en omleidingsoperatie. Voortgeduwd door echtgenote Ans bracht een verrijdbare stoel mij naar de hoofdingang van het RadboudUMC. Boekontwerpster Sophie van Kempen, die op de middag van het ontslag op ziekenbezoek kwam reed mij naar huis, waar net het eerste boeket werd afgeleverd. Een week na de katheterisatie, waarmee de onverwachte ziekenhuisopname begon, was ik weer thuis. Dat ik een week later een vijftal uren op de Spoedeisende Hulp zou belanden, was even onverwacht als de toename van de pijn na de thuiskomst.

RadboudUMC op Dekkerswald: de plek van de hartrevalidatie

Pijnstillers bleven noodzakelijk, naast de medicijnen die voortaan tot het vaste inname-ritueel behoren. Met de woorden ‘eenmaal hartpatiënt, altijd hartpatiënt’ valt natuurlijk te leven, zeker waar de forse ingreep ook een ‘wake up call’ was. De zichtbare littekens op de borst en het rechterbeen herinneren voortaan aan de geslaagde ingreep. Ik bewaar ook goede herinneringen aan het verblijf in het RadboudUMC, aan de voortreffelijke zorg van staf en verpleging van de afdelingen cardiologie en cardiochirurgie en aan familieleden, vrienden en kennissen, die mij letterlijk en figuurlijk een hart onder de riem hebben gestoken. Het oude hart is vernieuwd, met hergebruik van eigen lichaamsmateriaal. Met dat begrip is ook de cirkel naar ‘Challenging Changes’ weer rond. De dag voor het ontslag kwam ik op de gang Fred Bouman tegen, ook achter een rollator. ‘Pas nog in de krant’, zei hij verbaasd, ‘en nu hier’. Tijdens de hartrevalidatie-middagen op Dekkerswald – tot eind mei ben ik daar bezig – ontmoeten we elkaar opnieuw. Een paar dagen geleden kwam de Ladder van Lansink toevallig weer ter sprake. Ook die cirkel was dus rond. Ik kon Fred en de andere, even sympathieke lotgenoten van de hartrevalidatie melden, dat de publicatie van ‘Challenging Changes’ doorgaat, in het najaar van 2017: een jaar met onverwachte gebeurtenissen. En de andere potentiele littekens: de Tweede Kamerverkiezingen vielen mee, Frankrijk koos voor Europa, en NEC blijft voorlopig in de Eredivisie. 

 

De Ladder van Lansink en andere topics

Translate »